nieuws

Hydrofoberen van monumenten vraagt grondig vooronderzoek

bouwbreed

Alvorens monumenten te hydrofoberen is het raadzaam een grondig vooronderzoek te verrichten. Gebeurt dat niet, dan is de kans groot dat het middel erger is dan de kwaal. Vocht kan namelijk grote schade veroorzaken, terwijl de behandeling juist is bedoeld om vochttoetreding en aantasting te voorkomen.

Bert Bosker

Tot die conclusie komt ir. R.P.J. van Hees van TNO-Bouw na een onderzoek dat is verricht in opdracht van de Rijksdienst voor de Monumentenzorg. Van Hees lichtte de resultaten van zijn onderzoek toe tijdens het symposium ‘Restaureren Conserveren Monumenten’ dat werd gehouden in Eindhoven.

De Rijksdienst voor de Monumentenzorg wordt de laatste jaren steeds vaker geconfronteerd met schade aan gehydrofobeerde monumenten. De schade varieert van het schilferen van het metselwerk tot het loskomen van hele plakken steen met een dikte tot wel twee centimeter.

Het TNO-onderzoek concentreerde zich rond tien geselecteerde gebouwen. De oorzaak van de problemen bleek in alle gevallen de aanwezigheid van optrekkend vocht in de muren, al dan niet in combinatie met de aanwezigheid van zouten. Het vocht kan door het hydrofoberen moeilijk verdampen, waardoor vorstschade gemakkelijker kan optreden dat bij niet-gehydrofobeerd metselwerk.

Van Hees komt dan ook tot de conclusie dat bij het hydrofoberen van monumenten voorzichtigheid is geboden. Het blijkt dat de hydrofobering na het aanbrengen lang werkzaam blijft (tot twintig jaar), maar bovendien dat het effect op de voegen sneller afneemt dan op de stenen.

Monumenten

Hoewel het hydrofoberen niet altijd de oorzaak van de schade hoeft te zijn, is de kans daarop wel groot bij een slechte uitvoering van het hydrofoberen of bij een te groot verschil in effectiviteit van de behandeling tussen voeg en steen. In dat laatste geval kan namelijk gemakkelijk vocht binnendringen door de voegen.

Van Hees acht het dan ook in alle gevallen noodzakelijk dat er een grondig vooronderzoek wordt verricht naar de aanwezigheid van vocht en zouten, voordat wordt besloten of hydrofoberen de juiste behandeling is. Dat geldt met name voor monumenten omdat daar enkele factoren meespelen die de kans op schade verhogen: een niet-homogene kwaliteit van de materialen, reparaties en vervangingen in het verleden, vernieuwing van het voegwerk (vaak zonder dat de voegen opnieuw zijn gehydrofobeerd), de aanwezigheid van zouten en een grotere kans op optrekkend vocht.

Zonder een grondige inspectie vooraf acht Van Hees desastreuze gevolgen niet uitgesloten. Want de behandeling kan zijn doel, het voorkomen van vochttoetreding en vervuiling, ook volledig voorbijstreven.

Ten behoeve van het vooronderzoek heeft TNO-Bouw een soort checklist samengesteld aan de hand waarvan systematisch het betreffende monument kan worden geussennspecteerd.

Europees onderzoek

Medio 1994 gaat overigens een breder opgezet onderzoek van de Europese Unie van start, waarvan de coroterdinatie in handen is van TNO-Bouw. Daarin zullen de gevolgen van conserverende oppervlaktebehandelingen op metselwerk in het algemeen worden onderzocht.

Andere deelnemers aan dit onderzoek zijn Kunstpatrimonium uit Belgie en de Universiteit van Milaan.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels