nieuws

Marchesi L. e P. Antinori; Ruim zes eeuwen pionieren in wijn

bouwbreed

Wat Italie de wijnliefhebber te bieden heeft, is overweldigend: in hoeveelheid, variatie en kwaliteit.

Maar de kennis des goeds en des kwaads wordt meer gediend door een aantal pioniers dan door de officiele wetgeving, die, zacht uitgedrukt, de praktijk op enige afstand volgt.

Bij de pioniers staat de markies Piero Antinori vooraan. Hij staat aan het hoofd van het fameuze wijnhuis Marchesi L. e P. Antinori dat al in 1385 door Giovanni di Piero Antinori te Florence werd gesticht. De opeenvolgende generaties hebben die ruim zes eeuwen niet stilgezeten, zonder ophouden werd er geexperimenteerd, vernieuwd, uitgebreid, alles op eigen kracht. En de regelgeving volgde, meestal.

Het bekendste voorbeeld daarvan is de ‘zaak Tignanello’. In 1971 lanceerde Antinori een nieuwe wijn uit het Chianti Classico-district, waarin behalve de voor dit gebied voorgeschreven Sangiovese druif ook de niet-inheemse Cabernet Sauvignon en Cabernet-Franc een rol speelden en waarin het aandeel van de eveneens verplichte witte druiven was weggelaten. De wijn, die naar de wijngaard Tignanello werd genoemd, werd de officiele classificatie DOC, laat staan DOOG onthouden en moest met de lage aanduiding ‘vino di tavola’, tafelwijn, door het leven. Antinori deed geen pogingen om alsnog in het bezit te komen van de begeerde uitmonstering en ging zijns weegs: wrocentl Cabernet Sauvignon en Cabernet-Franc, die voor wat meer tannine zorgden, geen witte druiven, die naar zijn mening niets van waarde aan het geheel toevoegden, een lagere opbrengst per hectare, waarbij de druiven apart (per soort bij elkaar en niet meer door elkaar, zoals vroeger) werden aangeplant, nieuwe en verbeterde technieken, zoals een andere wijze van snoeien en een andere wijze van rijpen: twee jaar op nieuwe kleine houten fusten en dan nog een jaar op fles. De erkenning volgde, niet alleen praktisch, omdat de Tignanello met de ‘gewone’ aanduiding ondanks zijn bepaald niet lage prijs (hier meer dan vijftig gulden) een wereldsucces werd en andere Italiaanse wijnproducenten zijn voorbeeld volgden, maar ook in de wetgeving: in de zomer van 1984 verscherpte het Italiaanse ministerie van Landbouw de normen voor de Chianti-wijnen aanzienlijk, zich daarbij vooral op de ‘Antinori formule’ baserend. De Solala, die met 75% Cabernet Sauvignon ook ‘maar’ een vino di tavola is, draagt zelfs een prijskaartje van ver over de honderd gulden. Antinori leverde ook zijn bijdrage aan het herstel van de kwaliteit van de authentieke Sangiovese-druif. Hij meent dat het nu zover is en de jaren negentig zullen zich naar zijn mening kenmerken door de wedergeboorte van de Chianti Classico.

Het merendeel van Antinori’s wijngaarden ligt in de Chianti Classico (rood) en in de Orvieto Classico, Umbrie (wit). De rose’s van het huis komen van akkers langs de Toscaanse kust en witte wijndruiven groeien ook rond Montelore, ten noorden van Florence.

Hans Schmidt

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels