nieuws

Kleine bedrijven moeten meer over grens kijken

bouwbreed

Grotere bedrijven die over de grens willen bouwen, zullen dergelijke plannen al snel na het bedenken uitvoeren. In het midden- en kleinbedrijf (MKB) komen zulke voornemens daarentegen niet snel in de praktijk. Debet daaraan zijn verhalen over problemen die aan de andere kant van de grens ke optreden en over de moeilijkheden die wet en regel ke veroorzaken. Een tijdelijk po van de Gemeentekring Almelo, Bouwhof De Citadel uit Rijssen en de Kreishandwerkerschaft Borken moet vooral voor het MKB de weg naar grensoverschrijdende (bouw) activiteiten effenen.

Het po voorziet volgens drs. Th. van Rijmenam van de Gemeentekring Almelo in enkele en deels al uitgevoerde activiteiten voor de bouwnijverheid in het gebied Almelo/Borken. Het programma is gericht op kennismaking met de bouwmarkt in het buurland. Te denken valt hier aan informatieve bijeenkomsten, exportreizen en excursies en aan samenwerkingsverbanden tussen Nederlandse en Duitse ondernemers.

Op een later tijdstip valt te denken aan het uitbreiden van de activiteiten van Bouwhof Citadel in Rijssen. (Bouw)bedrijven ke daar expositieruimte huren en zich daar presenteren aan afnemers en collegabedrijven. De Citadel biedt verder cursussen en studiebijeenkomsten aan. Ondernemers van buiten Twente waaronder Duitse bedrijven maken hiervan al in beperkte mate gebruik. De betrokken Kamers van Koophandel en de Nederlandse-Duitse Kamers van Koophandel leveren hieraan een bijdrage. De contacten die tijdens de bijeenkomsten en excursies ontstaan moeten leiden tot concrete samenwerkingsverbanden en gezamenlijke bouwactiviteiten.

Concurrentiedenken

Tot op heden vindt volgens Van Rijmenam binnen de bouwnijverheid niet of nauwelijks grensoverschrijdende samenwerking plaats. Het sterke concurrentiedenken leidde er zelfs toe dat bedrijven aan de andere kant van de grens vaak weinig kansen krijgen om mee te dingen bij aanbestedingen. Het po geldt dan ook als een proef voor de Euregio. Het moet de bouwsector aan beide kanten van de grens versterken en vooral het MKB tot wederzijdse samenwerking zien te bewegen. Vooral de bedrijven uit deze categorie vinden nog maar moeilijk hun weg naar de andere kant van de grens. Het po stelt enerzijds het economisch belang van de bedrijfstak in de regio zeker en biedt aan de andere kant een weerwoord op bedreigingen als ongunstige groeiverwachtingen en toenemende internationalisering.

Overbelast

Het gaat volgens K. Furst van Bouwhof De Citadel om een tijdelijk programma dat voorwaarden schept en informatie en voorlichting geeft. Bedrijven moeten zelf de problemen oplossen die bijvoorbeeld samenwerking met zich meebrengt. De organisatie van het Duitse en het Nederlandse bedrijf biedt evenwel voldoende mogelijkheden voor wederzijdse aanvulling. Te denken valt aan constructies waarin het Nederlandse bedrijf een po als geheel aanneemt en het Duitse bedrijf bepaalde specialistische taken laat uitvoeren. Voorkomen moet worden dat het Nederlandse bedrijf op alle punten voordeel boekt en de restjes overlaat voor de Duitse partij. Samenwerking moet ertoe leiden dat beiden in gelijke mate voordelen boeken.

Benadeeld

Het Duitse MKB ziet er volgens mr. S. van der Avoort van de Kreishandwerkerschaft Borken anders uit dan het Nederlandse. Veelal gaat het om kleinere bedrijven waarvan de eigenaar naast zijn eigen vak alle voorkomende werkzaamheden uitvoert en mede daardoor nogal eens overbelast raakt. De beoogde samenwerking legt een extra druk op de bedrijfsvoerder. Daarbij bestaat aan Duitse zijde de indruk dat Nederland de markt afschermt voor buitenlandse gegadigden. Navraag bij bedrijven leert dat de Duitse aannemers die zich benadeeld voelen niet zelden alleen kennis hebben van de Duitse VOB en nauwelijks weten hoe in Nederland wordt aanbesteed. Ook de kennis over bijkomende maar niet minder belangrijke kwesties als de cao en de belasting blijkt nauwelijks aanwezig.

Bevorderen

Een EU-voorlichter als Van der Avoort voorkomt dat geinteresseerden heen en weer worden gestuurd. Deze adviseur kan onder meer gebruik maken van de juiste contacten bij de overheid en kan mede daardoor de integratie in het grensgebied bevorderen. Deze activiteit blijft in elk geval tot 1996 bestaan. Noordrijn-Westfalen en de EU betalen elk een deel van de bijbehorende kosten waarvan de Kreishandwerkerschaft 20 procent betaalt. Als een van de resultaten valt een toenemende Duitse belangstelling voor Nederland te constateren. Dat uit zich onder meer in het gezamenlijk ontwikkelen van produkten en een gezamenlijke dienstverlening. Borken ligt tussen Enschede, Winterswijk en Doetinchem en telt zo’n 2500 tot 3000 bedrijven waarvan pakweg 75 tot 80 procent is georganiseerd. De Kreishandwerkerschaft laat zich vergelijken met het KNOV. Het genoemde grensoverschrijdende po kost bij elkaar ruim f. 225000 waarvan de EU de helft vergoedt. Dat gebeurt in het kader van de Interreg-overeenkomst.

Werken

In Duitsland wacht volgens Van der Avoort een groot volume aan werken. Bedrijven uit het westen van het land verleggen hun activiteiten naar het oosten. Daardoor ontstaat in het westen een soort vacuum en het is deze leemte waarvan het Nederlandse bedrijf gebruik kan maken. Daar komt bij dat de prijzen in Duitsland onder druk staan wat de Duitse aannemer tot scherper calculeren dwingt.

De ervaring die de Nederlandse aannemer met krappere budgetten opdeed kan ook hier vruchten afwerpen. In andere sectoren dan de bouwnijverheid vindt een toenemende grensoverschrijdende activiteit plaats. Te denken valt bijvoorbeeld aan de overheden in de grensgebieden. Die stoten onder meer aanvankelijk gemeentelijke taken als het ophalen van vuilnis en het schoonmaken van de openbare weg af. Duitse bedrijven nemen niet zelden die activiteiten over. Ook in sectoren als de metaal- en elektro-industrie neemt de grensoverschrijdende samenwerking toe.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels