nieuws

Structuurvisie moet karakter beschermen tegen oprukkend Den Haag: Tuinbouwgemeente Wateringen maakt zich op voor de toekomst

bouwbreed

Het is rustig in de Zuidhollandse tuinbouwgemeente Wateringen. De zon staat hoog aan de hemel en de stralen weerkaatsen op het glas van de kassen. Tussen deze kassen door kan men fraaie vergezichtjes over de weilanden ontwaren.

Heel in de verte vallen zelfs de contouren van de gemeente Delft te ontdekken. Veel dichterbij staan de flats van de buren Den Haag en Rijswijk. Als een soort voorbode van de verstedelijking die het nu nog rustige Wateringen te wachten staat, lijken ze langzaam maar zeker op te rukken.

n de Wateringse tuinder? Die haalt zijn schouders op en zegt inmiddels aan het idee gewend te zijn. Zijn gemeente heeft de strijd gestreden en die in de visie van de tuinder verloren. Begin dit jaar is Wateringen een deel van haar grondgebied aan Den Haag kwijtgeraakt. Het gezegde ‘beter een goede buur dan een verre vriend’ gaat voor Wateringen dan ook niet op. Jarenlang heeft de tuinbouwgemeente zich tegen wat zij noemde de overval van Den Haag verzet. De residentie is echter vol en moet voor bouwlocaties de eigen gemeentegrenzen overschrijden. Den Haag zag met bouwhongerige ogen mogelijkheden in de polders van Wateringen. Die wens werd door minister Alders in de Vierde Nota-extra (Vinex) verhoord en niet lang daarna door de provincie verwezenlijkt.

Dit tot groot verdriet van de burgemeester Van den Bos CZN., die niet alleen grond maar ook zo’n 1200 inwoners aan Den Haag kwijtraakte. “Met het afstaan van een belangrijk deel van het Wateringse grondgebied voelen wij ons in Wateringen geamputeerd. Dat dit geen gewone grenscorrectie is zal duidelijk zijn. De gevolgen zijn immens. Een groot aantal tuinders dat elders opnieuw wil beginnen, zal met familie en bedrijf uit het gebied verdwijnen”, aldus een teleurgestelde burgemeester in een eerdere reactie. Op 1 januari 1994 was het dan ook een feit. De bordjes werden verhangen en Wateringen was een stuk grond en 1200 inwoners armer. Inwoners die zich overigens nu wel Hagenees mochten noemen, maar zich nog steeds Wateringer voelen. De rust leek in het gebied weer te keren. Af en toe werd er naar de flats achter de kassen gekeken en door de bewoners gezucht, maar daar bleef het bij.

de schermen op de tekentafels krijgen de toekomstige bouwlocaties al behoorlijk vorm. Den Haag wil in het geannexeerde deel dat als een soort schil rond Wateringen ligt tussen de 6000 en 7000 woningen kwijt. Naar verwachting moet in 1996 al de eerste paal de grond in. De Haagse bouwlocaties moeten volgens de residentie een stedelijk karakter krijgen.

En dat is in de ogen van ir. F.A.J.M. Marks directeur van VHP Stedebouwkundigen/BDG Architecten ingenieurs uit Rotterdam maar goed ook. Als stedebouwkundige is Marks vorig jaar door Wateringen ingehuurd om voor de tuinbouwgemeente een structuurstudie te maken.

Wateringen heeft in de Vinex-onderhandelingen voor zichzelf ook een woningbouwopgave gesleurd. De gemeente gaat de komende jaren in totaal zo’n duizend woningen realiseren. Marks had de opdracht die ingrijpende veranderingen vooral verantwoord vorm te geven. Een belangrijk punt daarbij was en is dat de eigen identiteit bewaard blijft.

Het kantoor van VHP/BDG biedt een mooi uitzicht op de Rotterdamse Van Brienenoordbrug. Als een lint van mieren kruipen de auto’s naar boven richting de brug, om, eenmaal boven achter de horizon te verdwijnen. Marks keert zich van het raam en buigt zich over de twee lijvige boekwerkjes voor hem op tafel: studie hoofdstructuur Wateringen.

De studie is door Marks in samenwerking met bureau Terp uit Amersfoort en Buro Goudappel Coffeng uit Deventer uitgevoerd. Het geeft de richting aan hoe Wateringen met de verstedelijking in de komende jaren om moet gaan. Basis van de studie is volgens Marks dat vanuit de eigen identiteit van Wateringen wordt gewerkt. “Ieder gebied, en dus ook Wateringen heeft z’n eigen geschiedenis. Van daaruit moet je als stedebouwkundige werken.” De basis van Wateringen is de zogenoemde lintbebouwing. “Die lintbebouwing is een eigenheid van Wateringen waar je ruimtelijk op moet inspelen. ” Marks geeft ruiterlijk toe dat het allemaal wellicht wat vaag klinkt. “Aan de andere kant zijn begrippen als identiteit en karakter van een omgeving vaak ongrijpbaar. Het gaat er om hoe een omgeving door de bewoners wordt ervaren.”

aststaat voor Marks dat met de Wateringse bebouwing anders moet worden omgegaan dan Den Haag dat doet. “Wij zijn toch meer uitgegaan van een tuinkarakter, wat opener en wellicht wat groener.”

In dit kader noemt hij het van belang dat in de structuurstudie ook het accent op de onderlinge afstemming tussen het Haagse deel van de Vinex-bouwlocatie en het nieuwe Wateringse grondgebied inclusief de Wateringse woningbouwlocatie en bedrijfsterreinen is gelegd. Met als doel het dorpse karakter van Wateringen enigszins te waarborgen moet er tussen de Haagse en Wateringse bouwlocatie een parkzone worden aangebracht. Die zone moet de overgang van verstedelijking naar het dorpse vergemakkelijken. “Den Haag vond aanvankelijk een dergelijke invulling onzin. Je proefde een beetje de sfeer van ‘over honderd jaar hoort Wateringen toch bij Den Haag’. Toch is een parkzone dat als wijkpark dienst kan gaan doen een van de voornaamste pijlers om juist dat eigene van Wateringen te ke beschermen.”

e parkzone moet ongeveer gelijk gaan lopen aan de oostelijke gemeentegrens van Wateringen. Maar het is volgens Marks niet alleen het park die de verstedelijking van Wateringen een ander karakter dan het Haagse moet geven. “Ook door de fasering van de ontwikkeling van de twee bouwlocaties ontstaat een ander karakter. Kijk naar de Haagse locatie die met een woningaantal van zevenhonderd en misschien wel meer woningen per jaar wordt volgebouwd. Voor de Wateringse kant gelden hele andere getallen. De woningbouwlokatie Essellanden wordt in een rustig tempo bebouwd met zeg zo’n vijftig tot honderd woningen per jaar. Het duurt dus tenminste tien tot twintig jaar eer dat gebied vol is. Gedurende die periode kan het zich helemaal zetten en ontstaat vanzelf een nieuw en door de opzet vooral dorps karakter.” Marks is er van overtuigd dat het door bewust te kiezen voor een dergelijke opzet mogelijk moet zijn Wateringen het, wat hij noemt, ‘eigene’ te laten behouden. “Nieuw met oud botst altijd. Daar ontkom je ook in Wateringen niet aan. Belangrijk is dat je die botsing tussen oud- en nieuwbouw op een verantwoordde wijze laat plaatshebben. Aan de andere kant is er niets veranderd met vroeger. Ook toen ging je hier in Wateringen de hoek om en stond je oog in oog met een koe. Straks loop je van een karakteristieke straat tegen een nieuwbouwwoning op. Ik geloof niet dat je daar al te dramatisch over moet doen.”

n de structuurvisie wordt verder een beeld gegeven van de infrastructuur. Volgens de visie moet de wijze waarop het verkeer nu zijn weg door Wateringen vindt aan de nieuwe ontwikkelingen worden aangepast. Gekozen is voor het instellen van zogenoemde verkeerssectoren. Dit betekent dat het sluipverkeer zoveel mogelijk wordt tegengegaan. De nieuwbouwlocaties moeten middels de nog aan te leggen N211/N54 zoveel mogelijk worden ontsloten. Deze provinciale weg komt ten westen van Wateringen te liggen. Via twee aansluitingen kan men dan Wateringen binnenrijden. Meer nog dan alle woningbouwplannen stuitte bij de presentatie van de structuurvisie aan de Wateringse bevolking dit voornemen op het nodige verzet. Het idee, volgens Marks ontstaan om de Wateringse karakteristiek door het autoverkeer niet te laten verzieken, wordt door een deel van de bevolking als een belemmering gezien. De indeling in sectoren maakt het inderdaad onmogelijk om met de auto van de ene wijk naar de andere te gaan, de fiets wordt daarentegen geen strobreed in de weggelegd. De Wateringse bevolking wil echter met de auto ook eenvoudig het centrum ke bereiken. VHP Stedebouwkundigen bekijken nu de mogelijkheid om toch wat knippen in de sectoren aan te brengen. Vaststaat voor hem dat er aan de verkeerssituatie iets moet worden gedaan, omdat een toenemende druk van de nieuw bouwlocaties door Wateringen niet kan worden opgevangen. “Sluip- maar vooral doorgaand verkeer moet zoveel mogelijk worden geweerd.”

e omringende bouwlocaties maken het overigens ook noodzakelijk dat het Wateringse winkelapparaat wordt uitgebreid. Plannen bestaan voor een uitbreiding van de winkelvoorziening tot 12000m2 vloeroppervlak. Dat betekent bijna een verdubbeling ten opzichte met wat er nu aan voorzieningen in Wateringen aanwezig is.

“Het is, ook voor de ondernemers zelf, van belang dat deze ontwikkeling enigszins in de hand worden gehouden. Maar al te vaak zie je in de buurt van grootschalige woningbouwlocaties een explosie aan winkelapparaten. Zoiets moet je sturen. De nieuwkomers op de Haagse locaties moeten naar het daar te realiseren winkelcentrum. Wateringen moet zijn kleinschaligheid aan winkelvoorzieningen enigszins behouden.”

e stedebouwkundige laat zijn blikken over de tekeningen gaan. Het blijft even stil na de vraag of met alle Vinex-locaties op komst dit ‘gouden tijden’ voor de stedebouwkundige-bureaus zijn. Dan zegt hij: “Er is veel te doen. Dat is waar. Met de opmerking gouden tijden ligt ook een beetje de vraag of het ook makkelijke tijden zijn verscholen. Dat zijn het dus beslist niet. De toekomstige bewoner van de Vinex-locaties stelt bijzonder hoge eisen aan de woonomgeving.

Veelal laat hij een eigen woning achter dus heeft hij als consument een bepaald beeld van zijn toekomstige plek in het hoofd. Dat betekent dat de kwaliteit goed moet zijn. Dat betekent voor de stedebouwkundige ook dat die zorgvuldig moet omgaan met wat er is. Dat staat even los van Wateringen en geldt voor alle locaties. Wat daar allemaal op moet worden gerealiseerd mag geen gesneden koek zijn. Gebeurt dat wel dan ontstaat er een gigantisch probleem vrees ik.”

En wordt het nog wat met Wateringen? Marks glimlacht en zegt: “Wordt het wat? Het is al heel wat.”

Hans Ouwerkerk

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels