nieuws

Ontwerpfouten kenmerken Haagse stadsvernieuwing

bouwbreed

Een losliggende stoeptegel in een plantsoen, geflankeerd door een aantal vuilniszakken. R. Baron poleider Stadsvernieuwing in de Haagse Schilderswijk, maakt van de nood een deugd. Hij neemt plaats op de tegel en spreekt de genodigden toe, die deelnemen aan een rondleiding door het stadsvernieuwingsgebied. Onder hen zijn gemeenteraadsleden, ambtenaren en wethouder Peter Noordanus (Stadsvernieuwing). Bewoners, vertegenwoordigers van buurtorganisaties en woningbouwverenigingen vertellen over de problemen waarmee ze in de wijk worden geconfronteerd en hoe ze die willen oplossen.

Overwoekerde tuinen, graffity, slecht verlichte doorgangen en een overmaat aan hondestront bepalen in belangrijke mate het aanzien van de Haagse Schilderswijk. Het stadsvernieuwingsproces is grotendeels voltooid maar de problemen zijn er niet minder op geworden. Toen twintig jaar geleden de sloop en wederopbouw van de Schilderswijk begon, ging het al snel de verkeerde kant op, zo bleek tijdens de rondleiding. De stadsvernieuwers van het eerste uur deden hun best, zonder dat ze wisten welke problemen hun te wachten stonden. Achteraf gezien leidde dat tot een aantal blunders.

Jungle

“Er zijn ontwerpfouten gemaakt”, bekent poleider Baron. Voorbeelden van dergelijke miskleunen zijn er te over. Baron neemt het gezelschap mee naar ‘complex 444’. Dit is het oudste stukje stadsvernieuwing in de Schilderswijk. Het werd in 1974 en 1975 gebouwd tussen de Koningstraat en de Jacob Catsstraat, op de plaats waar vroeger een broodfabriek stond. Zo op het eerste gezicht ziet het buurtje er gezellig uit. De bewoners hebben met oog op de voetbalkampioenschappen oranje vlaggen en balonnen opgehangen. Het gezelschap volgt gedwee de poleider die hen meeneemt naar een overwoekerde doorgang. “We gaan de jungle in”, waarschuwt hij.

Wildernis

Hij zegt geen woord teveel. Bestrating ontbreekt. Het gezelschap waadt door de blubber en komt zo in een wildernis, die achter een huizenblok blijkt te liggen. Een vrouw laat er haar hond uit. Spontaan vertelt ze het gezelschap over de heroinespuiten die er worden gevonden, over de junks die er komen en over het afval dat er wordt gestort. Hoe die problemen moeten worden opgelost? “Zet er maar een hek omheen”, zegt ze. “Liefst zo hoog mogelijk.” Die oplossing vindt de poleider te ver gaan. Maar wel vindt hij het een goed idee om de struiken weg te halen en het terrein af te sluiten zodat alleen bewoners er nog ke komen. De sociale controle wordt dan beter en de omwonenden zullen zich er niet langer bedreigd voelen.

Bergingen

In de Rochussenhof stuit de groep op een ander soort ‘ontwerpfout’. Een brede poort geeft toegang tot een parkeerterrein. Er zijn ook bergingen voor de omwonenden. Deze zijn van buiten toegankelijk. Aanvankelijk werden ze door de bewoners gebruikt, maar toen er met de regelmaat van de klok werd ingebroken, bleven de hokken leeg. Dat maakte de problemen alleen maar erger omdat drugsverslaafden er min of meer gingen wonen. De kans om beroofd of verkracht te worden nam toe. Omwonenden durfden zich er niet meer te vertonen en het binnenterrein werd een soort vrijplaats voor criminelen.

De gemeente timmerde de bergingen dicht en daar bleef het bij. Een oplossing is dat natuurlijk niet, zegt de poleider. De bewoners betalen voor de bergruimte maar ke die niet gebruiken. De gemeente overweegt het binnenterrein opnieuw in te richten en de bergingen af te breken dan wel een andere bestemming te geven. De omwonenden moeten hierbij inspraak krijgen.

Koekebakkers

De groep komt aan in ’t Fort. Een wijkje aan de Parallelweg dat aan het eind van de vorige eeuw werd gebouwd door een van de eerste Haagse woningbouwverenigingen. Het werd ontworpen door de architect W.B. van Liefland, die er een heel eigen bouwstijl op nahield. De huizen werden in 1984 gerenoveerd, maar dat baatte niet. Optrekkend vocht en schimmel teisteren de panden.

Een bewoonster spreekt de groep toe. Ze wordt overstemd door het geluid van een drilboor waarmee een eindje verderop de straat wordt gerepareerd. Ze spreekt namens de bewonerscommissie en eist dat ’t Fort opnieuw wordt gerenoveerd. Wethouder Noordanus geeft te kennen dat hij het wijkje wil slopen.

Nu bemoeien ook andere buurtbewoners zich ermee. De huizen mogen dan slecht zijn, maar de huren zijn laag. “‘Waar moeten wij straks blijven als het wijk gesloopt is?”, vraagt een sjofel geklede man met een baard van een paar dagen aan de wethouder. De bewindsman negeert hem. Kijkt strak voor zich uit. Andere groepsleden doen een stapje opzij zodat de bewoner langzaam maar zeker naar de achtergrond verdwijnt. Ondertussen uit hij luidkeels zijn ongenoegen over het stadsvernieuwingsbeleid. Projectleider Baron maakt zich los uit de groep. “We gaan naar het volgende po”, zegt hij resoluut. De wijkbewoner slaagt er niettemin in het laatste woord te krijgen. Op het moment dat de drilboor even stilhoudt roept hij: “Stelletje koekebakkers!”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels