nieuws

Iran brengt meer vaart in bouwactiviteiten

bouwbreed Premium

De publikatie in maart dit jaar van het tweede vijfjarenplan kan wat meer vaart brengen in de bouwactiviteiten in Iran. De kansen voor buitenlandse aannemers namen sinds 1993 aanmerkelijk af. In 1994 besloot de regering zoveel als mogelijk plaatselijke bedrijven in te schakelen.

Die voorkeur gold voor relatief eenvoudige werken en meer gecompliceerde poen voor onder meer de olie-industrie. Met deze beslissing wilde de overheid de deviezenvoorraad sparen. Tegelijkertijd hield de regering meer geld over voor het aflossen van schulden die men in het begin van de jaren negentig aanging.

Op grond van het besluit de voorraad deviezen zo min mogelijk aan te spreken werden veel nieuwe poen afgelast of overgedragen op plaatselijke bedrijven.

Bij het laatste valt te denken valt onder meer aan de uitvoering van waterkrachtpoen als de dammen Karun-3 en Karkheh. Buitenlandse bedrijven ke momenteel meer verwachten van het werk voor de dam Godare Landar, voorheen Karun-4 waarvoor Japan een zachte lening van zo’n – 760 miljoen beschikbaar stelde. De totale investering voor deze dam beloopt ruim – 1 miljard.

Lange termijn

De bijbehorende centrale krijgt een vermogen van duizend MegaWatt. Kansen doen zich tevens voor bij de aanleg van spoorwegen, de mijnbouw en bij de bouw van energiecentrales. In het eerste en het laatste geval geeft de beschikbaarheid van voldoende middelen de doorslag.

Op lange termijn speelt de aanleg van gasleidingen naar Pakistan, India en Europa. Hier bepaalt de komst van buitenlands kapitaal of de werken doorgang vinden.

Pakistan

De poen waarmee de regering van Pakistan onder meer de infrastructuur wil verbeteren komen alleen dan tot uitvoering wanneer de particuliere sector de kosten betaalt. De overheid is gebonden aan strikte regels die openbare uitgaven tot een minimum moeten beperken. Vorig jaar introduceerde het landsbestuur enkele maatregelen die de buitenlandse belangstelling voor investeringen in Pakistan aanmerkelijk vergrootten.

Op basis van dit succes denkt de regering dat nieuwe maatregelen het enthousiasme verder zullen versterken. De internationale interesse houdt vooral verband met de energiesector. Mede daardoor kan naar verwacht in 1997 de oplevering plaats vinden van het waterkrachtpo in de rivier de Hub met een vermogen van 1292 MegaWatt. De uitvoering van dit en soortgelijke werken vergt ook de verbetering en nieuwbouw van transportleidingen.

Investeringen vergen ook de bouw van voorzieningen voor de opslag van olie en netwerken voor distributie. Ook de voorzieningen voor verkeer en vervoer vergen verbetering.

Temeer wanneer Pakistan zich wil ontwikkelen als voordeur naar de landen in Centraal Azie. Deze rol vraagt onder meer de aanleg van een spoorlijn, een autoweg en een olieleiding tussen deze landen en de Pakistaanse haven nabij Keti Bunder in Sind. Sinds juni 1994 sloot de overheid voor meer dan – 20 miljard aan overeenkomsten voor infrastructuur- en industriepoen.

Financiering

Investeerders tonen voldoende belangstelling maar ontmoeten nogal wat problemen bij het rondkrijgen van de benodigde financieringen.

De regering vestigt de hoop op de constructie die de bouw van de Hub-dam mogelijk maakte. Het ging hierbij om een combinatie van aandelenuitgifte en commerciele- en concessionaire leningen. Mogelijk wordt op deze wijze ook de uitvoering gefinancierd van het waterkrachtpo Ghazi Barotha dat een vermogen van 1450 MegaWatt krijgt en ruim – 2 miljard aan investeringen vereist.

Reageer op dit artikel