nieuws

Coenen: delicaat balanceren op trapeze van architectuur

bouwbreed Premium

Het werk van Jo Coenen is bij uitstek het resultaat van delicaat balanceren op de trapeze van de architectuur. Dat Coenen zich heeft ontwikkeld tot een zeer veelzijdig acrobaat mag blijken uit het uitzonderlijk brede oeuvre dat hij inmiddels heeft geschapen.

Staatssecretaris Nuis zei dit ter gelegenheid van de uitreiking van de BNA-kubus aan Coenen op de dag van de architectuur in de door de architect zelf gekozen monumentale entourage van het kasteel Reickheim in Belgie. Die past bij het jury-oordeel waarin wordt gezegd dat hij op delicate wijze klassieke bouwkunst verenigt met moderne architectuur. De jury prijst ook de moed waarmee Coenen voor zichzelf een centrale rol in het bouwproces toebedeelt. Hij doet recht aan vele praktische variabelen en weet tegelijk de ‘mentale’ ruimte te scheppen voor grensverleggende architectuur, zo zegt het juryrapport. In zijn toespraak zei Nuis dat de beste architectuur tot stand komt in samenwerking tussen architect en opdrachtgever. Ze moeten vasthoudend zijn aan eigen opvattingen zonder elkaar te verliezen. Ze moeten ondanks uitgesproken visies gelijk op ke gaan zodat ze elkaar niet verliezen.

Synthese

Soms tegenstrijdige belangen moeten leiden tot een synthese die, hoe delicaat ook tot stand gebracht, uiteindelijk een heldere meerwaarde oplevert voor beide partijen. Volgens Nuis is die synthese de laatste jaren regelmatig bereikt. Hij noemde in dit verband het Groninger museum, het museum Beelden aan zee in Den Haag, en het Bonnefantenmuseum “En in dit verband verdient ook het Nederlands Architectuurinstituut van Jo Coenen een zeer vooraanstaande plaats”, aldus de staatssecretaris. Hij onderschreef Coenen’s vakmanschap als bouwmeester en noemde een aspect van zijn werk in het bijzonder: zijn plan voor de Haagse Vaillantlaan. “Coenen heeft met dit plan het denken over het raakvlak tussen architectuur en stedebouw onmiskenbaar gestimuleerd.”

De aanpak door Coenen herinnert aan de ene kant nog aan het stadsbouwmeesterschap uit het begin van onze eeuw. Aan de andere kant toont de Vaillantlaan de beheersing door de architect van nieuwe bestuurlijke methoden en technieken op het gebied van stedebouw. Nuis vond dit een hoopgevende en belangwekkende ontwikkeling, die zeer relevant is voor de wijze waarop we de komende jaren de gigantische bouwopgave van de Vinex in stedebouwkundige en architectonische zin vorm ke geven. Voor een duurzame oplossing van ruimtelijke inrichtingsvraagstukken is de culturele component van eminent belang. “Ik wil daarom de aandacht voor de stedebouwkundige discipline en de landschapsarchitectuur de komende jaren versterken. Niet minder belangrijk is het bevorderen van de vakbekwaamheid van de ontwerpende beroepsgroepen, het stimuleren van deskundigheid en cultureel verantwoordelijkheidsgevoel bij opdrachtgevers en het ondersteunen van lokaal architectuurbeleid.”

Stimuleren

Ter voorkoming van het gevaar van versnippering van het beleid (“niet minder dodelijk dan versnipperd bouwen kan zijn voor een stad”) wil Nuis streven een en ander zo veel mogelijk met gebruikmaking van de bestaande beleidsinfrastructuur te realiseren. “Evenmin moeten we een overdaad aan aanbod creeren of te eenzijdig het accent leggen op het praten over kwaliteit. Het zal de komende jaren wat mij betreft vooral gaan om het stimuleren van de vraag naar architectonische kwaliteit.”

Reageer op dit artikel