nieuws

Cijfers arbeidsproduktiviteit nog niet vergelijkbaar

bouwbreed Premium

De arbeidsproduktiviteit wordt in de economie gedefinieerd als de totale output van een huishouding gedeeld door de totale kosten aan arbeid. Wordt er dus een investering gepleegd die tot gevolg heeft dat er meer output komt dan stijgt de arbeidsproduktiviteit zonder dat het personeel ook maar een enkele inspanning behoefde te leveren. Macro gaat dit voor de bouw op.

Wijlen prof. Sikkel en ir. Erkelens van de TU-Eindhoven definieerden in 1984 als volgt: Onder produktiviteit in de bouw verstaan we het quotient van datgene dat binnen de bouw werd geproduceerd en van hetgeen nodig was om die (deel)produktie tot stand te brengen. Zij maakten onderscheid in macro, de gehele bouwnijverheid; meso, het bedrijf of de organisatie; en micro, de bewerkingen of activiteiten die op de bouwplaats gebeuren.

Op micro-niveau is produktiviteitsverhoging te bereiken door:

1. Verhoging van de effectiviteit, ofwel verbetering van het resultaat, en

2. Verhoging van de efficiency, ofwel verlaging van de werkelijke offers in geld of uren arbeid.

Beide verhogingen c.q. verlagingen zijn meetbaar. Maar zijn ze ook vergelijkbaar? En waarop?

Drie rapporten

In de nota ‘Productivity measurement of steel construction’ doen de onderzoekers J. Lall en I. Minkarah van de universiteit van Cincinnatti verslag van hun onderzoek. Zij verzamelden van twee gebouwen cijfers over de dagelijkse produktie van het leggen van vloerelementen met de bijbehorende werkuren. Het zelfde deden zij bij het oprichten van de staalconstructie. Ze waren per dag een uur op de bouwplaats en dat 30 werkdagen lang. Ze ontvingen van de uitvoerder niet te controleren gegevens over absenties, werkonderbrekingen en storingen. De dagproduktie bleek enorm te schommelen als gevolg van de regen die echter niet als werkonderbreking was genoteerd. De onderzoekers merken op dat de verzamelde produktiecijfers grof zijn, maar een inzicht geven in de arbeidsproduktiviteit. Wij betwijfelen dit gezien het ontbreken van enig gegeven over de effectiviteit en de efficiency.

Metselaars

Een tweede nota is die van R. Horner en M.Ab-Hamid van de Universiteit van Dundee (Schotland) ‘Influence of wall panel characteristics on the productivity of bricklayers’.

Zij verzamelden gedurende acht maanden op drie bouwplaatsen gegevens bij metselaars en vermeldden: de mate van vakmanschap, de kwaliteit van het toezicht, de werkmethode, het beloningsysteem en de invloed van het ontwerp op de metselproduktie. Ten opzichte van dit laatste constateren zij dat de lengte van de muren en het aantal openingen grote invloed hebben op de ‘produktiviteit’ van de metselaar. Uit langjarige SAOB-studies is het bekend dat die beide factoren inderdaad invloed hebben op het aantal per uur te verwerken steen. Maar dat is een produktiegegeven en heeft weinig of niet te maken met de produktiviteit van de metselaar. Daar horen gegevens over de tijdsbesteding en de werkprestatie bij.

Bekistingswerk

De derde nota (uitgebracht in het kader van het Managementsymposium in Trinidad) is van de hand van M. Katavic, I. Zavrski en S. Skrbic van de Universiteit van Zagreb in Kroatie.

Voor het uitbreken van de strijd in het voormalig Joegoslavie hebben die medewerkers uitgebreide studies gemaakt bij diverse soorten bekistingwerk. Zij stelden tegenover de geproduceerde uren per m2 de normtijden per m2 en kwamen tot aanmerkelijke verschillen. Zij ontdekten dat die werden veroorzaakt door: de aard van de bekisting, de storingen, de lengte van de werkdag, het weer, de ploeggrootte en de mate van vakmanschap. Helaas verhinderde de oorlog verdere waarnemingen. Het bleef bij cijfers over de produktie. Maar zij waren op de goede weg, want zoals eerder opgemerkt de mate van arbeidsproduktiviteit wordt bepaald door de effectiviteit en de efficiency van de bewerkingen of activiteiten op de bouwplaats (werkplek), uitgedrukt in de verhouding tussen de produktieve tijd en de totale werktijd. En die verhouding wordt in hoge mate bepaald door de graad van organisatie (door het uitvoeringsteam) en de werkprestatie (van de bouwvakkers). Cobouw publiceerde enige tijd geleden een artikel van ing. J. van der Eyck van de SAOB met gegevens over gedurende tientallen jaren vastgelegde gedetailleerde cijfers over de produktiviteit of beter gezegd de produktiegraad, gecorrigeerd naar werkorganisatie en werkprestatie.

Hieruit blijkt dat produktiviteits- of beter produktiecijfers niet internationaal vergelijkbaar zijn omdat:

– het meetsysteem niet vergelijkbaar is, en

– omdat tijdnormen per eenheid niet beschikbaar zijn.

Een verzwarende factor daarbij is dat de bouw niet bestaat, maar verdeeld is over de sectoren woningbouw, utiliteitsbouw, grond-, weg- en waterbouw, renovatie, restauratie en onderhoud. Elk met hun eigen specifieke produktie(produktiviteits) kenmerken.

De internationale arbeids- en organisatiedeskundigen hebben dus nog wel wat te bestuderen en te vergelijken.

Reageer op dit artikel