nieuws

Overzicht sluis- en stuwbouw benadrukt historische waarde

bouwbreed Premium

Sinds de Romeinse tijd worden in Nederland voor het beheersen van het water sluizen en stuwen gebouwd. De ontwikkeling naar automatiseren van de bediening van deze waterbouwkundige constructies kan grote gevolgen hebben voor het uiterlijk en de veelal nog historische technische constructie. Kennis van de ontwikkeling van deze kunstwerken is dan ook onmisbaar.

Het boek ‘Sluizen en stuwen: de ontwikkeling van de sluis en stuwbouw tot 1940’ geeft voor het eerst een overzicht van de ontwikkeling van de sluis- en stuwbouw in Nederland in de betreffende periode. Het is het resultaat van een uitgebreide studie naar de ontwikkeling van de sluis- en stuwbouw in Nederland vanaf het begin tot 1940. Het boek is het vijfde deel in de serie ‘Bouwtechniek in Nederland’ naar aanleiding van onderzoek door de Faculteit der Bouwkunde van de TU Delft in opdracht van, en in samenwerking met, de Rijksdienst voor de Monumentenzorg.

In het boek is slechts weinig gebruik gemaakt van archiefmateriaal. Voor archiefonderzoek was nauwelijks tijd. Het uitgevoerde onderzoek heeft zich dan ook beperkt tot een literatuurstudie. Het boek geeft een overzicht en een type-ordening van de in ons land in deze periode toegepaste sluiten en stuwen met hun afsluitmiddelen. Bovendien komen de werking en de constructie aan de orde. De tekeningen waarin de werking vereenvoudigd is weergegeven, bieden de lezer goed houvast in het doorgronden van de toegepaste systemen. De duidelijkheid van de tekeningen is mede te danken aan de modernste digitale tekentechnieken die bij de vervaardiging ervan zijn toegepast.

Beheersen

Sluizen spelen bij het beheersen van water een belangrijke rol. Het zijn constructies waarmee de waterstand kan worden geregeld. Ze hebben een beweegbare waterkering en ook de mogelijkheid de waterwegen aan beide zijden van de sluis met elkaar te verbinden. Dit ook als de waterstand niet gelijk is. Daarmee onderscheiden ze zich van bijvoorbeeld gemalen en overlaten die geen directe verbinding tussen twee waterwegen vormen. Duikers en grondduikers daarentegen verbinden wel twee waterwegen, maar hebben geen waterkerende functie.

Beweegbare stuwen zijn nauw verwant aan de sluizen. De waterstand achter de stuw kan hiermee op het gewenste peil worden gehouden. Bij een overschot aan water kan het afsluitmiddel vin de stuw geheel of gedeeltelijk worden weggenomen.

Het verschil tussen sluizen en stuwen is overigens niet zo groot. Soms is het zelfs niet duidelijke of men met een sluis of een stuw te maken heeft. Over een stuw stroomt gewoonlijk water heen, maar er zijn ook (schut)sluizen waar het water over de deuren heen kan stromen.

Historische waarde

Sluizen en stuwen zijn bij voortduring onderhevig aan veroudering en slijtage. Ze worden vervangen en eventueel verwijderd. Uit het onderzoek is gebleken dat desondanks veel vanuit het verleden bewaard is gebleven, dat vaak nog tot op de dag van vandaag in gebruik is.

Er is een ontwikkeling gaande naar automatiseren van de bediening van sluisdeuren en stuwen. Dit kan grote gevolgen hebben voor het uiterlijk en de constructie van deze waterbouwkundige werken. In het voorwoord van het boek wordt van de zijde van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg gesteld dat het gebodene voor hen die over de functionele toekomst van dergelijke werken moeten beslissen, een wegwijzer zal ke zijn bij het beantwoorden van de vraag of en in hoeverre een bepaalde sluis of stuw ook historische waarde heeft. Voor hen zal het zeker een leidraad blijken te zijn om te komen tot weloverwogen keuzen.

‘Sluizen en stuwen, de ontwikkeling van de sluis – en stuwbouw tot 1940’

(ISBN 90 906275 700 6) van auteur ir. G.J. Arends is te verkrijgen bij Delft University Press.

De prijs bedraagt – 79,50.

Drie schutkolken van het complex van de Oranjesluizen bij Havens Oost in Amsterdam.

Reageer op dit artikel