nieuws

Felle discussie opmaat voor Kamerdebat over aanscherping BBSH Warme relatie PvdA met corporaties flink bekoeld

bouwbreed

De Nationale Woningraad en het NCIV komen steeds nadrukkelijker in het geweer tegen het PvdA-Tweede Kamerlid Adri Duivesteijn. Het voorlopige hoogtepunt was een paginagrote advertentie gisteren in de Volkskrant waarin de landelijke centrales lieten weten het totaal niet eens te zijn met de stellingen die Duivesteijn over de corporaties verkondigt. Een breuk tussen de PvdA en de sociale verhuurders lijkt ophanden.

Vanouds bestaan er goede banden tussen de PvdA en de corporaties. Veel kopstukken in de sociale sector zijn lid van de partij, of sympathiseren met haar gedachtengoed.

Die warme relatie is op zijn zachtst gezegd wat bekoeld met het aantreden van de voormalige voorzitter van de Woonbond Adri Duivesteijn in de Tweede Kamer. Hij bewees namelijk al direct bij zijn eerste optreden in de Tweede Kamer een geheel andere koers te willen varen dan zijn voorganger Arie de Jong, die namens de PvdA vrijwel zonder slag of stoot akkoord was gegaan met de stelselwijziging in de volkshuisvesting.

Duivesteijn liet van meet aan duidelijk blijken niet blij te zijn met de in zijn ogen te ver doorgevoerde verzelfstandiging van de sociale verhuurders. Hij wees op het ontbreken van concrete afspraken over de rechten van de huurders, en stelde in het debat over de brutering niet al te veel vertrouwen te hebben in het optreden van de corporaties en vooral hun koepels.

Het bruteringsdebat liep uit de hand. Er waren aanvaringen tussen de coalitiepartijen onderling en tussen de PvdA en staatssecretaris Tommel. Toen de rook was opgetrokken, bleek een aantal moties te zijn ingediend, door de PvdA en vaak met steun van Tommels’ eigen partij D66, waarin de bewindsman werd verzocht te bekijken hoe de overheid weer meer greep zou ke krijgen op de corporaties.

Antwoord

Op 28 juni kwam het antwoord van Tommel op die moties. Hij kondigde een groot aantal wijzigingen aan van het Besluit Beheer Sociale Huursector, wat er in concreto op neer kwam, dat het toezicht op de corporaties zou worden verstevigd en dat hun bewegingsvrijheid zou worden beperkt.

De corporaties reageerden afwijzend. Zij wezen op de prestaties die de corporaties tot nog toe hebben geleverd op het terrein van de volkshuisvesting, en zeiden dat er geen reden was de sector zo te wantrouwen als Duivesteijn dat deed. Om die stelling te ondersteunen presenteerden NWR en NCIV het Nationaal Programma Volkshuisvesting, waarin zij onder meer aankondigden zich te zullen inspannen voor de bouw van 100.000 goedkope woningen en de verbetering van de leefbaarheid van de grote steden. Ook werd een bedrijfstakcode aangekondigd, een contract dat de sector met zichzelf sloot over haar maatschappelijke prestaties. En men ging aan de slag met de collegiale leningen: arme corporaties konden tegen gunstige voorwaarden geld lenen van rijke corporaties.

Al die acties konden in de ogen van Duivesteijn geen genade vinden. Hij vond het programma te zwak en vrijblijvend, de gedragscode een poging te ontkomen aan nieuwe regelgeving, en de collegiale leningen een poging om verplichte herverdeling van de bedrijfsreserves te voorkomen. Op diverse spreekbeurten en in de media liet Duivesteijn weten bij zijn standpunten te blijven. Hoogtepunten waren de volkshuisvestingsdagen van het NIROV, en een ingezonden brief aan de Volkskrant, waarin de PvdA-woordvoerder in ongekend felle, maar van hem bekende, bewoordingen van leer trok tegen inzet en optreden van de corporaties.

Reactie

Een reactie kon niet uitblijven. Diverse corporaties reageerden furieus, en de landelijke centrales NWR en NCIV lieten in een brief aan de Kamer weten het totaal niet eens te zijn met Duivesteijn. Laatste zet was een paginagrote open brief in de Volkskrant van gisteren, waarin de koepels ook voor het Nederlandse volk de prestaties van de corporaties nog eens uiteenzetten, onder de kop ‘Wat is nu eigenlijk de kern van de zaak?’

Volgens NWR-directeur Nico van Velzen een actie die is ingegeven door het feit dat Duivesteijn “een onvolledig beeld schetst van de corporaties, waarbij halve waarheden hand in hand gaan met vooringenomenheid ten opzichte van de corporaties. Daardoor ontstaat onduidelijkheid over de prestaties en inzet van de corporaties, en dat is schadelijk voor de discussie over de sociale sector. Het beeld van Duivesteijn behoeft de nodige correcties.”

Duivesteijn reageert laconiek op de actie van NWR en NCIV: “Ach, het onderstreept in ieder geval het feit dat ze over voldoende reserves beschikken. Maar zonder gekheid. Ze gaan helemaal voorbij aan de kern van de zaak en dat is dat de sector beschikt over – 71 miljard aan stille reserves. Mij gaat het er om die op enige manier zichtbaar en actief te maken. Twee: het Nationaal Programma Volkshuisvesting is een fake-programma, dat is gebaseerd op vertrouwen. Ik wil duidelijke, keiharde garanties over de inzet van de reserves.”

Toon

De toon is nu gezet voor het debat dat de Tweede Kamer woensdag 11 oktober gaat voeren met Tommel over zijn brief van 28 juni.

De stelling van de sociale sector is bekend. Daar is men tegen een nieuwe aanscherping van de regels, vindt men dat de ordeningsdiscussie moet zijn afgelopen en dat de corporaties pas over een aantal jaren moeten worden afgerekend op hun prestaties. en het leidt geen twijfel dat die prestaties naar behoren zullen zijn.

Daar tegenover staat Duivesteijn, die pleit voor een hernieuwd optreden van de overheid in de volkshuisvesting, die harde en afdwingbare prestatieafspraken over huurontwikkeling en huurdersoverleg wil hebben, en een gedwongen herverdeling van de reserves voor ogen staat.

Vraag is wat de andere partijen willen. Van de VVD mag worden verwacht dat zij zich niet zal laten verleiden de weg van Duivesteijn te volgen, en de maatregelen van Tommel voldoende zal vinden. Dat kan ook van D66 worden verwacht. Het gegeven dat het kersverse Kamerlid Jeekel het woord gaat voeren, en niet Versnel-Schmitz, mag erop duiden dat D66 van plan is meer weerstand te bieden aan Duivesteijn, dan in het bruteringsdebat is gebeurd. In dat debat toonde Versnel zich immers veelvuldig voorstander van het gedachtengoed van Duivesteijn, waarmee zij inging tegen de eigen staatssecretaris Tommel. In Haagse kringen wordt beweerd dat juist die actie ertoe heeft bijgedragen dat het woordvoerderschap voor de volkshuisvesting bij Jeekel terecht is gekomen.

De opstelling van het CDA blijft afwachten. Van deze grootste oppositiepartij mag alles verwacht worden, sinds Kamerlid Biesheuvel in het Bruteringsdebat dreigde tegen de door CDA-fractievoorzitter Heerma zelf ontworpen bruteringswet te stemmen. De kleine partijen zijn verdeeld: klein rechts is voor het huidige stelsel in de volkshuisvesting, klein links is tegen.

Alles overziend lijkt de kans groot dat Tommel een Kamermeerderheid achter zijn brief zal krijgen, en Duivesteijn zal verliezen. Als dat de uitkomst van het debat is, kan de discussie over de ordening eindelijk worden afgesloten. En gezien de grote problemen die er op het terrein van de volkshuisvesting nog allemaal zijn op te lossen, is dat is geen moment te vroeg.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels