nieuws

Experimentele woningbouw maakt kasba kijkwijk

bouwbreed

Piet Blom was in de jaren zeventig de kampioen ‘experimentele woningbouw met een ministerieel predikaat’. Hij verwierf het predikaat met extra hoge experimentensubsidies voor zijn Kasbah in Hengelo en paalwoningen in Helmond. In Amersfoort-Kattenbroek verrees een vereenvoudigde versie van de Kasbah, die weer experimenteler blijkt dan veel modieuze vormwil in deze kijkwijk.

Piet Blom lijkt een probleem voor de serieuze architectuurkritiek. Enerzijds prees bijvoorbeeld zijn leermeester Aldo van Eyck Piet Blom internationaal in Team X en werd de in De Pijp opgegroeide en naar Monnickendam uitgeweken architect internationaal beroemd om zijn Kasbah in Hengelo.

De roem leek aan slijtage onderhevig toen Bloms studiegenoot de Prix de Rome in de tweekamp naar Piet zag gaan. Joop sprak over elitaire kaasblokjes op omgekeerde prikkers naar aanleiding van de vroegste paalwonmingen. Het was niet groots om het werk van Blom zo te kleineren, maar gaf wel een indicatie van collegiale kritiek. Die is zelden verheffend. Maar Piet Blom kon in Helmond zijn theaterzaal met een kring van paalwoningen realiseren.

Rotterdam, altijd in voor iets bijzonders, bezorgde Blom de kans voor een bomenbos als overbouwing van de Blaak. Natuurlijk was dat geen voorbeeld van volkshuisvesting en zijn de bewoners er even elitair als in de Kasbah of boomwoningen. Maar de regelmatig opengestelde kubuswoning trekt meer publiek dan mening Rotterdams museum. Daarbij valt niet te ontkennen, dat Blom stadsbeelden realiseerde die volstrekt uniek zijn. Een wandeling boven de Blaak overtuigt in dat opzicht zelfs tegenstanders. En als er een handvol liefhebbers voor die exclusieve kubuswoningen zijn, dan presteert Blom er meer dan menig onzinnige bijdrage aan NWR-buitenexposities in Almere of de verloedering van Kattenbroekse wethoudersarchitectuur.

De oorsprong van de kasba ligt in een studie die keramisch-pannenspecialist A. Sjoer van het toenmalige samenwerkingsorgaan Nedaco promootte. De jonge Prix de Romewinnaar werd gevraagd een ontwerp te maken dat als ‘stedelijk dak’ werd gepubliceerd. Het maaiveld kon benut worden voor parkeren, plaatselijk openbaar groen, kleine en grotere winkels en dergelijke. Een bouwlaag hoger lag een net van ontsluitingswegen voor langzaam verkeer naar de woningen, die zelf nog een bouwlaag hoger kwamen te liggen.

Woningen voorzien van royale buitenterrassen en verschillende bouwlagen werden gesitueerd onder de met keramische pannen gedekte zadeldaken. Hoge woondichtheid, dubbel grondgebruik en gedacht voor opengevallen plekken in binnenstedelijke stadsvernieuwing was uitgangspunt bij de uiteindelijk gereduceerde Hengelose Kasbah in een buitenwijk als een ver afgezwakte visie, die desalniettemin terecht hoog werd gewaardeerd als bijdrage aan de discussie rond sociale woningbouw.

Nu staat in Kattenbroek een verder vereenvoudigde versie, ditmaal met splitlevel-woningen met op maaiveld een woning van 6 x 8 meter, aan ruim zes meter brede woonstraatjes die zijn overbouwd met extra ruimte die bewoners in de gelegenheid stelt thuis te werken.

Daarmee is Piet Blom terug bij zijn oorspronkelijke opvattingen en zou het woongebied overdag meer levendigheid krijgen doordat er meer mensen aanwezig blijven en niet langer hoeven te reizen naar hun werk. Dat gaat in zekere zin ten koste van sociale contacten f. die per scherm onderhouden worden?f. en de noeste werkers krijgen steeds minder lichamelijke beweging. Maar goed, iedere utopie kent zwakkere kanten als de mens zich zelf niet creatief genoeg opstelt. En een splitlevel geeft ook al wat meer beweging terug.

Men kan zinvolle kritiek op het wijkje van 33 woningen hebben, al hadden de geplande 200 beter gebouwd ke worden om op ruimere schaal te onderzoeken hoe zo’n woonvorm functioneert. De nieuwe kasba oogt traditioneel gebouwd, met opgaand metselwerk en slechts incidenteel voor de overbouwingen relatief lichte betonconstructies. Als ‘stedelijk dak’ zijn er veel perforaties opgenomen voor tuintjes tussen de woningen op ruim zeven meter afstand van elkaar, die worden doorsneden door voetpaden. Zowel voor als achter de woning ligt zo’n tuinsnipper, begrenst door ontroerende timmerwerkjes. Het geheel werd kleinschaliger dan in Hengelo en ook hier wordt een bewuste keuze van bewoners voor deze woonvorm gevraagd. Men woont dicht op elkaar, maar de woonruimte met insteek vormt een contrapunt ten opzichte van die stedelijke dakperforatie. Woonomgeving en woning lopen ruimtelijk in elkaar over. En de terrassen bestaan uit verbrede balkons van een meter of drie in de diepte!

De smalle straatjes tussen de veelal twee-aan-twee gebouwde woningen hebben per woning twee parkeerplaatsen terzijde van de huisdeur.

Zo komt het me voor, dat Piet Blom opnieuw een stap verder is gekomen. Of deze woonvorm succesvol zal blijken is moeilijk te voorspellen. Ze is minder spectaculair dan de paalwoningen, wat gewoner dan de Hengelose Kasbah. Maar de woonvorm past bij politieke stellingnames en verbreedt het assortiment woonvormen. Het heeft me altijd licht verbijsterd dat de Kasbah kennelijk geen doorwerking mogelijk maakte. Nu dat resultaat er eindelijk is, zou een gedegen bewonersonderzoek over een jaar gehouden moeten worden.

Zoals Blom al met de boomwoningen aantoonde, speelt hij graag met het vuur van een eigenzinnige vormwil. Wie daarvan niet is overtuigd, moet even een kijkje aan de Granpre Molierestraat ter hoogte van de Le Corbusierstraat nemen direct terzijde van Kattenbroek. Het ‘Russische paleisje’ noemde Blom zelf uitdagend dicht bij kitsch staan. Als het niet zo onduidelijk was wat kitsch nu wel en niet is, dan zou ik het graag als zodanig bestempelen. Maar in Kattenbroek zelf is de nieuwe kasba-volgeling te interessant als woonvorm om die zo gemakkelijk weg te honen.

Afgezien van het feit dat er slechts 33 van de voorgenomen tweehonderd woningen zijn gerealiseerd, behoren ze tot de hoogtepunten van volkshuisvesting in Kattenbroek, dat behoudens enkele uitzonderingen ten onder gaat aan wethoudersarchitectuur van twijfelachtig gehalte. Maar wat zegt een naam of categorale aanduiding van een criticus? Ik realiseerde me dat op de kleine Arcam-expositie die vorige maand rond recent werk van Blom werd gehouden. Wat die Russische uien zijn in Rusland (bouw)kunst en hier te lande kitsch; maar de door een ui bekroonde toren leek me Michael Graves’ postmodernisme voor het Haagse ministerie van WVC te overtreffen. Ach en het is al jaren geleden dat de nog onbesuisde(re) Carel Weeber via een ingezonden stukje in de krant protesteerde tegen de kennelijk beter in het Rotterdamse architectuurklimaat liggende pronkzucht van Blom.

Soms zou je graag eens in de toekomst kijken, om te zien hoe Bloms werk over zeg maar vijftig jaar wordt gewaardeerd. In Kattenbroek werkt het omringende referentiekader naar mijn gevoel heel positief.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels