nieuws

Overheid kan schoonmaak waterbodems niet betalen

bouwbreed Premium

De sanering van vervuilde waterbodems kost ruim f. 7 miljard. De overheid zal het grootste deel van deze rekening moeten voldoen. Het budget schiet evenwel tekort. Aanvullende financiering maakt een voortvarende aanpak mogelijk. Dat staat in een brief van onder andere Natuur en Milieu aan de vaste commissies voor VROM en Verkeer en Waterstaat in de Tweede Kamer.

Veroorzakers en gebruikers moeten de sanering van de vervuilde waterbodems betalen. Dat schrijft het regeringsstandpunt over het advies van de Commissie Zevenbergen voor. Voorts komen algemene middelen in aanmerking voor het vereffen en van de rekening. Het aansprakelijk stellen van veroorzakers blijkt uitermate moeilijk. De overheid zal als beheerder van havens en vaarwegen het overgrote deel van de schoonmaak moeten betalen.

De huidige vervuilers van oppervlaktewater betalen slechts een minimaal deel van de schoonmaakkosten. Onder andere Natuur en Milieu wil dat ook de verontreiniging uit het verleden bij de huidige vervuilers in rekening wordt gebracht. De verontreinigingen verdwijnen immers naar zee of worden later met de vervuilde waterbodem weggehaald. Een mogelijke oplossing biedt het voorstel van de Commissie Welschen inzake de landbodems dat de Tweede Kamer eerder behandelde.

In samenhang daarmee is het zeer goed verdedigbaar dat bepaalde categorieen vervuilers bijdragen aan de schoonmaak van een waterbodem. Dat zou dan bijvoorbeeld via de WVO-heffing ke gebeuren. Het wegverkeer, de scheepvaart en de landbouw betalen volgens onder andere Natuur en Milieu helemaal niet mee aan het schoonhouden en schoonnmaken van de waterbodems. Deze vervuilers zouden een WVO-heffing opgelegd moeten krijgen. Te denken valt ook aan het verhogen van bestaande heffingen op bijvoorbeeld brandstof. Onder andere de VNG stelde ppk voor de sanering van de waterbodems mede te betalen uit heffingen voor deze diffuse vervuilers.

Onderzoek van reinigingsbedrijven toont aan dat vervuilde baggerspecie schoon te maken is. Deze bedrijven vergroten de schaal waarop dat gebeurt pas wanneer er zekerheid over opdrachten bestaat. Pas dan worden de ook de bijbehorende technieken verder ontwikkeld. De ministers willen momenteel alleen licht vervuilde specie laten reinigen. Deze schoonmaak vergt relatief eenvoudige en goedkope technieken. Voor de reiniging van zwaarder vervuilde bagger willen de ministers niet verder gaan dan een verlenging van proefpoen.

Natuur en Milieu verwacht meer heil van overheidsopdrachten aan reinigingsbedrijven. Alleen op die manier wordt de schoonmaaktechniek voor zwaarder vervuilde specie verder ontwikkeld waardoor de proceskosten ke dalen. Tegelijkertijd kan het Nederlandse bedrijfsleven een internationaal sterke positie verwerven. Voor de stort van bagger dient dan een heffing te komen. De opbrengst compenseert de meerprijs voor de schoonmaak. Kort gezegd moet voor de omgang met baggerspecie dezelfde weg worden bewandeld als voor vervuilde grond uit landbodems.

Reageer op dit artikel