nieuws

Rem Koolhaas tussen Manhattan en Almere

bouwbreed Premium

Na de grote overzichtstentoonstelling met het oeuvre van de belangrijke Amerikaanse architect Frank Lloyd Wright heeft nu Rem Koolhaas een bescheiden expositie in het vooraanstaande Newyorkse Museum of Modern Art. Tot 31 januari verwijlt Rem Koolhaas met OMA in het MoMA. En in Nederland zelf krijgt de niet meer zo jonge held steeds meer opdrachten, vanaf Almere en Amsterdam tot Zoetermeer. Als alles meezit komt de expositie na reprises in Los Angelos en Tokio naar de Rotterdamse Kunsthal.

De expositie in het MoMA is beperkt van omvang, maar wel de eerste expositie gewijd aan het werk van een Nederlandse architect. J.J.P. Oud kreeg een voortrekkersrol bij de spraakmakende tentoonstelling over het Nieuwe Bouwen in Europa in 1932 van Philip Johnson en Henry Russell Hitchcock. Abe Bonnema volgde met zijn gebouw voor de Sociale Dienst in Leeuwarden op Arthur Drexlers expositie ‘Transformations in modern architecture’ in 1979. Allen staan echter in de schaduw van Gerrit Rietveld, die vrijwel permanent wordt getoond met de rood/blauwe stoel, de zig-zagstoel en/of de maquette van het Rietveld-Schroderhuis in Utrecht.

Maar de New York Times (NYT) bracht wel twee pagina’s over Rem Koolhaas als architect die ‘de cultuur van de congestie’ verdedigt. En de MoMA-architectuurconservator Terence Riley liet voor de expositie grote bushalte-posters maken, die de NYT haar lezers deed waarschuwen ‘Mis de bus niet’!

Terence verzekerde dat Rem een inspiratiebron zou ke zijn voor zijn Amerikaanse collega’s. ‘We hebben architecten nodig met visie en geen architect heeft dat momenteel als Rem’. De 88-jarige Philip die Oud indertijd in het MoMA introduceerde, – en in de jaren tachtig Koolhaas al in een groepsexpositie over het deconstructivisme toonde – vermoedt nu dat Koolhaas een architect van wereldformaat genoemd mag worden. Dergelijk eerbetoon compenseert de geringe omvang van de expositie, met een aantal nog niet gerealiseerde ontwerpen. OMA hoopt er Amerikaanse opdrachten door te verwerven om een vestiging in de VS te ke starten, na Rotterdam en Londen.

Dat Rem Koolhaas na zijn studie een grondig onderzoek instelde naar de geschiedenis van Manhattan, toonde hij reeds in 1978 met zijn enthousiast ontvangen boek ‘Delirious New York’. Bij de opening van de tentoonstelling waren net de allereerste – met de hand gebonden – exemplaren van een herdruk van het veel gevraagde boek beschikbaar, waarvan er alleen al bij Uitgeverij 010 in Rotterdam reeds vijfduizend werden ‘uitgeleverd’.

Dat is niet verwonderlijk als men weet dat de eerste druk antiquarisch circa – 300 kost. De herdruk kreeg een kleiner formaat waarin de kleurenafbeeldingen van schilderijen van Madelon Vriesendorp zijn verkleind tot postzegelformaat. Het boek is nu echter voor geinteresseerden opnieuw bereikbaar.

Ondanks deze faam heeft Koolhaas in ons land nog weinig gerealiseerd. Daarbuiten realiseerde hij een complex woningen in Japan, een villa in Parijs en een stedebouwkundig plan met expohal in Lille.

Zijn ontwerp voor de Amsterdamse IJ-oever lijkt gesmoord in teveel ambities en te weinig geld.

Maar recent won Koolhaas meervoudige opdrachten voor stedebouwkundige deelplannen rond het station Almere Centraal Station (een door het naar metropolisme hongerend gemeentebestuur van de NS afgedwongen stationsnaam), Holendrecht in Amsterdam en kreeg hij directe opdracht voor het gebied rond het centrum van Zoetermeer.

In de kelder van het stadhuis in Almere staat de maquette van het ontwerp voor een strip achter het station en een gedeformeerd plaatmodel terzijde van het stadhuis. In beide deelplannen vormt een stedebouwkundige plaat(vloer) een voetgangersgebied die via taluds bereikbaar is. Verder verkeer en kruisende wegen worden daaronder afgewikkeld, met toeleverend verkeer. Het vormt een eigentijdse versie van het winkelcentrum in Nordweststadt bij Frankfurt, dat in de jaren zestig naar ontwerp van Walter Schwagenscheidt en Tassilo Sittmann is ontworpen.

De strip achter het station loopt evenwijdig met het railtracee en bevat kantoorgebouwen. Naast het stadhuis wordt een winkelcentrum ontwikkeld met daarboven woningen; zeg maar een opnieuw verbeterde Amsterdamse Poort. In een lappendeken van stedelijk onbenul lijken nu ineens stedelijke oplossingen mogelijk. Koolhaas borduurt er verder op zijn deelplan in de IJ-oever terzijde van CS, als een intrigerende vorm van het beheersbaar maken van de congestie van te hoop lopende verstedelijks-effecten.

De maquette voor Almere ziet er op kleine schaal buitengewoon aantrekkelijk uit. Het is echter van meer belang hoe de uitwerking wordt gerealiseerd.

Ook rond Holendrecht toont Koolhaas zich opnieuw een meester in het ordenend optreden, het hoofd biedend aan de vroegste ontwerpfasen. De invulling zal in beide gemeenten echter afhankelijk zijn van meerdere architecten en hun opdrachtgevers. Almere heeft ruime ervaring met de NWR/BouwRAI-wijkjes, waar architecten als onafhankelijke solisten hun partituur zonder veel samenhang vertolkten.

Koolhaas roemde zijn Franse opdrachtgevers rond het nieuwe station van Lille en heeft daar zeker reden toe. Moge hij in Almere, Holendrecht en Zoetermeer meer succes boeken dan met de ontbrekende budgetten aan het IJ en zijn Rotterdamse Kunsthal. Hij moet dan ook eens wat investeren in bouwtechnisch vakmanschap om de beloften van zijn kleinschalige maquettes in te lossen.

Reageer op dit artikel