nieuws

Kans op werkloosheid vorig jaar gestegen

bouwbreed

De kans voor bouwplaatspersoneel om met werkloosheid te maken te krijgen is in 1993, na een jarenlange daling, weer gestegen. Gemiddeld was 12% van de werkenden werkloos of is dat nu nog. De werknemers in de grond-, weg- en waterbouw springen daar met een percentage van ruim 20% nog sterk bovenuit.

Frans Oremus

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek onder werknemers in de bouw van het Economisch Instituut Bouwnijverheid (EIB).

De werkloosheidskans steeg in 1993 voor het eerst weer sinds 1987, toen 17% van de werkenden werkloos was geweest. In 1988 was dat percentage gedaald tot 13 en vorig jaar bedroeg het nog geen 10.

Opvallend is dat het verschil in de kans op werkloosheid voor werknemers in de gww nog steeds aanzienlijk groter is dan die voor werkenden in de b&u. Tot 1992 gold dat het absolute verschil vergeleken met enkele jaren daarvoor minder was geworden, maar de grotere kans op werkloosheid blijkt voornamelijk de werknemers in de gww te treffen. Voor hen is de kans steeds meer dan twee keer zo groot als voor de b&u’ers. In 1987 en 1988 bijvoorbeeld bedroeg die kans 23%, terwijl die voor de werknemers in de b&u in die jaren respectievelijk 14% en 10% was. In 1994, zo voorspelt het EIB, is de kans op op werkloosheid in de b&u 8% en in de gww 21%.

De timmerlieden wijken overigens met 8% sterk af van de andere beroepsgroepen. Tenslotte blijft regionaal bezien de kans op werkloosheid in de regio Noord relatief het grootst. De werkloosheidskans bedraagt bedraagt hier 22% tegenover 6% in het Westen des lands.

Kwaliteit

In het rapport komt verder naar voren dat er in toenemende mate een beroep wordt gedaan op het vakmanschap van het bouwplaatspersoneel. Het EIB concludeert dit uit het feit dat het percentage werkenden dat vindt dat zijn werk een hoge mate van vakbekwaamheid, improvisatietalent en eigen initiatief vraagt sterk is toegenomen. Ook minder-geschoolden vinden dat hun werk ingewikkelder is geworden. Volgens het EIB wijst een en ander op een veranderende produktie met meer aandacht voor kwaliteit.

De waardering van de arbeidsinhoud is eveneens opnieuw licht gestegen. Over de arbeidsomstandigheden is maar liefst 75% tevreden. Het minst positief zijn de metselaars.

Loonstijging

Meer bouwwerknemers zeiden in 1993 (55% tegenover 50% in ’92) hun arbeidsmarktpositie goed te vinden. Onder arbeidsmarktpositie wordt onder meer verstaan de bedrijfsbinding, die in 1993 steeg naar gemiddeld 9,5 jaar voor de werknemers van 25 jaar en ouder. Ook de lonen gingen vorig jaar verder omhoog. Gemiddeld bedroeg het weekloon van de volwassen werkende f. 540 tegenover f. 535 in 1992. Het percentage dat zegt meer dan het cao-loon te verdienen bleef met 55% gelijk. De toeslag op het cao-loon bedroeg 13 procent.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels