nieuws

Trilnaald is terug in de betonproduktenindustrie

bouwbreed

De betonindustrie maakt weer gebruik van de trilnaald. Het is niet de handbediende trilnaald, bekend van het verdichten van in het werk gestort beton, maar een mechanische staaf met een relatief hoge frequentie (en dus een relatief hoog geluid). Terwijl de meeste fabrieken werken met triltafels en -bekisting, worden de betonnen putten bij Martens Beton BV te Oosterhout verdicht door een robot met trilstaven.

De robot maakt deel uit van de nieuwe produktielijn voor de fabricage van betonnen rioleringsputten. Hij heeft vier verstelbare trilstaven, die automatisch in de mortel neergelaten worden tijdens het vullen. Via een transportband en een piramidevormige verdeler komt het beton in de mal terecht. Een wapening met stalen staven is overbodig, het beton is van zichzelf voldoende sterk. Bij grote modellen worden staalvezels toegevoegd als wapening. De meeste putten echter zijn geheel ongewapend. Er wordt gewerkt met een aardvochtige mortel met lage water/cementfactor (ca. 0,36) en met een zeer hoge trilcapaciteit. Het resultaat is een produkt met weinig porien en een relatief hoge druk- en treksterkte (druksterkte B55). De sterkte en dichtheid zijn zo hoog, dat een 12 cm diepe verankering van de vier kogelkop-hijsogen voldoende is.

Procesindustrie

De nieuwe produktielijn van Martens Beton vertoont alle trekken van een procesindustrie. Dat past in de filosofie, die het bedrijf sinds een aantal jaren volgt. “Mensen zijn niet geschikt voor het zware, onhandige en dure werk in een betonfabriek”, legt drs. A.F. Vugts van Koninklijke H.H. Martens en Zoon BV uit. “Machines daarentegen hebben geen creativiteit, robots zijn ongeschikt als mens. Met dat in gedachten zijn we met de machinebouwer om de tafel gaan zitten.” Het resultaat is een vergaand geautomatiseerde produktielijn. “Het is geen machine, maar een installatie met bewegende stalen mallen”, stelt Vugts.

In de fabriek van Martens zijn geen medewerkers meer te vinden die met de hand stroomprofielen in putten aanbrengen. “Dat waren geweldige vaklui, maar het past niet in ons concept”, aldus Vugts. “Onze medewerkers zijn nu georganiseerd in teams. Zij zijn niet meer gericht op het uitvoeren van een enkele handeling, maar beheersen de vaardigheden voor alle voorkomende handelingen. Het middenkader ontbreekt. Zulke ‘autonome taakgroepen’ zijn zeer geschikt voor het bewaken van een producerende installatie.”

Nergens ter wereld

Volgens Vugts is er waarschijnlijk nergens ter wereld een installatie zoals de nieuwe produktielijn bij Martens Beton. De onderdelen voor de stalen mallen staan in een magazijn. Als het nodig is worden afwijkende onderdelen in de werkplaats bijgemaakt. De mallen worden door enkele medewerkers voor elke order apart samengesteld en op de produktielijn geplaatst. Zij passeren elk op hun beurt het vulstation en worden door een robot in een magazijn geplaatst. Na de initiele verharding van tenminste 24 uur haalt de robot het produkt op voor de ontkisting. Ook dat is werk voor een robot. Hij verwijdert de binnenkist, lost het produkt en stuurt de onderdelen van de mal naar de plaats waar ze schoongemaakt en bewaard worden.

De put zelf wordt na het ontkisten zo nodig gekanteld en schuift door naar de plek, waar de sparingen afgewerkt worden. Nabewerken is er overigens niet bij, het produkt voldoet vanzelf aan hoge kwaliteitseisen. Als er al eens een grindnest ontstaat, dan wordt de betreffende put afgekeurd en vernietigd.

Robot voor het vullen van de mallen, met vier automatische trilstaven.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels