nieuws

Berlijnse woningen van architect Zaha Hadid

bouwbreed

Had de architect Zaha Hadid tot voor kort een gebouwd oeuvre dat voornamelijk f. behoudens interieurs en meubelenf. uit papier bestond, in Duitsland kreeg zij de kans om vrijwel gelijktijdig twee ontwerpen te realiseren. Na de brandweerpost in Weil am Rhein blijkt ook haar woningbouw in Berlijn verrassend.

De brandweergarage van de in Londen woonachtige architect Zaha Hadid ondervindt grote belangstelling uit de hele wereld. Hadid haar ontwerpen waren de laatste jaren goed voor talrijke publikaties, maar hielden het imago van papieren architectuur, waarvan je nooit weet hoe dat in werkelijkheid uitpakt. In Weil am Rhein leverde ze een enorme prestatie door een grundtlich gedetailleerd gebouw op te leveren, dat vaak de van prachtige foto’s van het werk van de Japanner Tadao Ando ter plaatse glorieus in kwaliteit overtreft. Dat is nogal wat voor een eerste werk als men het vergelijkt met vroeg werk van een qua opvattingen verwante architect als Rem Koolhaas, wiens overbluffende Kunsthal inmiddels aan verbouwing toe is. Zijn bouwtechniek is naief en illustreert het gebrek aan bouwkundige kennis.

Maar de meesterproef in Weil am Rhein overtuigde, waarbij het budget overigens ook niet kinderachtig was.

In Berlijn heeft het lang geduurd voordat de woningbouw tot stand kwam. Het ontwerp dateert van 1987, als een van de laatste opdrachten binnen het kader van de Internationale Bau-Ausstellung (IBA). Het ging om de hoek van een min of meer gesloten bouwblok in de directe omgeving van de Martin-Gropius-Bau. Aangrenzende bebouwing werd in dezelfde ontwerpfase door andere vrouwelijke collega’s in het kader van de IBA gerealiseerd, maar valt niet op door specifieke kwaliteit in welke zin dan ook.

Op de hoek van de Stresemann- en Dessauerstrabetae springt letterlijk en figuurlijk de hoekbebouwing er uit. Dat was overigens helemaal niet de bedoeling van de stedebouwkundige Oswald Mathias Ungers, die in het kader van de IBA aan twee tot drie verdiepingen dacht. Maar het kan niet toevallig zijn geweest, dat Hadid precies de grote kavel in het bouwblok kreeg, die ook nog op het belangrijkste stedebouwkundige punt ligt.

Tijdens een rondleiding inzake het toekomstige Berlijn wist de gids geen bijzonderheden te vertellen. Maar een medereiziger verklaarde terloops dat het hier ‘een Hadid’ betrof.

Dat verwonderde in zoverre, dat realisering van het ontwerp nauwelijks bekend was. Maar een hoektoren van zeven verdiepingen met woningen toont ‘typisch deconstructivistische’ trekjes met (soms ogenschijnlijk) vooroverhellende gevels en een opvallend materiaal- en kleurgebruik. Deze toren was dus ook strijdig met de gedachte bouwhoogte in het stedebouwkundig plan.

Het is altijd weer de vraag, in hoeverre een keurig wat anoniem stedebouwkundig plan ook zo moet worden uitgevoerd. Welnu, de volstrekt niet opvallende woningbouw er naast overtuigt dat het anders kan, zeker voor zo’n hoekbebouwing. Het vormt daarmee ook een accent dat bij de gratie van de omringende middelmaat extra kwaliteit lijkt te hebben.

Maar ook de aansluitingen op de belendende bebouwing is niet braaf trendvolgend. Aan beide hoeken is het langgerekte complex beeindigd met een doorgang naar het binnenterrein. Dat is overigens openbaar gebied en omvat ook de entree tot de bovenwoningen. Aan de straatzijde zijn langs de straat voornamelijk winkels ondergebracht. In een langer stuk van de straatwand als de toren is dat verder twee verdiepingen hoog.

Die beide doorgangen overbruggen en passant hoogteniveaus tussen straat en binnenhof, hetgeen aanleiding gaf tot verrassende ruimtelijke ontwikkelingen. Daarbij kan wisselend gebruik worden gemaakt van hellingen en trappen, waarbij een van de doorgangen ook nog tot de vloer van de tweede verdieping doorloopt.

Een trappehuis bleek ook zo’n ruimtelijk interessant gegeven, overigens tamelijk luxe omdat de gebruikers wisselend tijdens het gebruik worden geconfronteerd met uitzicht op straat en binnenhof. Kom daar maar eens om, overtuig daar je opdrachtgever maar eens van. Dat lukte Hadid kennelijk.

Plaatselijk helt een gevel voorover, zoals ik al aangaf. Bijna even interessant is dat andere gevels keurig loodrecht staan, maar ogenschijnlijk vooroverhellen door een lichte knik in de gevel en vooral door de beeindigingen. Bijvoorbeeld bovendaks een even schuin in plaats van waterpas beeindigde daklijn. En bij de even naar achter inspringende gevel is het voorste deel ook niet verticaal maar een paar graden afwijkend opgetrokken. Het deed me denken aan de architectuur van Ton Alberts en Max van Huut en misschien regionaler gezien aan de karakteristieke organische architectuur van Hans Scharoun. Het is verwonderlijk, dat zulke uiteenlopende architecten en tijden dan weer meer gemeen hebben dan ik althans verwachtte. Bijna pregnant zijn enkele stevige kleurtoetsen. De laagbouw kreeg een zeegroen/blauwe tint, de toren deels een bekleding met genuanceerd gekleurde donkere natuursteen, terwijl tussen witte gevels enkele kleuraccenten in geel en rood zijn afgewerkt.

Zo kreeg Zaha Hadid in de Bondsrepubliek een tweede kans om een gebouw te realiseren. De bebouwing staat in een stedelijker situatie dan de brandweerpost in Weil am Rhein. Maar in de stedelijker context van Berlijn zette zij een welbewust bescheiden landmark, en dat kon in de onderhavige situatie helemaal geen kwaad.

Na Weil am Rhein begin ik het deconstructivisme bijna te waarderen. Want zo’n torentje als een scheepsboeg in de niet direct interessante aansluitende bebouwingen overtuigde me meer dan ik verwachtte. En die verwantschap met Scharoun bleef me fascineren…

De beeldbepalende hoektoren met zeven woonlagen boven winkels en rechts een licht voorover hellende gordijngevel.

Zij-aanzicht met links de eenvoudige laagbouw met twee woonlagen boven de winkels.

Hofzijde van het blok met een hoge doorgang naar de Dessauer Strabetae waar ruimtelijke kwaliteit met relatief eenvoudige middelen is bereikt. Beide verticale kleuraccenten zijn rood en geel.

De doorgang vanaf de Dessauerstrabetae naar de binnenhof van buitenaf gezien, plaatselijk vier bouwlagen hoog met een lichte distantie ten opzichte van de belendende bebouwing.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels