nieuws

Staatssecretaris pleit voor fundamentele schaalvergroting Tommel: Duurzaam bouwen moet de normaalste zaak van de wereld worden

bouwbreed Premium

Duurzaam bouwen moet zowel in de woning- als in de utiliteitsbouw de normaalste zaak van de wereld worden. Om dat doel te bereiken heeft staatssecretaris Tommel vrijdag het Plan van Aanpak Duurzaam Bouwen gepresenteerd. “Er is de afgelopen decennia veel geexperimenteerd, en daarvan hebben we veel ke leren. Maar nu is er een fundamentele schaalvergroting nodig.”

Duurzaam bouwen (dubo) is al ruim twintig jaar bezig een plaats te veroveren in de maatschappij. Activiteiten op dit gebied werden vanaf de jaren zeventig tot 1990 slechts op kleine schaal ondernomen, en dan nog door een beperkt aantal milieu-pioniers.

De overheid richtte zich – na de oliecrisis in 1973 – vrijwel uitsluitend op energiebesparing, met het Proefprogramma Rationele Energiebesparing Gebouwde Omgeving als belangrijkste exponent daarvan.

In deze situatie komt verandering met de presentatie, in 1990, van het Nationaal Milieubeleidsplan Plus. Het aanwijzen van de bouw als doelgroep van het milieubeleid betekent een belangrijke impuls voor duurzaam bouwen. Er komt een stroom van onderzoeken en experimenten los, voornamelijk gericht op de praktijk. De Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting (SEV), de Novem, en de Vereniging voor Integrale Biologische Architectuur (VIBA) nemen hierin het voortouw. In Alphen aan den Rijn wordt de eerste duurzaam gebouwde buurt neergezet: Ecolonia. Gemeenten worden actief, en de Rijksgebouwendienst komt met een energieprestatienorm voor nieuwbouw van rijkskantoren, Rijkswaterstaat komt met poen, gericht op duurzaam bouwen in de grond-, water- en wegenbouw.

In 1993 treedt met de ondertekening van de Beleidsverklaring Milieutaakstellingen Bouw een nieuwe fase in. Overheid, ontwerpers, bouwers en beheerders scharen zich massaal achter het duurzaam bouwen, en verklaren zich in te zetten voor een brede praktische toepassing ervan. De blik wordt tevens verruimd: behalve op nieuwbouw richten betrokkenen ook steeds meer hun aandacht op de stedebouwkundige aspecten van dubo en het beheer van de woningvoorraad.

Pleitbezorger

In 1994 komt staatssecretaris Tommel ‘aan de macht’. Hij krijgt niet alleen de volkshuisvesting, maar ook het coordinerend bouwbewindsmanschap, en daarmee het duurzaam bouwen toebedeeld. Al vrij snel wordt duidelijk dat het voormalig D66-Kamerlid een warm pleitbezorger is van duurzaam bouwen. Bij een van zijn eerste optredens in het openbaar roept Tommel het bevorderen van dubo uit tot een van de kernpunten van zijn beleid, en bij de begrotingsbehandelingen in het parlement, eind 1994, kondigen hij en minister De Boer een actieplan duurzaam bouwen aan.

Vrijdag was het zover. Staatssecretaris Tommel presenteerde in Nieuwspoort het langverwachte Plan van Aanpak Duurzaam Bouwen (zie elders in deze krant). Dit najaar wordt het bijbehorende dubo-pakket gepresenteerd: volgens het PvA “een concreet en periodiek geactualiseerd pakket dat duidelijkheid geeft over wat dubo concreet betekent”. Er staan concrete maatregelen in, die bouwkundig en uit oogpunt van kosten breed toepasbaar zijn.

“Ik hoop”, aldus Tommel in een gesprek met Cobouw, “met het plan van aanpak een aantal zaken te verwezenlijken. In de eerste plaats dat duurzaam bouwen op de grootst mogelijke schaal wordt toegepast. Er is de afgelopen decennia veel geexperimenteerd, en daarvan hebben we veel ke leren, maar nu is een fundamentele schaalvergroting nodig. Van het experiment moet het nu gaan naar de situatie waarbij iedereen aan dubo doet. Als het blijft hangen in de experimenten-fase, zal de aandacht ervoor verflauwen. En dat zou allerminst een goede ontwikkeling zijn.”

Aandacht

“Ten tweede willen we de aandacht voor dubo verbreden”, vervolgt de bewindsman. “Duurzaam bouwen werd tot voor kort vrijwel altijd geassocieerd met de woningbouw. Onderhoud en renovatie, maar ook de utiliteitsbouw zijn bijna geheel buiten beeld gebleven. Dat is jammer, want ook op die terreinen is veel milieuwinst te behalen, misschien nog wel meer dan in de woningbouw. Ook buiten beeld gebleven is het stedebouwkundige voorstadium van de bouw. Ook dat is jammer, want de stedebouw kan evenzeer een belangrijke bijdrage leveren aan dubo.

Volgens Tommel komt het plan van aanpak dubo precies op het juiste moment. “We merkten dat de tijd er rijp voor was. De geesten waren gelijkgestemd. Gemeenten, poontwikkelaars, corporaties, architecten, stedebouwkundigen, de bouwers en andere departementen, alle bij het bouwproces betrokken partijen waren bereid om met enthousiasme aan dit onderwerp te werken. Het veld keek er in den brede buitengewoon positief tegenaan.

Daar komt bij dat we aan het begin staan van de uitvoering van de Vinex-taakstelling. De komende tien jaar zal enorm veel worden gebouwd. Als die bouwopgave zoveel mogelijk duurzaam wordt gerealiseerd, betekent dat een enorme winst voor het milieu.

Al met al is een versnelling en verbreding van dubo dringend gewenst en noodzakelijk. En dat hopen we met dit plan voor elkaar te krijgen.”

Overleg

Tommel heeft bij de totstandkoming van het plan nauw overleg heeft gevoerd met alle partijen in de bouw. En dat is in het verleden wel eens anders geweest. Het Bouwstoffenbesluit bijvoorbeeld werd vrijwel zonder ruggespraak met de mensen die het moesten uitvoeren samengesteld.

“Tja”, erkent Tommel, “bij het bouwstoffenbesluit is gekozen voor een totaal andere aanpak. Waar we bij dubo vanaf moesten, was de gedachte dat je je doelstellingen voor de komende tien jaar vastlegt en vervolgens naar de sector gaat om te praten over de invulling ervan.

Bij dit onderwerp hebben we heel duidelijk een cesuur gezet. We zijn met iedereen die bij de uitvoering ervan betrokken is rond de tafel gaan zitten. Er is enorm veel overleg gevoerd. Die manier van werken kostte veel tijd, maar heeft wel geresulteerd in een plan van aanpak, waarin geen enkele maatregel staat, die een van de betrokkenen niet aan zou ke. Iedereen staat erachter, en voelt zich er maximaal bij betrokken. Dat is ook noodzakelijk. Het zou heel erg zijn voor de praktische toepassing van dubo als er maatregelen in het plan zouden zijn opgenomen, waarvan de bouw zou zeggen: ‘Dat kan helemaal niet’. Daarom had de bouw ook zo’n zwaarwegende stem in de voorbereiding. Bij twijfel over de haalbaarheid deden we het gewoon niet.

Dat gold bijvoorbeeld voor het watergebruik. Een van de vragen was of we woningen niet nu al zo zouden ke bouwen dat regenwater kan worden ingezet voor bijvoorbeeld het doorspoelen van de wc. Men twijfelde echter over de technische haalbaarheid van dit idee. En dus hebben we besloten hier eerst mee te experimenteren.”

Resultaatgericht

Het is een aanpak die de staatssecretaris duidelijk aanspreekt. “Als het aan mij ligt gaan we voortaan op deze manier met de bouw om. Het is een resultaatgerichte manier van werken, waarmee je de zaken snel op gang krijgt, en de mensen nog enthousiast maakt ook.”

De bewindsman steekt in dit verband niet onder stoelen of banken dat het aantreden van het duo De Boer/Tommel aan de Haagse Rijnstraat zeker tot een versnelling van het proces heeft geleid. “Het was natuurlijk mooier geweest, als dit plan van aanpak eerder tot stand was gekomen. Maar in het verleden is nu eenmaal op een andere manier met dubo omgegaan. Dubo was milieubeleid, en daarover ging de minister. De bouw was weer een andere beleidsgroep. Het vorige kabinet hanteerde dus een hele duidelijke scheiding tussen de beleidsterreinen van VROM. De staatssecretaris van volkshuisvesting hield zich ook in het geheel niet met duurzaam bouwen bezig.

Nu gaat het anders. De minister en ik hebben bij ons aantreden afgesproken van dubo een VROM-breed onderwerp te maken. Daardoor is de potentie veel groter geworden.”

Tommel verhult evenmin dat hij moeilijk anders kon dan het overleg zoeken met de bouwactoren. “Ik heb veel doelstellingen, en heb ook nog eens haast. Het aanpassen van de wet op dubo kost jaren, en biedt op korte termijn geen oplossing. Zolang duurzaam bouwen nog niet bij wet is geregeld, moet ik het dus doen met afspraken op basis van vrijwilligheid. Ik moet van alle betrokkenen de medewerking hebben, want ik kan niets afdwingen. Dat is ook een reden dat ik heel bewust heb gekozen voor samenwerking.”

Nieuwe standaard

Het nu gepresenteerde plan van aanpak is de eerste in een hele serie, die uiteindelijk moet leiden tot de situatie waarin dubo de standaard bouwmethode is. “Het is de bedoeling dat we iedere twee jaar een flinke stap zetten, zonder dat daarbij wordt gezegd: ‘dat en dat willen we over tien jaar hebben bereikt’. Misschien kan er dan meer dan dat we nu denken, misschien houdt het op een gegeven moment wel op. In ieder geval zal bij elke nieuwe fase opnieuw de vraag zijn wat op dat moment technisch en financieel haalbaar is.”

Wat dit eerste plan betreft hoopt Tommel over twee jaar te ke constateren dat dubo op iedere Vinex-locatie breed wordt toegepast. “In principe moet iedere woning dan duurzaam worden gebouwd, op Vinex-locaties maar ook daarbuiten.” Daar zijn kosten mee gemoeid. Tommel schat dat de stichtingskosten van dubo-woningen enkele duizenden guldens hoger liggen dan ‘ouderwetse’ woningen. “Maar dat verdien je al vrij snel terug via de lagere woonlasten. Dat moet ook wel, want als de kosten hoog zijn, ontbreekt het aan maatschappelijk draagvlak.”

De bewindsman vervolgt: “Ten tweede hoop ik dat dubo zijn weg vindt in de renovatie- en onderhoudssector. Dat is moeilijk, omdat de kosten daar hoger liggen, en dubo ook technisch ingewikkelder is. Om die drempel lager te maken hebben we voor deze sector een tijdelijke stimuleringsregeling in het leven geroepen. Ik hoop dat deze subsidieregeling zichzelf over drie jaar overbodig heeft gemaakt.

En voor wat betreft de utiliteitsbouw hoop ik dat we met voorbeeldpoen ke aantonen dat het ook in deze sector kan. Gezien de geringe hoeveelheid nieuwbouw die thans wordt gepleegd, ga ik er overigens vanuit dat de introductie van dubo hier wat meer tijd in beslag zal nemen. De potentie is er in ieder geval, en de interesse evenzeer. Over de grond-, water- en wegenbouw maak ik me geen zorgen. Daar zijn de ontwikkelingen allang in volle gang.”

Geit op het dak

Rest nog de brede steun die Tommel voor dubo hoopt te verwerven onder het Nederlandse volk. “Dat is een apart maar uiterst belangrijk traject. Je kunt namelijk nog zo’n duurzaam huis bouwen, maar als de burger er niet aan wil, dan heb je niets bereikt. Daarom is van het grootste belang van dat geitenwollen sokken-imago af te komen. Dubo moet gewoon worden, dan zijn we pas waar we willen zijn. Burgers moeten als zij een duurzaam gebouwd huis kopen of huren niet het gevoel hebben dat ze iets bijzonders doen. Ze krijgen een gewoon, kwalitatief goed huis. Geen woning met gras op het dak en een gratis geit erbij.”

Reageer op dit artikel