nieuws

Versoepeling asbestregels krijgt unanieme steun SER

bouwbreed Premium

Het beleidsvoornemen van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om meer ontheffingen te verlenen voor het verwijderen van asbest, kan rekenen op de steun van de Sociaal Economische Raad (SER).

In een unaniem advies aan staatssecretaris Linschoten wordt instemming betuigd met een voorstel tot wijziging van de ‘Vrijstellingsregeling slopen van asbest’. Wel worden kritische kanttekeningen geplaatst bij het concept van het Publikatieblad Asbest.

Sloop en verwijdering van het kankerverwekkende asbest zijn geregeld in het ‘Asbestbesluit Arbeidsomstandighedenwet’. Al in 1991 werd echter voor een aantal werkzaamheden vrijstelling gegeven van de strenge wettelijke voorschriften, omdat die nauwelijks praktisch uitvoerbaar waren of niet in verhouding stonden tot de risico’s die de werknemers liepen.

Instemming

De vrijstelling had betrekking op onder meer het verwijderen van water- en gasbuizen.

Onderzoek door het ministerie van SZW wees nadien uit, dat nog meer werkzaamheden in aanmerking zouden ke komen voor vrijstelling. Zo zouden voorschriften als aanwezigheid van douches bij verwijdering van water- en gasbuizen ke vervallen.

De commissie arbeidsomstandigheden van de SER kan met verdere vrijstelling instemmen. Maar stelt nadrukkelijk als voorwaarde dat werkzaamheden en procedures worden omschreven in een – door de minister – goedgekeurd werkplan. De SER onderschrijft daarmee de visie van de Industriebond FNV, die deze voorwaarde eerder al had bepleit.

Bovendien stelt de SER zich op het standpunt dat ook vrijstelling moet worden gegeven voor routine-werkzaamheden die volgens een standaard-procedure worden verricht en waarvoor in een branche afspraken zijn gemaakt tussen werkgevers- en werknemersorganisaties: “Als de overheid zulke branche-afspraken goedkeurt, zou vrijstelling moeten volgen”.

P-blad Asbest

Kritisch is de SER over het door Linschoten opgestelde concept van het P-blad Asbest. Dat schetst onder meer normen, meetprogramma’s, gezondheidsrisico’s en het beperken daarvan etc. Sociale partners hebben eerder dit jaar al de vloer aangeveegd met dat concept P-blad. Ze deden dat met termen als “te omvangrijk, rigide beleid ten aanzien van ademhalingsbescherming en onnodig scherpe grens- en actiewaarden”.

Interpretatieverschillen

Die kritiek was aanleiding voor het ministerie om het concept danig aan te passen. Er kwam onder meer een aangepaste systematiek voor gebruik van ademhalingsbeschermingsmiddelen.

De SER stelt vast dat het voorgestelde P-blad echter in de praktijk zou ke leiden tot interpretatieverschillen. In het ‘Besluit Kankerverwekkende Stoffen en Processen’ en een EG-richtlijn op dit gebied wordt gesteld dat “elk risico moet worden uitgesloten”. Volgens de SER impliceert deze regelgeving “het strengste regime voor het hanteren van ademhalingsbeschermingsmiddelen”.

Maar het P-blad bevat een schema over de keuze van ademhalingsbeschermingsmiddelen, dat haaks op de eerder genoemde regelgeving staat. “Door het hanteren van normen ke minder stringente eisen worden gesteld voor de keus van die ademhalingsbeschermingsmiddelen”, aldus een woordvoerder van de SER.

Reageer op dit artikel