nieuws

Vervuiling verduurzaamd hout nog niet te bepalen

bouwbreed

Met een vergunningplicht voor verduurzaamd hout in de waterbouw is niemand gediend, onder meer doordat er nog geen methoden bestaan om de waterverontreiniging door het gebruik van verduurzaamd hout te meten. De enige oplossing voor dit moment is het gebruik te binden aan de eis dat het hout onder Komo-certificaat is verduurzaamd.

Dat vindt de voorzitter van de Vereniging van Houtimpregneerinrichtingen in Nederland (VHN), ing. C. Boon. Hij reageerde gisteren op het symposium ‘Verduurzaamd houtgebruik in de waterbouw’ in Utrecht op de uitspraak van de Raad van State in het geschil tussen de VHN en het hoogheemraadschap Rijnland.

De Raad van State besliste dat het hoogheemraadschap geen algemeen verbod op het gebruik van verduurzaamd hout mag uitvaardigen. Maar volgens de raad valt het slaan van palen van verduurzaamde hout wel onder het begrip ‘lozing’ uit de Wet Verontreiniging Oppervlaktewateren. Dat betekent dat iedereen die verduurzaamd hout wil toepassen een vergunning nodig heeft van het hoogheemraadschap.

Volgens Boon is de samenleving allerminst gebaat bij deze ruime interpretatie van het begrip ‘lozing’, omdat het veel bureaucratie veroorzaakt. In feite zouden volgens de VHN-voorzitter ook tal van andere activiteiten dan aan een vergunning moeten worden gebonden, zoals het vissen met lood of verchroomd koperen haakjes en de gemotoriseerde recreatievaart.

Geen meetmethode

Bovendien zijn er geen normen en methoden om de emissie door het gebruik van verduurzaamd hout te meten. Dat bleek ook uit de bijdrage van ing. R.J. Saft van het Rijksinstituut voor Integraal Zoetwaterbeheer en Afvalwaterbehandeling (Riza) aan het symposium.

Hij concludeerde dat de kennis over het uitlooggedrag van verduurzaamd hout op een laag niveau staat. Op dit moment valt volgens Saft nog niet te zeggen of het hout met de huidige kwaliteit voldoet aan de milieudoelstellingen.

Er zijn volgens hem nog enkele jaren onderzoek nodig voordat er bruikbare resultaten zijn. Volgens ir. J. Zevenbergen van Iwaco BV is de waarde van gestandaardiseerde uitloogtesten eveneens beperkt.

Intussen is de VHN samen met het Riza, Rijkswaterstaat en het Ministerie van VROM gestart met een speurtocht naar een methode om materiaalkeuringen uit te voeren ten behoeve van eventuele vergunningverleningen. Volgens Saft zijn daarvan op korte termijn echter geen concrete resultaten te verwachten.

Op dit moment is volgens Boon het enige praktisch werkbare instrument dat iets zegt over de milieukwaliteit van verduurzaamd hout, het Komo-certificaat. Dat is ook volgens hem weliswaar niet voldoende, maar bij gebrek aan beter stelde hij de waterbeheerders voor het te gebruiken als toetsingscriterium bij vergunningaanvragen. Want volgens de VHN is er eigenlijk geen alternatief voor verduurzaamd hout. Vrijwel alle andere materialen zijn volgens Boon twee tot drie maal zo duur of kennen technische belemmeringen bij de toepassing.

Rijnland

Wie in het hoogheemraadschap Rijnland beschoeiingsmaterialen wil aanbrengen zal in elk geval voortaan een vergunning moeten aanvragen. In deze aanvraag moeten emissiegetallen worden gespecificeerd. Rijnland zal dan beoordelen of de emissie toelaatbaar is of is tegen te gaan door het treffen van voorzieningen. Bij die beoordeling zullen ook de mogelijke alternatieve materialen een rol spelen. Daarbij zal wel vooroverleg worden gevoerd met de aanvrager.

Het hoogheemraadschap is van plan in de komende jaren het effect van het beleid te toetsen. Als de effecten onvoldoende zijn, acht Rijnland het niet uitgesloten dat bestaande beschoeiingen zullen worden verwijderd.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels