nieuws

NVOB gaat zich beraden op duurzame samenwerking

bouwbreed Premium

“Het NVOB dient zich zeer serieus op zijn positie te beraden. In werkgeversorganisatieland blijken namelijk duurzame vormen van samenwerking inmiddels eerder regel dan uitzondering te zijn geworden.”

Aldus voorzitter J. Ravesloot van het NVOB in zijn Nieuwjaarsrede. Hij wees op de recente fusie in de gww-sector en voegde daaraan toe “dat de burgerwerk- en utiliteitssector hier niet bij kan achterblijven”.De koepels VNO en NCW werken op secretariaats- en bestuursniveau al samen in de vereniging VNO/NCW. En eerder sloegen KNOV en NCOV de handen ineen om de Vereniging Koninklijk MKB-Nederland op te richten, ” een ontwikkeling waar het NVOB mede de aanzet voor heeft gegeven”, aldus Ravesloot.

Organisaties kiezen er kennelijk voor grotere efficiency te bereiken door de krachten te bundelen. Hij refereerde aan de fusie tussen de Verenigingen Kust- en Oeverwerken en Centrale Baggerbedrijf (met de Vereniging Kleinschalig Baggeren – red) “vooruitlopend op een eventuele verdergaande samenwerking in gww-kring”.

Volgens Ravesloot kan de burgerwerk- en utiliteitssector hier niet bij achterblijven. Inmiddels is er al een samenwerking tot stand gebracht met de Nederlandse Vereniging van Bouwondernemers en zijn de contacten verstevigd met de Confederatie Gespecialiseerde Aannemers, een bundeling van zeven organisaties van aannemers die veelal in onderaanneming werken.

Ravesloot zei het niet ondenkbaar te achten dat de positie van het NVOB ook kan worden versterkt door verbreding van de achterban, maar noemde geen namen van mogelijk andere kandidaten voor samenwerking en/of fusie.

Eind vorig jaar deed de kersverse voorzitter W. Lubberhuizen van de gefuseerde baggerorganisaties dat wel. Hij noemde het logisch dat er naast een GWWO voor de belangenbehartiging in de gww er een bouwpoot overblijft: NVOB en VGBouw.

Rol hoofdaannemer

Eerder sprak het NVOB zich al uit voor meer verticale samenwerking in de bouwkolom. Een samenwerking, waarbij ieder de eigen deskundigheid en kwaliteit inbrengt op deelgebieden ten behoeve van het totaal.

Daarbij had Ravesloot overigens de positie en de coordinerende rol van de hoofdaannemer voor ogen. Hij noemde de jongste EIB-prognoses voor de bouwproduktie in 1995 (+3,5 %) weliswaar een hoopgevende inschatting, maar denkt “dat die alleen maar kan worden waargemaakt als de rol van de hoofdaannemer in het bouwproces onverkort overeind blijft”. Maar zowel van de onderkant als ook de bovenkant van de bouwkolom wordt druk uitgeoefend op de positie van de hoofdaannemer, aldus de voorzitter.

“De gespecialiseerde aannemers krijgen een steeds groter deel van de uitvoering door enerzijds meer uitbesteding van werk door hoofdaannemers en anderzijds toeneming van partiele aanbesteding”, zo zei hij.

“Er zijn zelfs toeleveranciers die de rol van totaalaanbieder gaan spelen en hooguit voor bouwkundige uitvoering nog een aannemer inschakelen. De opkomst van bouwmanagementbureaus en general constractors maakt dat ook daar de hoofdaannemer een deel van zijn markt in de regie-activiteit dreigt te verliezen.”

Het uitvoerend bouwbedrijf heeft bij dat alles dan nog de nodige ballast mee te nemen als gevolg van collectivisme. Voor Ravesloot mag het jaar 1995 “het jaar van de decollectivering worden, in het bijzonder decollectivering op het terrein van de arbeidsverhoudingen. Met meer ruimte voor eigen invulling van arbeidsvoorwaarden binnen de onderneming.

Dereguleren

Ook van het dereguleren door de overheid is het NVOB een groot voorstander “zolang dat inhoudt dat er ook daadwerkelijk minder regels op het uitvoerende bouwbedrijf afkomen”.

Tegelijkertijd biedt decollectivering voor het NVOB kansen. “Het zou een ingang en een start ke zijn voor verdere toespitsing van adviezen, diensten en produkten naar individuele of groepen van leden.”

Reageer op dit artikel