nieuws

Sociaal Ekonomische Advies Raad wil ander ruimtelijk beleid ‘Limburg moet zich via corridors ontwikkelen’

bouwbreed Premium

Limburg moet toe naar een ander ruimtelijk beleid met betrekking tot wonen, werken, recreeren en verzorgen. Dat blijkt uit de reactie van de Sociaal Ekonomische Advies Raad (SEAR) op het ‘Voorontwerp Provinciaal Mobiliteitsplan 1996-1999’. Bepleit wordt de provincie zich te laten ontwikkelen via de corridor-gedachte. Dat staat haaks op de streekplannen, die zich richten op een radiaalstructuur vanuit stadsgewesten en stedelijke centra.

Het ruimtelijk beleid van de provincie richt zich op concentratie van wonen en werken in de grote steden.

Daarnaast hebben enkele grotere regionale kernen een beperkte taakstelling. Maar de SEAR heeft geheel andere opvattingen over het te voeren beleid.

“Uit oogpunt van bereikbaarheid en mobiliteit zijn wij van mening dat voor de ruimtelijke reservering voor toekomstige ontwikkelingen het corridor-concept de voorkeur verdient”, aldus de Raad.

Meer zekerheden

“Een ontwikkeling in corridors tussen centra biedt meer zekerheden, onder meer voor een renderende routing voor het openbaar vervoer en maakt bundeling mogelijk van activiteiten die elk voor zich elders tot hinder leiden voor omwonenden, zoals autowegen en industrieterreinen”, meent de Raad.

Een corridor-concept biedt volgens de SEAR bovendien op lange termijn de mogelijkheid tot “het creeren van tussenliggende grotere aaneengesloten groene gebieden”.

De Raad onderscheidt voor Limburg vervolgens twee corridors, te weten “een corridor vanuit het zuiden, eerst langs de Maas en daarna langs de A2 tot Born” en voorts “de corridor die de voormalige mijnstreken met elkaar verbindt”. De Raad vindt bovendien “in Midden- en Noord-Limburg de zone tussen Roermond en Venlo een potentiele corridor, hoewel in deze zone thans nog grote verschillen in mobiliteit voorkomen”. De Raad is het eens met de visie van de provincie, dat een aantal knelpunten in het nationaal en regionaal verbindend wegennet dringend moet worden verholpen: “Het is van groot economisch belang dat dichtslibben van Limburg wordt voorkomen. Dit draagt bij aan de vermindering van de milieubelasting en behoud van leefbaarheid en veiligheid.” Juist die doelstelling is volgens de SEAR echter het best te bereiken met de corridor-gedachte.

Buistransport

In het ‘Voorontwerp Provinciaal Mobiliteitsplan’ mist de Raad overigens aandacht voor transport door pijpleidingen: “Ook het buistransport draagt bij aan ontlasting van andere transportwegen. Voor het presenteren van een totaalbeeld is ondergronds transport in en door de provincie voldoende zwaarwegend om in beeld te brengen.”

De Raad acht het ten aanzien van buistransport “zaak om rond de bestaande zones voldoende ruimte te laten. Deze zones zijn mogelijk interessant voor het onderbrengen van meer buisinfrastructuur, zoals de B-waterleidingen”.

Terminals

De Raad steunt de wijze waarop door de provincie wordt aangesloten op het nationaal concept van mainports en tweede-lijns-logistieke knooppunten. In Limburg moeten euregionale goederenterminals komen in Venlo, Born en Maastricht/Aachen Airport, terwijl regionale terminals zijn voorzien in Maastricht, Heerlen, Maasbracht, Weert en Wanssum.

Maar de SEAR is bang dat niet bij alle terminals geen of te weinig ruimte is voor het realiseren van voldoende bedrijvigheid: “Zo is in Heerlen rond de railcontainerterminal geen ruimte voorhanden voor aansluitende bedrijvigheid.” Voorts betwijfelt de Raad of alle genoemde terminals geschikt zijn als locatie voor stedelijke distributiecentra, zoals de provincie veronderstelt: “Goede bereikbaarheid en nabijheid van een afzetgebied zijn slechts twee van de voorwaarden die vervuld moeten worden voor een effectief en goed renderend stadsdistributiecentrum. Niet alle locaties zullen op voorhand daaraan ke voldoen.”

Reageer op dit artikel