nieuws

Levering en oplevering

bouwbreed

Toen de wetgever in 1907 in ons Burgerlijk Wetboek de aannemingsovereenkomst ging regelen maakte hij om te beginnen geen wezenlijk onderscheid tussen de aanneming en de arbeidsovereenkomst. Beide verplichten, immers de ene partij om voor de ander tegen beloning arbeid te verrichten, zo was de redenering. De definitie van de aannemingsovereenkomst, die daarna volgde, bevatte als wezenlijk kenmerk van de aanneming de verplichting van de aannemer om tegen een bepaalde prijs een bepaald werk tot stand te brengen.

De nieuwe bepalingen, die nu binnen afzienbare tijd in ons Burgerlijk Wetboek over de aanneming van werk zullen worden opgenomen, beginnen met een definitie. Die geeft het wezenlijke verschil met de arbeidsovereenkomst wel aan: aan de verplichting van de aannemer om een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen wordt daarbij niet voldaan in het verband van een dienstbetrekking. Direkt daarna volgt, dat het vervaardigde werk door de aannemer moet worden opgeleverd. Dat is niet hetzelfde als ‘geleverd’, want dat begrip wordt gebruikt voor de overdracht van eigendom of andere rechten. De levering bestaat overigens niet alleen uit de feitelijke handeling, daar moet ook een daarop betrekking hebbende overeenkomst aan voorafgegaan zijn.

Welke feitelijke handeling nodig is voor het doen overgaan van de eigendom is afhankelijk van de aard van het goed. Zo zijn voor de eigendomsovergang van onroerende zaken een notariele akte en de inschrijving daarvan in de openbare registers nodig.

De oplevering is iets heel anders. Dat is een van de hoofdverplichtingen van de aannemer, die bestaat uit het ter beschikking stellen van het werk aan de opdrachtgever, nadat hij aan zijn andere hoofdverplichting heeft voldaan: het maken van een werk van stoffelijke aard. Niet zelden zal dat werk al lang eigendom zijn van de opdrachtgever. Ook de reparateur van Uw tv-apparaat is een aannemer, maar hij hoeft de eigendom daarvan niet aan u over te dragen want hij is daarvan geen eigenaar geworden toen hij het meenam naar zijn werkplaats. Ook de koper/aanbesteder van een huis wordt daarvan geen eigenaar door de oplevering, want dat is hij al geworden toen de akte, waarbij hij de grond kocht, werd overgeschreven.

Nee, de levering van een bouwwerk levert doorgaans heel wat minder problemen op dan de oplevering.

Normaal is dat de aannemer die tot die oplevering verplicht is, aan zijn opdrachtgever te kennen geeft dat het werk gereed is en dat de tgenoemde dan het werk keurt. Heeft hij geen of geen wezenlijke bezwaren dan aanvaardt hij het formeel, al dan niet onder voorbehoud; anders weigert hij dat onder aanwijzing van de gebreken. Omdat de wet aan het niet binnen redelijke tijd reageren op de kennisgeving van de aannemer door het keuren van het op te leveren werk, de veronderstelling verbindt dat de opdrachtgever het werk dan stilzwijgend heeft aanvaard, is het van belang zo’n kennisgeving aangetekend te versturen.

Voor een uitgebreidere regeling van de oplevering zullen we ook niet in het nieuwe B.W. hoeven te zoeken. Daarvoor moeten we zijn in de betreffende standaardvoorwaarden, waar is bepaald hoe die oplevering dient te geschieden. In de U.A.V. is dat vrij gedetailleerd gebeurd; daarin wordt ook de ‘redelijke termijn’, die aanleiding is voor het aannemen van een stilzwijgende aanvaarding anders geconstrueerd. Die termijn is niet in een aantal dagen aan te geven, want als binnen vijftien dagen na de kennisgeving geen opneming heeft plaats gevonden, moet de aannemer eerst een nieuwe aanvraag bij aangetekende brief sturen. Pas als daar na acht dagen nog niet op gereageerd is door een opneming, wordt het werk geacht te zijn goedgekeurd. Voor het bestaan van een rechtsgeldige oplevering is niet steeds een schriftelijke aanvraag, zoals in de U.A.V. voorgeschreven, nodig. Toen de aanbesteder van een hotel in een geding voor de Raad van Arbitrage aanvoerde, dat geen oplevering had plaats gevonden van dat werk, besliste de Raad dat ook zonder schriftelijke aanvraag een rechtsgeldige oplevering kan plaats vinden.

Die aanvraag kan tot het bewijs van de oplevering bijdragen, maar dat bewijs kan ook op een andere manier geleverd worden. In ons geval was in een ook door de directie ondertekend verslag vastgelegd, dat het werk door aannemer, aanbesteder en directie gezamenlijk was opgenomen. In dit verslag, dat het hoofdje ‘oplevering’ droeg was vermeld dat, behoudens de nog te verrichten werkzaamheden, het werk was goedgekeurd.

Waarschijnlijk heeft de opdrachtgever van het hotel later problemen gehad met de manier waarop het was gebouwd. Als dat gebreken betrof, die niet als verborgen konden worden aangemerkt, had hij die bij de opneming aanvaard of althans door zijn architect laten aanvaarden. Daar kon hij dan dus niet meer op terugkomen, tenzij hij kon ontkennen dat er een rechtsgeldige opneming had plaatsgevonden. Maar dat zou alleen het geval zijn als er een strikt formele uitleg aan de opnemingsregeling van het U.A.V. zou worden gegeven. Zo’n uitleg zou niet alleen tot een beslissing hebben geleid, die zich niet verdraagt met de redelijkheid en billijkheid, maar zou ook de bedoeling van de U.A.V.-regeling hebben miskend: het aangeven hoe het bewijs van de opneming of van een stilzwijgende goedkeuring (mede) geleverd kan worden. Maar niet dat dit niet door andere bewijsmiddelen zou ke gebeuren. En het in een ondertekend verslag vastleggen van de goedkeuring was daarvoor natuurlijk meer dan voldoende.

(BR 1988 p. 311)

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels