nieuws

Stadsvernieuwing doet Belfast en Londonderry uit as herrijzen

bouwbreed

Het is een verwarrend gezicht. Onder de grauwe hemel vormt de vier meter hoge metalen muur een grimmig symbool voor de haat in Belfast. De gepantserde platen scheiden katholieke en protestante wijken in de hoofdstad van Noord-Ierland. Ze overleefden zelfs de val van de Berlijnse Muur.

Pal naast de muur tonen aantrekkelijke sociale woningen echter het nieuwe gezicht van Belfast.

een rijtjes met krotten meer die zo’n 25 jaar geleden het straatbeeld kenmerkten, maar leuke huizen die bewonderende experts van ver over de grenzen aantrekken. Als blijk van de internationale erkenning mag Belfast in 1995 het 45ste wereldcongres organiseren van de in Nederland gevestigde International Federation for Housing and Planning.

In Londonderry, de tweede stad van Noord-Ierland, is de indruk al even verwarrend. Het stadscentrum van Derry, zoals de katholieke meerderheid zegt, werd begin jaren zeventig bijna letterlijk met de grond gelijk gemaakt door bomaanslagen. Nu is echter van die verwoesting niets meer te bespeuren. Eens een Europees Beiroet heeft Derry nu weer een aantrekkelijk hart, dat zich zelfs opmaakt om toeristen te ontvangen. Hoe kreeg deze transformatie van stedelijk Noord-Ierland zijn beslag?

“In 1974 voldeden 30000 huizen in Belfast niet aan de minimumnormen, ze waren in feite ongeschikt voor bewoning. Dat is maar liefst 24%. Nu ligt dat cijfer op 8% . En we hebben tevreden huurders. Onze kracht is het overleg met bewoners voor we met nieuwbouw of renovatie beginnen.” Aan het woord is Colm Shannon van de Noordierse Housing Executive (HE). De HE bezit maar liefst 157000 woningen in heel Noord-Ierland, ongeveer een derde deel van het totale bestand, en is daarmee een van de grootste huiseigenaren van Noord-Europa.

Uitgeleefd

De HE werd in 1971 opgezet en nam het huizenbestand van alle gemeenten in Ulster over. De woningproblematiek was dramatisch in Noord-Ierland en vormde extra dynamiet in het kruitvat van de godsdiensttwisten. De gemeenten konden de moeilijkheden niet aan en werden vaak beschuldigd van partijdig, pro-katholiek of pro-protestant, beleid.

Het woningbestand in Belfast (300000 inwoners), rond 1970 het slechtste van Noord-West Europa, dateerde voornamelijk uit de tweede helft van de vorige eeuw. De Victoriaanse rijtjeshuizen waren volledig uitgeleefd en misten de meest elementaire voorzieningen. In de jaren zestig waren enkele schuchtere pogingen gedaan tot verbetering: de hele Divis-wijk werd bijvoorbeeld platgewalst en vervangen door twaalf hoogbouwflats.

“Dat was volkshuisvesting zoals het niet moet”, aldus Shannon, “er vond geen overleg plaats met bewoners, het hele karakter werd uit de wijk gehaald, mensen werden massaal verwijderd. Al gauw bleek dat de mensen helemaal niet in hoogbouw wilden leven.” De HE pakte de zaken in de jaren tachtig anders aan. Nieuwbouw vindt continu, maar beetje bij beetje plaats, zodat in een wijk nooit meer dan enkele tientallen woningen tegelijk onderhanden worden genomen. Hoogbouw is uit den boze, bij het ontwerp wordt aangesloten bij de Victoriaanse stijl en staat de traditionele rode baksteen centraal.

Betrokkenheid

Vanaf het allereerste begin betrekt de HE de bewoners bij het ontwerp van de woningen, straten en leefomgeving. De HE hanteert de strenge Parker Morris kwaliteitsnormen, die veel gemeenten in de rest van het Verenigd Koninkrijk hebben laten vallen. Shannon: “Aanvankelijk waren de mensen doodsbenauwd voor het verlies van karakter van hun wijk en prefereerden ze renovatie. Ze wantrouwden ons. Maar toen bleek dat wij niemand discrimineren en dat we echt naar mensen luisteren, konden we hen overtuigen. Nu hebben mensen liever nieuwbouw dan renovatie.” Op verzoek van de bewoners is de Divis-hoogbouw op een torenflat na inmiddels weer platgegooid en vervangen door laagbouw. Sinds 1971 heeft de HE zo’n 17000 nieuwe woningen gebouwd in Belfast, waarvan de meeste en beste in de jaren tachtig. In totaal bezit de HE nu zo’n 38000 huizen in de stad. Ook de renovatie van tienduizenden huizen vond vooral in de jaren tachtig plaats. Gedeeltelijk door de HE zelf in haar eigen en andermans huizenbestand, gedeeltelijk door particulieren, die vette subsidies kregen voor dit werk.

De gemiddelde kostprijs van de HE-woningen in Belfast bedraagt ongeveer 30000 pond (f. 85000), de huur ongeveer f. 400 per maand. “Maar liefst 70% van onze huurders krijgt huurbijstand, de meesten zijn relatief arm”, legt Shannon uit. “De rijkere huurders die een huis willen kopen, betalen de marktwaarde als de woning minder dan acht jaar oud is, voor oudere huizen krijgen ze een korting.”

Sinds 1979 hebben in totaal 56000 huurders in heel Ulster hun huis gekocht van de HE. 64% van de Noord-Ieren is nu eigenaar van de eigen woning, tegen 47% in 1971. De verbetering van de volkshuisvesting in Belfast en de rest van Ulster was niet mogelijk geweest zonder overvloedige financiele middelen. De HE werd al snel na haar oprichting onder de directe verantwoordelijkheid gebracht van het ‘Northern Ireland Office’, dat weer afhangt van de Britse regering in Londen.

De Britten weten, dat de sociale problemen de terroristen in de kaart spelen en hebben daarom de HE van middelen voorzien om de problemen aan te pakken. In de periode 1981-1991 gaf de HE ongeveer 2,4 miljard pond (f. 6,7 miljard) uit aan onderhoud, nieuwbouw, renovatie en subsidies, waarvan ongeveer 800 miljoen pond (f. 2,2 miljard) in Belfast. Deze uitgaven werden voor een groot deel betaald met gelden van de centrale regering. Ook in (London)Derry (100000 inwoners) kwam de Britse geldbuidel goed van pas. De HE bouwde er 6500 nieuwe huizen en kwam vergelijkbare problemen tegen als in Belfast.

Zo werd ook in Derry een hoogbouwwijk uit de jaren zestig (Rossville, de enige in de hele stad) in de jaren tachtig met de grond gelijk gemaakt en vervangen door laagbouw. In Derry trekt echter vooral het herstel van de oude stadskern de aandacht. De onlusten begin jaren zeventig waren relatief nog erger dan in Belfast, de honderden aanslagen met brandbommen veranderden het stadscentrum in een puinhoop. Geen enkele poontwikkelaar wilde ook maar iets met Derry’s oude kern te maken hebben.

“Het tij keerde rond 1980”, stelt Michael Foster van het Londonderry Development Office. “De centrale regering financierde toen een eigen project van 12 miljoen pond (f. 30 miljoen) voor een kantoorcomplex in het hart van de stad. Dat gaf de mensen vertrouwen en maakte duidelijk dat het menens was met de plannen om mensen en werk terug te halen naar het centrum.” De dikke subsidies aan het particulier initiatief verzetten de bakens definitief.

Wie in de binnenstad van Derry een bouwpo ontwikkelt voor eigen gebruik kan rekenen op een subsidie tot maximaal 50% van de kosten. Wie ontwikkelt om te verkopen heeft een plafond van 30%. “Meestal is het minder en is een pond subsidie genoeg voor drie, vijf of zelfs twintig pond particulier geld”, aldus Foster. “We hebben honderden poen op die manier gefinancierd. Nu zijn mensen het geweld in de binnenstad moe. Ze hebben iets om trots op te zijn en wat ze niet kapot willen maken.”

Een belangrijke bijdrage aan het herstel van Derry’s centrum leverde de ‘Inner City Trust’, een initiatief van Paddy Doherty, een plaatselijke VIP. De Trust krijgt giften en subsidies van particulieren en instellingen en heeft sinds 1981 zo’n zeventig appartementen en winkels in de oude stadskern gebouwd danwel gerenoveerd. De Trust en de gemeente weren zowel de grote supermarkten als de kille etalagerolluiken uit het oude centrum. “Het gaat erom een kleinschalig, aantrekkelijk beeld te geven.”

Dorpspolitiek

De samenwerking van de verschillende groepen in de gemeenteraad, katholiek zowel als protestant, was een noodzakelijke voorwaarde voor het herstel van Derry’s hart in de jaren tachtig.

Hoewel de tegenstellingen over de toekomst van Noord-Ierland ook de ‘dorpspolitiek’ in Derry doordrenken, werken de politieke partijen constructief met elkaar samen waar het gaat om het herstel van de stad en het verbeteren van het image van Derry in het buitenland. De stad heeft de laatste jaren enige belangrijke buitenlandse investeerders aangetrokken en droomt zelfs van een toeristenindustrie.

Per slot van rekening is Derry de enige stad in Ierland waarvan de stadsmuren nog overeind staan. In de woorden van de altijd optimistische Paddy Doherty: “Derry zal binnenkort een van de aantrekkelijkste steden van Europa zijn. We zullen hier een spectaculaire ontwikkeling zien.

HARRY RIJNEN

De nieuwbouw heeft een ‘mensvriendelijk’ karakter.

In Londonderry werden herenhuizen in ere hersteld.

Het herstelde stadscentrum moet een ontmoetingsplaats worden.

Londonderry heeft de bommen geruild voor romantische steegjes.

De stadswal; een toeristische trekpleister?

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels