nieuws

‘Vuurproef’ voor ventilatiekanaal

bouwbreed Premium

Door het gebruik van brandwerende constructies en stoffen kan veel schade en leed worden voorkomen. De kwaliteit hiervan wordt getest bij TNO in Rijswijk. Hier onderzoeken deskundigen in hoeverre de brandwerende stoffen voldoen aan de wettelijke eisen. Onlangs testte het Centrum voor Brandveiligheid van TNO Bouw de doorvoering van een rookwerend ventilatiekanaal.

Geleidelijk stijgt de temperatuur. De verf aan het begin van de meters lange pijp verkleurt van wit naar bruin en wordt dan zwart. De buis is verbonden met een oven, die tot grote hitte wordt opgestookt. De geur van verschroeid rubber verspreidt zich door de testruimte van TNO Bouw in Rijswijk.

De toeschouwers krijgen het warm. Ze maken het knoopje van hun overhemd los. Sommigen staren naar het scherm van een computer waarop staat aangegeven hoe hoog de temperatuur in de oven is opgelopen. Anderen willen de buizen van zo nabij mogelijk bekijken en lopen er om heen. ‘Denk om je handen,’ waarschuwt een van de TNO-medewerkers als een toeschouwer te dichtbij dreigt te komen.

De aanwezigen zijn preventie-officieren van brandweerkorpsen uit onder andere Rotterdam en Amsterdam. Ze zijn allemaal geinteresseerd in toepassingen van brandwerende stoffen, zegt Erik van Diffelen van Promat BV uit Hilversum. Het bedrijf is gespecialiseerd in brandveiligheid en heeft opdracht gegeven tot de test.

‘Normen’

In 1992 voerde de overheid nieuwe bouwregels in. Doel hiervan was onder meer dat in heel Nederland dezelfde regels inzake brandveiligheid gaan gelden. Deze regelgeving is voor aannemers eenvoudiger omdat in het Bouwbesluit algemene eisen voor bouwwerken zijn opgenomen die in alle gemeenten gelden. Men is dus minder afhankelijk van lokale verordeningen.

Een van de bepalingen luidt dat materiaal brandveilig moet zijn. In de ‘normen’ van het besluit wordt vermeld op welke wijze de brandveiligheid van bouwmaterialen moet worden getest.

Deze tests worden gedaan in het Centrum voor Brandveiligheid van TNO Bouw te Rijswijk.

De opdrachtgever moet de verschillende onderdelen van het produkt leveren en opbouwen en daarnaast aangeven hoe een en ander is geconstrueerd. TNO stelt een onderzoeksplan op en maakt een rapport waarin precies staat hoe de proef is verlopen.

Het onderzoeksplan omschrijft de test in dit geval als een “Orienterend onderzoek naar het gedrag bij brand van een pijpdoorvoering door een verticale grindbetonnen ondersteuningsconstructie met daarin een sparing. De pijp met uitwendige diameter 160 millimeter betreft een plaatstalen ventilatiekanaal dat circa 500 millimeter in de oven steekt.”

Deze nauwkeurige omschrijving lijkt op het eerste gezicht overdreven, maar komt voort uit de norm NEN 6076, waarin staat aangegeven op welke manier een test moet worden afgenomen. De norm stelt bovendien eisen aan de meetinstrumenten en aan de manier waarop de resultaten van de proef worden verwerkt.

Grafiek

De buis wordt via een oven volgens de standaard normen verhit. Om de temperatuur op verschillende plaatsen in het ventilatiekanaal te meten, zijn op de buizen ‘thermokoppels’ aangebracht, die zijn verbonden aan een computer.

Op een beeldscherm verschijnt een soort grafiek waarop de gastemperatuur in de oven kan worden afgelezen. In de buis is een gat gemaakt van 50 millimeter, dit is om de vlamdichtheid te bepalen.

De test duurt 70 minuten. “Dat is tien minuten langer dan strikt noodzakelijk, maar de proef is dan zuiverder,” zegt Erik van Diffelen. Gedurende twintig minuten wordt het ventilatiekanaal verhit en worden kokend hete gassen uit de oven in de buis gezogen. Vervolgens wordt vijf minuten niet gezogen, waarna opnieuw hete gassen in de buis worden gebracht.

Bobbeltjes

De vraag is of het ventilatiekanaal de test doorstaat. Er is een risico dat het materiaal het zal begeven onder verhoogde temperatuuromstandigheden, zegt Erik van Diffelen. Hij loopt om de oven. Hier is het mogelijk om in de hittebron te kijken, waar zich het uiteinde van de pijp bevindt.

“Er komen gaatjes in de wanden,” zegt een van de toeschouwers. Van Diffelen buigt voorover en bestudeert het materiaal. Hij komt tot een andere conclusie: het zijn geen gaatjes, de hitte veroorzaakt bobbeltjes in het plaatstaal. Bij deze abnormaal hoge temperatuur is dat niets om ongerust over te zijn, aldus Van Diffelen.

De proef is afgelopen. Het gezelschap vertrekt naar de kantine voor de lunch. Voor de opdrachtgevers volgt een nabespreking met Ir. J.C.A. van de Weijgert van TNO Bouw. Het rapport waarin de onderzoeksresultaten precies staan aangegeven is zo kort na de proef natuurlijk nog niet klaar, maar wel kan hij aangeven wat het resultaat van de test is.

In dit geval is die beter dan verwacht. Het ventilatiekanaal blijkt zestig minuten brandwerend te zijn, dat stemt overeen met de norm NEN 6076.

Reageer op dit artikel