nieuws

Onderzoek EIB geeft nauwkeuriger beeld Aantal ongevallen in bouw veel groter dan gedacht

bouwbreed

Het aantal ongevallen in de bouw is bijna twee keer zo hoog dan tot nu toe altijd werd aangenomen op grond van de door het SFB vastgelegde gegevens. Een door het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) uitgevoerd onderzoek resulteert namelijk in een veel hoger ongevallencijfer. Volgens directeur L. Akkers van de stichting Arbouw zit die uitkomst “dichter bij de waarheid”.

Elk vierde kwartaal verricht het EIB een doorlopend panelonderzoek onder de honderd grootste bouwbedrijven over de gang van zaken in het betreffende jaar. Op verzoek van Arbouw is vorig jaar in dat onderzoek de door de stichting gehanteerde ongevallen-vragenlijst aan de bedrijven voorgelegd. En dat leverde een heel ander beeld op, dan tot nu toe het geval was.

Uitkomst EIB

Kwam het SFB op basis van een samen met Arbouw ontwikkeld verbeterd registratiesysteem over 1992 uit op 11947 ongevallen op bouwplaatsen (255 meer dan het jaar daarvoor), het EIB komt over 1993 uit op ruim 33500 ongevallen. Dat aantal heeft uitsluitend betrekking op 180000 bouwvakkers. De uitvoerders zijn daarbij buiten beschouwing gebleven.

Bovendien moet bij de uitkomst van het onderzoek een aantal kanttekeningen worden geplaatst. Het EIB registreerde namelijk elk ongeval, als gevolg waarvan een werknemer zich bij zijn werkgever tijdelijk arbeidsongeschikt meldde.

Een fors aantal ongevallen (10700) bleek niet op de bouwplaats te zijn gebeurd. Bijna 550 ongevallen waren het gevolg van het verkeer, ruim 6200 een gevolg van deelname aan sport, ruim 1800 een gevolg van doe-het-zelven en ruim 2100 ongevallen waren toe te schrijven aan allerlei andere oorzaken.

Tijdens woon-werkverkeer vonden 1600 ongevallen plaats. Bleven over de 21200 ongevallen in werktijd op de bouwplaats: bijna een verdubbeling ten opzichte van de SFB-registratie over 1992.

Niet onveiliger

Volgens Akkers wil dit geenszins zeggen dat de bouw onveiliger zou zijn geworden. “De stijging van het aantal ongevallen is in feite uitsluitend een administratieve zaak. Wij hebben altijd al geroepen dat de registratie zoals die plaatsvond bij het SFB, niet een getrouw beeld gaf van de werkelijke situatie in de bedrijfstak. We hebben steevast aangenomen dat het aantal ongevallen beduidend veel hoger zou zijn. Het EIB-onderzoek stelt ons daarin nu gelijk”, legt hij uit.

Dat het SFB veel minder ongevallen registreerde schrijft de directeur van Arbouw toe aan het ontbreken van enige prikkel bij de werkgever om ongevallen als zodanig te melden bij de bedrijfsvereniging: “Vaak werd volstaan met een niet nader toegelichte ziekmelding. Voor de uitkering van de werknemer maakt het namelijk niks uit of de werkgever een ziekmelding nader onderscheidt in een oorzaak. Of het nu gaat om een ongeval in of buiten werktijd dan wel gewoon een of andere ziekte, de werknemer krijgt steevast de zelfde uitkering”, verklaart hij.

Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld Duitsland, waar een uitkering nadrukkelijk verbonden is aan de aard van de ziekmelding.

Nog beter

Akkers meent overigens dat de registratie van ongevallen in de bouw, ondanks het EIB-onderzoek (“dat al een stuk dichter bij de waarheid zit”) nog voor verbetering vatbaar is. Maar hij verwacht dat het nog zeker 2 tot 3 jaar zal vergen voordat het zover is. Dat heeft mede te maken met “nieuwe ontwikkelingen, zoals de nieuwe wetgeving op gebied van ziekteverzuim en arbeidsomstandigheden. Die maken het er niet makkelijker op tot een efficiente registratie te komen.” Hij wijst er op dat werkgevers de eerste twee tot zes weken verantwoordelijk zijn voor doorbetaling van loon aan zieke werknemers. Dat zal velen de noodzaak van melding aan een centraal punt ontnemen.

Bovendien moeten werkgevers na de genoemde periode van eigen risico in zee gaan met een arbo-dienst naar eigen keuze. Gelet op het aanbod van dit soort diensten dreigt ook hierdoor verdere versnippering van gegevens.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels