nieuws

Vijf ontwerpen voor provinciehuis Zuid-Holland

bouwbreed

Zoals we eerder in Cobouw hebben gemeld zijn de eerste bouwfasen van het provinciehuis van Zuid-Holland dertig jaar na de bouw aan sloop toe. Het gebouw van architect Peutz heeft een slechte natuursteengevel, de indeling van het gebouw is naar huidige maatstaven niet optimaal en installaties zijn verouderd. Het vormde reden tot een meervoudige opdracht. Liag/Kohn, Pedersen, Fox maakt kans in tweede ronde met de Architecten Cie. Concurrent Peter Gerssen miste de boot. Een signalement.

Een van de meer spraakmakende naoorlogse prijsvragen betrof in de jaren vijftig het provinciehuis voor Zuid-Holland in Den Haag. In de besloten prijsvraag kreeg architect Peutz uiteindelijk de opdracht; in de architectenwereld was veel waardering voor het ontwerp van architect J.J.P. Oud, toen in een heldere architectuurtrant werkend die aantoonde dat zijn ontwerpperiode van het Shell-gebouw was verlaten.

Peutz realiseerde dertig jaar geleden de eerste twee vleugels op de hoek tegenover het Malieveld. Zijn zoon voegde zeventien en zeven jaar geleden respectievelijk de statenzaal en een vierde kantoorvleugel toe. Het complex was omstreden door het forse bouwvolume, de traditionele architectuur, en het steeds verder dicht bouwen van de voormalige Dierentuin-locatie met een parkeergarage. Renovatie leek vroeger niet zo voor de hand te liggen, al zou men daar onder de huidige milieu-opvattingen wel degelijk anders over ke denken. Het skelet is degelijk gebouwd, misschien niet altijd even economisch met de bouwhoogte omspringend, maar de bomvrije tweede kelder die provinciaal bestuur mogelijk maakt door te regeren als de bovenbouw is ingestort, maakt sloop problematisch, duur en milieubelastend.

Via een openbare Europese inschrijvingsprocedure konden architecten hun belangstelling voor de meervoudige opdracht kenbaar maken. Op de advertentie in Cobouw reageerden circa twintig bureaus terwijl ook nog een stuk of vijf buitenlanders inschreven. Daaruit werden geselecteerd: de Londense vestiging van het Amerikaanse bureau Kohn Pedersen Fox met Liag-architecten in een ontwerpcombinatie, Peter Gersen, de Architecten Cie, Van Mourik/Vermeulen en Jeanne Dekkers van EGM.

De vijf ontwerpen waren gedurende enige tijd in de hal voor de statenzaal van het provinciehuis onderling vergelijkbaar. Daarbij toonde het ontwerp van Peter Gerssen zich af als belangrijkste Nederlandse ontwerp. Maar ook het gecombineerde KPF/Liag-ontwerp lijkt daarmee te wedijveren als een ontwerp dat architectonische kwaliteit van deze tijd aan de dag legt, die de drie overige ontwerpen doet verbleken. Peter Gerssen maakte een spectaculair ‘open’ ontwerp. Hij vervangt het L-vormige te slopen deel door nieuwe vleugels met aan de zonzijde met het aantrekkelijkste uitzicht vier ‘kamvormige’ uitbouwen. In een streng raster plaatst hij stalen kolommen in twee richtingen op 14,40 meter, tevens de diepte van de nieuwe kantoren. Hij zet dit constructieraster voort tussen de kamvormige ‘tanden’ als serregevels en -dak met glas, dat zich voortzet naar de te behouden laatst gebouwde kantoorvleugel, die daarmee een derde wand van een gigantisch atrium gaat vormen. Ook is het skelet van staal boven het f. lageref. volume van de statenzaal geplaatst en daarachter als superpergola doorlopend over een stukje park met drie volwassen bomen. Dit ontwerp komt me als zeer hedendaagse voor door drie referenties. Het slanke witte skelet verwijst naar minimal-art van mensen als Donald Judd en SolLewit, maar kan ook niet los gezien worden van het prijsvraagontwerp voor de Reichstag in Berlijn van Sir Norman Foster met dienst overmaatse glasdak. Ook is Gersen schatplichtig aan de serreneuroze die uit verschillende ontwerpen van Jan Hoogstad spreekt, zoals het ministerie van VROM. Gezien de invalsweg van Den Haag voor de deur, krijgen ambtenaren de kans een raam in de serre te openen zonder blootgesteld te worden aan vergiftiging door optrekkende auto’s. Gerssen is overtuigd van zijn uiterst milieuvriendelijke opzet die ook energie-vriendelijk door hem wordt genoemd. Van hoge bouwkosten wil hij niet horen en details worden in werkelijkheid veel mooier als in de maquette op kleine schaal. Maar persoonlijk ben ik bang dat het te overwegen ontwerp meer in de schaal van het kale Malieveld en voortrazende auto’s past, dan als onderdeel van het stedelijk weefsel voor voetgangers en langzaamverkeer op korte afstand. En het geloof in techniek en detaillering dat Peter Gerssen uitstraalt, vermag mij nog niet te bekeren van enige reserves. Het KPF/Liag-ontwerp bestaat uit een Jugendstil-achtige zweepslagvorm in de plattegrond van een gedeformeerde L-vormige kantoorvleugel. Dat is geen vormwil, dat is vormwellust. Die lust steekt adembenemend af in vergelijking tot de hier niet verder genoemde ontwerpen waarvan ik met de beste wil van de wereld geen positieve invloeden op de stedebouw ter plaatse kan bedenken, afgezien van verdere bezwaren tegen die drie ontwerpen. Het KPF/Liag-ontwerp heeft verder als voordeel, dat men zich matigt in de bouwhoogte. De statenzaal is net wat hoger dan de aansluitende zweepslag. De tuin wordt een hof met groen en een werkelijk in het ontwerp opgenomen groenruimte. Het werken aan de schaduwzijde wordt visueel gecompenseerd door een interessante groenvoorziening.

Het materiaalgebruik is Nederlands: borstweringen van baksteen tussen de horizontaal aaneengeregen kozijnpuien. Ze worden enkele malen onderbroken door trappehuizen aan transparante onderbrekingen van het kantorenlint. Aan de behouden kantoorvleugel is een duidelijke beeindiging toegevoegd. Het zou me niet verbazen als dit ontwerp door de provincie wordt gekozen; de gehuisveste ambtenaren zijn naar een globale schatting voor driekwart voor dit plan. Dat is wel interessant, omdat dit zowaar weer eens correleert met opvattingen in de ontwerpwereld.

Intussen is het opvallend dat weer een buitenlander zulke hoge ogen gooit. Zij ontwierpen reeds terzijde van het Centraal Station de MBO-torens, waarvan we moeten afwachten of die verhuurbaar blijken en dan pas kans op realisering maken. Het BNA-misbaar ten opzichte van de kosmetische Michael Graves-ingreep voor een torengevel van het ministerie van WVC even verderop, wordt er niet geloofwaardiger op, als Meier de stadhuisprijsvraag wint, de Amrobank in Amsterdam-Zuid door een Amerikaan wordt gewonnen en nu weer het bij uitstek belangwekkende gebouw als Nederlands provinciehuis! KPF/Liag heeft eenvoudig haar huiswerk beter gemaakt dan de drie grotere managersbureaus uit ons land. En wellicht moet daarbij worden opgemerkt, dat er nogal wat vooraanstaande Nederlandse bureaus kennelijk even niet bij de les waren, toen deze aantrekkelijk opdracht in de lucht hing. Inmiddels moeten verdere ontwikkelingen in de provinciale verkaveling worden afgewacht. Maar Den Haag zal wel ergens in terechtkomen, zodat een provinciehuis nodig blijft. Men vroeg om een flexibele opzet, zodat slechts een deel in provinciaal gebruik kan worden genomen met verder markt-conforme kantoorruimte voor de huur door derden. Als alles volgens plan verloopt is eergister bekend geworden wie de opdracht krijgt. Dit artikel is daar niet op aangepast als kritiek op beide belangrijkste inzendingen.

De maquette met minimal-architectuur van

Peter Gerssen. Rechts onder het bestaande bouwvolume van de statenzaal en daarboven de dakopbouw van de

te handhaven kantoorvleugel.

De maquette van KPF/Liag in vogelvlucht met de zweepslagvormige plattegrond voor de lage nieuwbouw en een puntvormige aanbouw aan de te handhaven kantoorvleugel.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels