nieuws

Jongeren leren ambacht tijdens ‘Tour de France’

bouwbreed

Pieter van Engelen vertrok in 1987 naar Frankrijk om via Les Compagnons Du Devoir een opleiding te volgen. Onlangs kwam hij terug om de Nederlandse tak van dit Franse ‘gilde’ nieuw leven in te blazen. De gildenmeesters bieden Nederlandse jongeren de mogelijkheid zich in Frankrijk te specialiseren in onder meer timmeren, metselen en dakdekken.

oms kan Pieter van Engelen het juiste woord niet vinden. Dan is hij even stil, denkt een ogenblik na, om vervolgens het goede woord alsnog over zijn tong te laten rollen. Hij was 18 jaar en had zijn LTS-diploma meubelmaker nog maar net op zak toen hij vanuit Hilversum naar Frankrijk vertrok om een opleiding te volgen bij Les Compagnons Du Devoir. Dit is een ‘gilde’ dat jongens tussen 16 en 23 jaar opleidt voor een ambachtelijk beroep, zoals metselaar, timmerman, dakdekker of meubelmaker.

Acht jaar werkte en studeerde hij in Frankrijk, bracht het tot leraar en kwam onlangs terug in Nederland. Hier werkt hij vier dagen per week als meubelmaker en is daarnaast bezig met de reorganisatie van de in het slop geraakte Hollandse tak van ‘Les Compagnons’. Een pand aan de Koudenhoorn te Haarlem fungeert als kantoor, opleidingscentrum en woning. Op dit moment wonen en studeren er zeven jonge Fransen. “Dat is niet genoeg om een huis als dit draaiende te houden, dat gaan we verbeteren”, zegt Van Engelen met een licht maar onmiskenbaar accent want de jaren dat hij in Frankrijk verbleef sprak hij nauwelijks Nederlands. “Ik zat daar tussen alleen maar Fransen en na drie maanden begon ik al in het Frans te denken,” verklaart hij.

‘Tour de France’

Les Compagnons Du Devoir zijn een voortzetting van de gildenhuizen uit de middeleeuwen. Onder leiding van gildemeesters verrezen destijds grote bouwwerken zoals kathedralen en paleizen.

Om aan de vraag naar vakmensen te voldoen schoolden ‘Les Compagnons’ jongemannen tijdens een ‘Tour de France’: gedurende een aantal jaren trokken de jongens van stad naar stad en van bedrijf naar bedrijf waar ze werden opgeleid. Ze voltooiden hun opleiding met het afleggen van een meesterproef. Gedurende de ‘Tour de France’ woonden ze in ‘compagnonshuizen’.

Oorspronkelijk had ieder gilde een eigen opleiding en eigen huizen. Dit veranderde in 1941. De Duitsers verboden de gilden en vaklieden uit verschillende disciplines verenigden zich in Les Compagnons Du Devoir zodat ze toch hun vakkennis konden overbrengen. De ‘Tour de France’ bleef zo bestaan, aldus Van Engelen.

In 1986 kreeg de organisatie een afdeling in Nederland met als standplaats Haarlem. Hier wonen Franse jongens die via Les Compagnons een jaar in Nederland werken en studeren en ook worden er Nederlandse jongens voorbereid op een verblijf van een jaar in Frankrijk. Deze voorbereiding bestaat onder meer uit een basiscursus Frans.

Van Engelen: “Het is ook mogelijk om langer in Frankrijk te blijven. Ik besloot om de Tour de France te doen, woonde en werkte onder meer in Reims, Lyon en Parijs en kreeg zo veel meer ervaring dan wanneer ik gewoon in een bedrijf was gaan werken.”

Zijn gedachten dwalen af naar zijn leerperiode in Frankrijk. “Het was niet altijd even makkelijk want die bazen hadden me soms een karakter! Maar al met al gingen die acht jaren bijna vanzelf voorbij. Uiteindelijk gaf ik in Lille zelf les aan leerlingen en verzorgde ik cursussen voor bedrijven.”

Matig succes

Aan de muur van de timmermanswerkplaats aan de Koudenhoorn hangen raamkozijnen en blinden. Ze zijn gemaakt door leerlingen, zegt Pieter van Engelen. “In Frankrijk is het heel gewoon dat werkstukken een plaats krijgen in de compagnonshuizen. Wat hier hangt is eigenlijk al oud omdat de opleiding niet goed van de grond is gekomen.” Tot voor kort werden de werkruimten in Haarlem nauwelijks gebruikt, zodat er ook geen recente werkstukken zijn om aan de muur te hangen. Met een hoofdknik naar de bladderende kalk op een van de muren: “Het komende jaar gaan we het helemaal opknappen.”

Er zijn verschillende oorzaken voor het matige succes van de Nederlandse tak van ‘Les Compagnons’. Betrekkelijk weinig bedrijven voelen er voor om gedurende een jaar iemand in dienst te nemen en op te leiden die uiteindelijk toch weer weggaat. Scholen proberen hun leerlingen zo lang mogelijk ‘vast te houden’, zodat een grote toestroom van Nederlandse jongens die naar Frankrijk willen uitblijft. En aan de andere kant bestaat er in Frankrijk betrekkelijk weinig interesse om voor langere tijd naar een land te gaan waar Frans niet de voertaal is, aldus Van Engelen. Toch is hij ervan overtuigd dat Les Compagnons ook in Nederland succes zullen krijgen.

Zo denkt hij er over om uitwisselingsprogramma’s te ontwikkelen zodat Franse leerlingen een jaar bij een Nederlands bedrijf ervaring ke opdoen terwijl een medewerker van dat bedrijf voor een jaar naar Frankrijk vertrekt. “Een jaar in Frankrijk maakt dat je meer vakkennis opdoet dan als je alleen in Nederland werkt. De Fransen besteden bijvoorbeeld meer aandacht aan een mooie afwerking. Je leert er technieken die in Nederland niet meer zo veel worden gebruikt.”

Op dit moment benadert hij ondernemingen die voor een jaar een jonge Fransman in dienst willen nemen. “Ik denk dat bijvoorbeeld metselaars hier veel ke leren omdat wij op een andere manier te werk gaan dan Fransen. Bovendien ke Fransen veel leren van de bedrijfsvoering in Nederland.” Verder probeert Van Engelen Nederlandse jongeren te interesseren voor een verblijf in Frankrijk. Inmiddels hebben zich vijf kandidaten aangemeld.

Les Compagnons Du Devoir zijn te bereiken via telefoonnummer 023 5318547.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels