nieuws

Stuurgroep begint met nieuw experimentenprogramma Sociaal gezicht corporatie centraal in SEV-po

bouwbreed Premium

Vandaag geeft de Stuurgroep Experimenten Volkshuisvesting het startschot voor een nieuw experimentenprogramma, ‘Invulling Sociaal Ondernemerschap’. Het sluit naadloos aan bij het vorige Proefpo Verzelfstandiging Woningcorporaties, dat bij aanvang, begin 1991, zijn tijd ver vooruit leek, maar al gauw door de volkshuisvestingspraktijk werd ingelopen. “We vormden de kopgroep, maar moesten hard koersen om het peloton voor te blijven”, aldus Jim Schuyt, directeur van de SEV.

Proefboerderijen, zo karakteriseerde staatssecretaris Heerma de experimenten die in het kader van het proefpo Verzelfstandiging Woningcorporaties zouden worden uitgevoerd. “De verzelfstandiging van de volkshuisvesting op zichzelf stond destijds niet meer ter discussie”, zo herinnert Schuyt zich. “De vraag was meer: hoe gaan we het doen.”

In dat kader werd gekeken naar hoe instrumenten als de huursombenadering, de verkoop van woningen ten behoeve van betaalbare nieuwbouw, het ondernemen van nevenactiviteiten en de brutering konden bijdragen aan een succesvolle verzelfstandiging van de sector.

Schuyt: “En een belangrijk resultaat van het proefpo vind ik dat het ook daadwerkelijk een bijdrage heeft ke leveren aan het verzelfstandigingsproces en de cultuuromslag in de sector.”

Van de diverse experimenten bleken de huursombenadering en de brutering de grootste klappers. “De financiele verzelfstandiging heeft een dominante rol gespeeld in het po. We waren amper met de experimenten op dit gebied begonnen of het was al verheven tot beleid. Als kopgroep in de volkshuisvesting voelden we continu de hete adem van het peloton in onze nek. En waar het de huursombenadering betreft zijn we uiteindelijk ook ingelopen.”

Brutering

Dat gegeven laat onverlet dat de brutering van alle onderwerpen toch het meest in het oog is gesprongen. Maar weinigen zullen bij aanvang van het experiment hebben gedacht, dat deze financiele mega-operatie amper vijf jaar na dato door sector en politiek zou zijn geaccepteerd en op de drempel van uitvoering zou staan.

Schuyt hoorde voor het eerst van het idee om subsidies contant te maken en versneld te laten uitkeren in het najaar van 1990. “Ik weet nog dat we toen met zijn drieen, dat wil zeggen Jeroen Singelenberg, Jan van der Schaar en ik, een rondje maakten langs de corporaties die zich voor deelname hadden aangemeld. Bij ons bezoek aan woningbouwvereniging St. Joseph in Roermond opperde de directeur, Pieter Evers, het idee van het netto contant maken van objectsubsidies. Toen zei Van der Schaar: ‘Een soort brutering, bedoel je?’ Dat was de eerste keer dat ik ervan hoorde. Later heeft het rijk er de saldering met de rijksleningen aan toegevoegd, en is er, na de aanvankelijk terughoudende reacties van de landelijke centrales van woningcorporaties, een speciale werkgroep opgezet. Deze zou zich niet bezig houden met de macro-discussie, maar uitsluitend met de vraag wat de bruteringsoperatie zowel financieel als organisatorisch zou gaan betekenen. Met het bekende resultaat.”

Aantrekkelijk

Het feit dat zo dicht op de activiteiten die in het kader van het proefpo werden ondernomen het beleid tot stand kwam, maakte het experimenteren voor de elf deelnemende corporaties extra aantrekkelijk. “Het leuke was dat we uiterst actueel bezig waren. We lagen geen lichtjaar voor, maar slechts een klein stukje. Dat had zeker ook te maken met de ontwikkelingen in de volkshuisvesting. Want feitelijk deed het ministerie van VROM natuurlijk weinig meer dan het in beleid formaliseren wat in de sector al praktijk was geworden. Dat hield automatisch in dat er ook ruimschoots voldoende draagvlak voor was.”

Dat draagvlak lijkt inmiddels behoorlijk aangetast, getuige ook de recente discussies in de Tweede Kamer over aanscherping van de regelgeving. Schuyt vindt dat niet terecht. “Hoewel men op zich nog steeds van mening is dat de verzelfstandiging een goede zaak is, wordt dit in de beeldvorming geassocieerd met het idee dat alles mag, dat alles nu wordt overgelaten aan de werking van de markt. Dat is de grootste misvatting van de eeuw. Het is volstrekt duidelijk dat corporaties vrijheid in gebondenheid genieten. Corporaties zijn maatschappelijke instellingen met een maatschappelijk doelstelling. Het is volstrekt verkeerd te denken dat hier de markt zijn gang kan gaan, dat er geen scheiding meer zou zijn tussen corporaties en projectontwikkelaars. Dat beeld is gespeend van iedere werkelijkheid.”

Idee

Volgens Schuyt hebben de recente discussies echter niet ten grondslag gelegen aan het nieuwe po, waar immers de invulling van het sociale ondernemerschap door corporaties centraal staat. “Nee, het idee daarvoor is geboren in de werkgroep Brutering. Feitelijk waren er in die werkgroep twee sporen. De financiele mensen dachten na over de financiele consequenties van de balansverkorting, de corporatie-mensen vroegen zich af hoe het na brutering verder moest met de sociale prestaties. Daar is een werkgroep voor in het leven geroepen, en die heeft aan de basis gestaan van het nieuwe po.

Want aan het eind van het proefpo zag je dat de financiele verzelfstandiging min of meer een gelopen race was, maar dat nog geen helder antwoord was verkregen op de vraag hoe een corporatie zijn sociale prestaties in de praktijk meetbaar en controleerbaar kan maken. Het doel van het nieuwe po is die vraag te beantwoorden.”

Noodzaak

Hoewel de Tweede Kamer inmiddels hard nadenkt over nieuwe regelgeving is het volgens Schuyt nooit te laat om daarover na te denken. “Want wat er ook uit de politieke discussie voortkomt, altijd zal de noodzaak blijven bestaan om sociale prestaties op lokaal niveau meetbaar en herkenbaar te maken. Kijk, op landelijk niveau zijn de doelstellingen wel duidelijk: de nadruk moet liggen de huisvesting van de laagste inkomens en een zo sociaal mogelijk huurbeleid. Maar essentieel is hoe je die in de lokale context gestalte geeft. Want de sociale prestaties van een Amsterdamse corporatie zijn natuurlijk heel wat anders dan de sociale prestaties van een corporaties in een makkelijke gemeente.

Het doel van het nieuwe po is nu om corporaties instrumenten te bieden waarmee die prestaties ke worden geleverd. Daarbij worden nadrukkelijk de gemeenten en huurders betrokken. Zij moeten in staat worden gesteld corporaties op hun prestaties af te rekenen.” Het wordt al met al een heel praktijkgericht po, zo concludeert Schuyt. “Bij het vorige po ging het veel meer om het verkennen van de grenzen van de verzelfstandiging. Dat is hier niet de bedoeling. Nu gaat het veel meer om de invulling ervan. En ik verwacht dat daar grote belangstelling voor bestaat.”

Reageer op dit artikel