nieuws

De klok tien jaar terug

bouwbreed Premium

Het vernieuwingsproces in de volkshuisvestingssector lijkt in 1995 ernstig te worden geblokkeerd door allerlei hinderlijke maatregelen van dezelfde rijksoverheid, die dat vernieuwingsproces gestart is. VROM is bang dat woningcorporaties echt zelfstandige marktpartijen worden. “Sociale ondernemers”…, weet u nog.

Tien jaar geleden, in 1985, was Enneus Heerma nog wethouder in Amsterdam. Gerrit Brokx bestierde de volkshuisvestingssector en in vakbondskringen werd Brokx beschouwd als de enige sociaal-democraat in het eerste kabinet Lubbers. Sindsdien is er veel veranderd in de volkshuisvestingssector.

Woningcorporaties hebben, aanvankelijk schoorvoetend, de handschoen opgepakt: zelfstandigheid, bedrijfsmatig werken, schaalvergroting en regionalisering, ondernemerschap en professionalisering staan thans hoog op de corporatie-agenda. Corporaties zijn elk op hun eigen wijze, met vallen en opstaan, bezig inhoud te geven aan het ‘sociaal ondernemerschap’ onder het motto: alles beweegt.

Nieuwe fase

Nu Heerma als staatssecretaris weg is, lijkt het vernieuwingsproces in de volkshuisvestingssector in een nieuwe fase te komen. Drie ontwikkelingen zijn daaraan debet: de professionaliteit van de corporatiesector zelf, achterhoede-gevechten in de Tweede Kamer en de te zwakke concurrentiekracht van traditionele marktpartijen in de bouw.

De corporatiesector heeft twijfel gezaaid over de eigen verantwoordelijkheid: een aantal corporaties is flink nat gegaan door niet al te professioneel te opereren op de kapitaalmarkt. Ter linkerzijde in het parlement gaan er voorts stemmen (nou ja, stemmen?! Een stem) op om delen van het vernieuwingsproces terug te draaien. Zonder al te veel kennis van zaken van wat er op dit moment in de corporatiesector gebeurt, worden corporaties neergezet in de hoek van de ‘bad guys’. En maatschappelijk is er verzet tegen de nieuwe verhoudingen in de volkshuisvestingssector. Vreemd genoeg komt dat verzet niet van de belangengroepen van huurders, maar van traditionele marktpartijen in de bouwsector die vinden dat de corporatiesector aan oneerlijke concurrentie doet in hun marktgebied.

Het zaaien van twijfel en de tegendruk lijken niet zonder effect te blijven. De vaste hand (van Heerma) waarmee het vernieuwingsproces in de volkshuisvestingssector werd geleid, wordt momenteel gemist. Het lijkt er zelfs op dat het ministerie 1995 zal benutten om de vernieuwingsklok terug te zetten.

Maatregelen

Om vorm en inhoud te ke geven aan sociaal ondernemerschap zijn corporaties op veel manieren bezig het ‘buskruit’ uit te vinden. De een probeert zijn omzet te vergroten (lokale en regionale schaalvergroting), de tweede probeert zijn opbrengsten te vergroten (verkoop van bezit en huurharmonisatie), de derde tracht ‘lean and mean’ te worden door bedrijfsmatig werken (reorganisaties, uitbesteding, personele reductie), de vierde diversificeert (uitbreiden van activiteiten), de vijfde specialiseert (alles ondergeschikt aan de ijzeren voorraad), de zesde probeert zijn produktassortiment te differentieren (verschillende produkten voor verschillende klanten) en de zevende zoekt het in strategische samenwerking (gezamenlijke regionale poontwikkeling). En natuurlijk zijn er corporaties die van alles wat of alles tegelijk doen.

Opmerkelijk

De explosie van innovaties in de corporatiesector is opmerkelijk. De stelling ‘als je iemand wilt leren zwemmen, moet je hem gewoon het water in gooien’ past goed op de corporatiesector. Een aantal verzuipt, een tweede groepje haalt ternauwernood (en hevig geschrokken) de kant en het derde – en vast en zeker het grootste – groepje heeft ‘a jolly good time’.

Dit pioniersgedrag mag kennelijk alleen in beleidsnota’s, niet in de praktijk.

VROM staat op het punt om scherp aan te geven wat corporaties wel en niet mogen. Artikel 11 van het Besluit Sociale Huursector staat daarbij centraal. Het gaat om de vraag of nieuwe activiteiten van corporaties ‘geoorloofd’ zijn. Soms vinden die nieuwe activiteiten plaats vanuit de toegelaten instelling, soms vanuit een opgerichte juridische entiteit die gelieerd is aan de toegelaten instelling. Sleutelvragen in de juridische haarkloverij zijn: wat betekent ‘uitsluitend werkzaam op het gebied van de volkshuisvesting’ en hoe is het publiekrechtelijk toezicht gegarandeerd?

In de visie van VROM zijn – naar verluidt – activiteiten alleen toegestaan als er een directe koppeling is tussen een woning van een toegelaten instelling en de verrichte werkzaamheden. Volgens die redenering zijn activiteiten als makelaardij en poontwikkeling niet toegestaan, tenzij het sociale huurwoningen betreft. Algemene werkzaamheden voor derden zijn evenmin toegestaan.

Geen voorstander

Wat het toezicht betreft is VROM geen voorstander van vervlechtingen tussen toegelaten instellingen en gelieerde organisaties. Sowieso verzet VROM zich tegen meerderheidsdeelnemingen in gelieerde organisaties. Daarnaast zal VROM constructies alleen toelaten als het toezicht gegarandeerd is.

Maken we de balans op dan stelt VROM dat corporaties eigenlijk geen andere rol hebben dan het beheren van hun sociale huurwoningen. Nieuwbouwactiviteiten in de sociale huursector zijn toegestaan, maar in andere sectoren niet. Kennelijk gaat VROM er vanuit dat corporaties vanuit eigen middelen zorgen dat nieuwe sociale huurwoningen betaalbaar worden. Externe bronnen zijn niet toegestaan.

Met deze ingrijpende aanpassing van het vernieuwingsproces in de volkshuisvesting plaatst VROM zich eigenlijk buiten de discussie. VROM tracht de geest in de fles te krijgen, die ze juist had losgelaten. Alle kijkertjes van Walt Disney’s ‘Aladdin’ weten dat wanneer de moderne geest eenmaal uit de fles is, de geest zelf ook een eigenzinnige speler wordt.

We raden Dick Tommel en zijn beleidsstaf aan wat meer video’s te kijken, zodat er minder tijd is corporaties te hinderen op het ingewikkelde pad naar volwassenheid.

*)Lenny Vulpenhorst is adviseur van Andersson Effers Felix BV in Utrecht.

Reageer op dit artikel