nieuws

Herman Haan ontdekkingsreiziger en architect

bouwbreed Premium

Met zijn ‘zwevende’ huis haalde architect Herman Haan internationale vakbladen. Zijn expedities naar Afrika kwamen midden jaren zestig op televisie. Maar daarna raakte Haan volledig in vergetelheid. Met een tentoonstelling en monografie brengt architect/publicist Piet Vollaard hem weer over het voetlicht.

Ruimte, daar draait het om in Haans leven en architectuur. Hij zocht de onmetelijke ruimte op in de Sahara en schiep onmetelijke ruimte in tal van villa’s.

Zijn reizen waren baanbrekend. Al in 1929 trok hij als vijftienjarige (!) met honderd gulden naar Noord-Afrika. Talloze reizen volgden met wisselende reisgenoten. Hij was het die Aldo van Eyck, en vele andere architecten, in contact bracht met de Dogon, een volk in Mali, ten zuiden van de Sahara.

Het voorbeeld Dogon

De architectuur van de Dogon is van grote invloed geweest op Van Eyck en via hem en het blad Forum op een generatie Nederlandse architecten. De Dogon toonde indringend totaal andere manieren van samenwonen dan rijtjeshuis of flat. De kleinschaligheid in architectuur en stedebouw in de jaren zeventig is er een indirect gevolg van geweest.

Als amateur-archeoloog ontdekte Haan neolithische rotstekeningen en een complete dodenstad. Hij werd in 1953 honorair conservator van het Rotterdamse Museum voor Land- en Volkenkunde. Maar wat hij als ontdekkingsreiziger documenteerde, liet minder duidelijke sporen na in zijn architectuur dan bij Van Eyck. Hij deed geen moeite alles in te passen in een omvattende cultuurfilosofie.

Pas in een latere fase in zijn carriere, als Haan in de jaren zeventig studentenhuisvesting op de campus van de TH-Twente bouwt, komt de Afrikaanse invloed direct tot uiting in semi-ondergrondse patiowoningen en piramides. Met name de tamelijk grove piramides vormen een stijlbreuk met de vroegere villa’s. Deze verandering stond wellicht minder onder directe invloed van zijn reizen en eigen waarnemingen, maar indirect, via de ‘vertaling’ die de Forumgroep eraan gaf en die in die jaren grote populariteit genoot.

Radicaal open villa’s

De invloed van de onmetelijke Sahara uitte zich in Haans ontwerpen minder letterlijk. Belangrijkste kenmerk was de radicale openheid van zijn villa’s. Om als het ware midden in de natuur te leven was de woonkamer van zijn eigen, half boven de grond zwevende huis vrijwel geheel van glas, zonder gordijnen! Typerend is ook dat de (glazen) hal in dat huis, net als in zijn meeste ontwerpen, opgerekt is tot een gemeenschappelijke gebruiksruimte. De slaapkamers tenslotte waren altijd minimaal van afmetingen en bevonden zich in zijn eigen huis in een klein gesloten, gemetseld blokje.

Zo baanbrekend als zijn reizen en tentoonstellingen, zo vernieuwend was zijn architectuur niet. Piet Vollaard typeert hem als tweede generatie modernist. “Hij gaf het functionalisme een humaner gezicht”, licht hij toe. Minder dogmatisch dan de vooroorlogse grondleggers van het modernisme, gebruikte Haan in zijn tientallen na-oorlogse villa’s en woonhuizen onverwachte combinaties van materialen: naast het gladde beton en staal, muren van straatkeien en vloeren van scherven natuursteen. Hij schikte zich ook zonder morren naar de wensen van de gebruikers als die later ingrijpende verbouwingen wilden plegen.

Streng en toch alledaags

In zijn voortreffelijke monografie beperkt Vollaard zich op neutrale wijze tot documentatie van Haans werk. De kleine tentoonstelling in de Amsterdamse Arcam Galerie maakt daarnaast de tijdgeest invoelbaar. Dit overzicht roept de vraag op wat momenteel nog het belang is van dit oeuvre. Wegens ouderdom en ziekte kan Haan (1914) zelf geen toelichting geven. Vollaard geeft als zijn mening:

“Het modernisme is niet passe. Dat zie je aan de villa’s die nu weer, na vele jaren afwezigheid, in de vakbladen verschijnen. Bij dat voortbouwen op het modernisme is het relevant te kijken naar de kritiek die daarop al in de jaren vijftig door de tweede generatie modernisten is geuit. Bij Haan zie je dat het pure functionalisme is vermengd met romantische, rurale elementen. Het kan dus allebei: een streng plan maken dat toch alledaags, humaan is.”

“Haan had in Afrika gezien, en bij het maken van zijn tentoonstellingen ervaren, hoe je met beperkte middelen groot effect kunt sorteren. In zijn huizen maakt hij gebruik van buitengewoon eenvoudige materialen. Als een aannemer twijfelde of een voorgestelde oplossing wel kon, deed Haan, als timmerman, het desnoods zelf voor.”

“Zijn huizen staan er nog steeds prima bij en worden met plezier bewoond, al zijn bijna overal de slaapkamers uitgebouwd. Haan had daar geen moeite mee. Een huis is er om in te wonen en de bewoners moeten zelf beslissen hoe ze ermee omgaan. Aan deze informele houding en aan het plezier in het maken van architectuur, het werken met eenvoudige materialen en het bedenken van simpele oplossingen, daaraan zouden veel architecten nu nog een voorbeeld ke nemen. De concepten van zijn huizen zijn sterk en duidelijk, maar de leefbaarheid gaat er niet onder gebukt.”

De monografie “Herman Haan, architect” van Piet Vollaard is verschenen bij uitg. 010. ISBN 90-6450-141-6. Prijs: – 59,50. De tentoonstelling is tot 15 april te zien bij Arcam Galerie, Waterlooplein 213, Amsterdam. Geopend: di. t/m za. 13.00 – 17.00 uur.

Door Haan gedocumenteerde holwoning van het Berbervolk de Matmata. De gemeenschappelijke centrale ruimte is een open ‘gat’ in de grond.

De omringende ‘holen’ dienen als slaap- en

opslagkamers. Op dit model heeft Haan zijn

studentenwoningen bij de TH-Twente gebaseerd.

In 1965 gerealiseerde patiowoningen voor studenten aan de TH-Twente.

Elke woon/slaapkamer heeft een eigen voordeur aan een patio.

Woonhuis Uitenbroek, in 1956 in Rotterdam gebouwd, De ruimte onder de ‘zwevende’ woonkamer is inmiddels dichtgezet.

Woonhuis Albrecht (1956): een betonskelet met gevels van straatkeien, glas en houten puien.

Reageer op dit artikel