nieuws

Scheiden van bouwafval vraagt om nuancering

bouwbreed Premium

Scheiding van afval in twee fracties zou het beste – zeg het goedkoopste – zijn. Dat concludeert het Centrum voor energiebesparing en schone technologie (CE) uit Delft op basis van een onderzoek in Cobouw 42 (2 maart). Het is echter de vraag of deze aanbeveling voor bouwbedrijven een goed vertrekpunt is voor hun werkwijze ten aanzien van afval.

Het moet betwijfeld worden of het toelaatbaar is de conclusies van het onderzoek van het CE te generaliseren voor de gehele bouwnijverheid. Het artikel in Cobouw wekt ten onrechte die indruk. Het onderzoeksrapport is genuanceerder over de reikwijdte van de resultaten: deze zijn ‘…voldoende voor een eerste besluitvorming’. Bij de conclusies zijn de volgende kanttekeningen te plaatsen. Op de eerste plaats heeft het onderzoek uitsluitend betrekking op de ruwbouw-fase. Het afval bestaat dan voornamelijk uit steenachtige materialen. Slechts 4 procent bestaat uit hout, kunststof en overige materialen.

Afbouwfase

In de afbouw-fase is echter slechts 43 procent steenachtig, terwijl het aandeel hout 35 procent bedraagt. Ook de hoeveelheden verpakkingsmaterialen, zoals folies en karton/papier, zijn aanzienlijk. Juist in de afbouwfase zou scheiding aan de bron de recyclebaarheid ke verhogen. Het is daarom denkbaar in de afbouwfase van een ander scenario voor afvalverwijdering uit te gaan dan voor de ruwbouwfase.

Op de tweede plaats is het energiegebruik gehanteerd als maatstaf voor de milieubelasting. Terecht wordt het energiegebruik in het onderzoek omschreven als indicator van de milieubelasting. Het verschil tussen hoogwaardig hergebruik in de weg- en waterbouw komt immers niet tot uitdrukking. Het zou wenselijk zijn om in de maatstaf voor de milieubelasting meer aspecten te betrekken.

Ten derde de nauwkeurigheid van de uitkomsten van de modelstudie. Het blijkt dat de onderlinge verschillen in kosten per ton voor drie verwijderingsmodellen minder dan 10 procent zijn (scheiding in twee fracties, scheiding in steenachtig, hout, folies en overig). Tegen het licht van de nauwkeurigheid vallen de kostenverschillen weg als doorslaggevend criterium voor de keuze van het verwijderingsmodel.

Tenslotte zijn de berekeningen uitgevoerd voor een referentie-bouwpo van 24 woningen. Dit is een grof uitgangspunt voor de woningbouw, waar de poen vaak kleiner zijn en soms veel groter. Voor de utiliteitsbouw is dit zeker niet representatief.

Voor een model-studie zijn de vier kanttekeningen niet direct een probleem. Voor de generaliseerbaarheid van de conclusies des te meer.

Principe

Scheiding in twee fracties betekent het verlaten van het principe van scheiding aan de bron. Dit principe was tot nu toe uitgangspunt voor het beleid van de overheid. De ratio hierachter is dat scheiding aan de bron de beste garanties biedt op afval dat hoogwaardig opnieuw is te gebruiken. Met ‘hoogwaardig’ wordt gedoeld op het terugvoeren van bouwafval in het produktieproces. Bijvoorbeeld: afval-beton wordt weer beton. Hoogwaardig gebruik verzekert een afzetmarkt voor het afval en verdient daarom de voorkeur boven laagwaardig hergebruik.

Scheiding aan de bron heeft nog andere voordelen. Afvalhout dat apart wordt gehouden, is voor een deel direct in het bouwproces te gebruiken. Bijvoorbeeld als stel-lat. De verspilling van materialen neemt af door hergebruik op de bouwplaats, evenals de hoeveelheid bouwafval. Hierbij moet men bedenken dat de inkoop van verspilde bouwmaterialen een veelvoud heeft gekost van de verwijderingskosten.

Daarnaast levert scheiding aan de bron de bouwbedrijven inzicht in de aard en omvang van de afvalstromen. Voor de bouwbedrijven wordt bijvoorbeeld zichtbaar hoeveel duur ingekochte bouwmaterialen met het afval naar de verwerker gaan. Dergelijk inzicht kan voor bouwbedrijven een aanmoediging zijn om na te gaan hoe zij het ontstaan van afval ke voorkomen.

Scheiding achteraf staat hoogwaardig hergebruik niet per definitie in de weg. Dit is afhankelijk van de kwaliteit van de scheidingstechniek. De scheidingstechnologie is sterk in ontwikkeling. Desondanks is momenteel de recyclebaarheid van aan de bron gescheiden afvalstromen nog hoger dan van afvalstromen uit sorteerinrichtingen. Het is denkbaar dat de scheidingstechnieken op den duur zodanig effectief zullen worden dat alle gesorteerde afvalstromen opnieuw hoogwaardig zijn te gebruiken in het produktieproces. Voorlopig is het nog niet zover.

Overigens, niet alleen de scheidingstechnieken verbeteren voortdurend. Ook neemt het aanbod toe van voorzieningen die afvalscheiding op de bouwplaats gemakkelijker en goedkoper maken. Denk aan gecompartimenteerde containers (Gibo) of aan mini-containers die bijvoorbeeld in de utiliteitsbouw eenvoudig op een verdieping zijn te plaatsen en waarvan een vrachtwagen er meer tegelijkertijd kan vervoeren.

Verwijderingskosten

De resultaten van het onderzoek hebben betrekking op de verwijderingskosten vanaf de bouwplaats tot aan de eindbestemming van het afval. Dat een verwijderingsmodel met de berekende laagste totaalkosten ook het voordeligste is voor de bouwbedrijven staat echter geenszins vast. De kostenposten voor het sorteren en verwerken van afval valt buiten het gezichtsveld van bouwbedrijven. De rekening wordt hen echter wel gepresenteerd door de transporteurs/sorteerders. Bouwbedrijven zullen daarom proberen hun afval zodanig aan te bieden dat hun verwijderingskosten zo laag mogelijk zijn. Scheiding aan de bron is daarbij een mogelijkheid.

Dit blijkt ook uit een recent onderzoek van WDC Consulting onder honderd bouwbedrijven in midden en west Brabant. 62 Procent van de bedrijven voert puin vaak apart af; 33 procent voert hout vaak apart af. De redenen hiervoor zijn directe kostenvoordelen; een container gemengd puin kost circa – 465, puin – 250 en hout – 300. Circa twee derde van de bedrijven verwacht daarom de komende jaren op een andere manier met hun afval om te gaan.

In midden en west Brabant werken sinds enkele maanden 18 bouwbedrijven aan het ‘Praktijkpo Afvalbeheer’. Scheiden aan de bron is daarbij overigens geen dogma. Het uitgangspunt is dat afvalbeheer zowel bedrijfseconomisch als voor het milieu verantwoord moet zijn. Afhankelijk van de omstandigheden valt voor sommige bouwpoen de keuze op scheiding op de bouwplaats; voor andere op sorteren achteraf.

Modelstudie

Uit de modelstudie van CE blijkt dat betwijfeld moet worden of scheiden aan de bron tot het uiterste moet worden doorgevoerd. Op de vraag of scheiding in twee fracties voor bouwbedrijven kosten-effectief is geeft de modelstudie geen antwoord. Wellicht dat aanvullend onderzoek naar afvalverwijdering daar wel in zal voorzien.

De Stichting Bouwresearch speelt hierbij een belangrijke rol. Zo biedt de SBR 230-serie inzicht in afvalpreventie en afvalverwijdering. Momenteel loopt onderzoek naar preventie van verpakkingsafval. In Rotterdam is recent een po afvalpreventie gestart waarbij samenwerkende hoofd- en onderaannemers nagaan welke mogelijkheden zij hebben om de produktie van afval te verminderen.

Een genuanceerde benadering van afvalverwijdering is (voorlopig) geboden. Ten eerste scheiden aan de bron en sorteren achteraf zorgvuldig tegen elkaar afwegen. Ten tweede steeds opnieuw omstandigheden en mogelijkheden nagaan en optimale oplossingen kiezen.

*) J Straatman is medewerker van WDC Consulting, J. Vingerling van de Stichting Bouwresearch; beide organisaties zijn gevestigd in Rotterdam.

Reageer op dit artikel