nieuws

Ook in 1995 geen ‘boom’ in Belgische woningbouw

bouwbreed

Ondanks de ook in Belgie lage hypotheekrente van gemiddeld 6 tot 6,5 procent zal er noch dit jaar, noch in 1995 sprake zijn van een ‘boom’ in de Belgische woningbouw. Dat komt omdat de andere omgevingsfactoren voor de meeste mensen met nieuwbouwplannen voor een huis of appartementswoning ronduit ongunstig blijven en in feite nog zijn verslechterd door het ‘globaal plan’ van de centrum-linkse regering-Dehaene.

De gevolgen van de saneringsoperatie van het Belgische kabinet zal de bevolking nu steeds meer aan den lijve gaan ondervinden. In het algemeen kan men zeggen, dat ook de kandidaat-woningbouwers zich steeds bewuster beginnen te worden van de financiele gevolgen van het globaal plan. Dit plan voorziet niet alleen in flinke besparingen om het enorme begrotingstekort en de nog rampzaliger staatsschuld, met f. 555 miljard ongeveer de hoogste ter wereld, terug te dringen.

Het legt de bevolking tevens forse lasten op waardoor het beschikbare gezinsinkomen gevoelig wordt aangetast. Bovendien is het globaal plan bijzonder vastgoed-onvriendelijk waardoor geld beleggen in woningen, waarvoor in Belgie vanouds grotere belangstelling bestaat, een stuk minder interessant is geworden. Zelfs de opleving van de sociale woningbouw, vooral in Vlaanderen, zal het uiteindelijke resultaat van de woningbouw niet ke uittillen boven dat van het uitzonderlijk goede jaar 1992, toen met de bouw van 46645 nieuwe woningen werd begonnen; de beste prestatie sedert 1980.

Afstraffing

In Belgie wordt 65% van de woningen door de eigenaar bewoond. Enkele honderdduizenden Belgen bezitten bovendien nog een tweede woning aan de kust of in de Ardennen. Waarom moeten ze nu gevoelig hogere vastgoedlasten moeten gaan betalen. De Unie der Immobilienberoepen bestempelt deze maatregel van de regering-Dehaene zelfs als een regelrechte afstraffing voor de vastgoedbezitters.

Uit informatie die deze krant heeft ingewonnen bij de Nationale Confederatie voor het Bouwbedrijf (NCB) f. de aannemersbondf. , bij de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven, bij de studiediensten van enkele grote banken en in de vastgoedsector blijkt de hierboven vermelde tendens te worden bevestigd; in 1994 zullen er in Belgie 3 tot 5 procent minder woningen worden gebouwd dan het jaar tevoren. De ongunstige omgevingsfacoren zullen niet gecompenseerd ke worden door de laagste hypotheekrente in ongeveer dertig jaar. Daarbij komt dat ook de hoge registratierechten in Belgie (12,5%) en de hoge btw op nieuwbouw van 20,5% nu niet bepaald de meest geschikte middelen zijn om de bouw te stimuleren.

Sleutelen

Volgens een woordvoerder van het Belgische ministerie van financien ziet het er ook niet naar uit dat aan deze hoge percentages en de extra belasting op een tweede woning gesleuteld zal worden, tenzij de huidige regeringscoalitie verdwijnt en de ‘bouwvriendelijker’ liberalen in ’s lands bestuur terugkeren.

Enkele weken geleden had de NCB reeds in haar conjunctuuroverzicht verklaard dat de lage stand van de hypotheekrente de negatieve effecten van de aantasting van het gezinsinkomen en van de hogere vastgoedlasten niet zou ke goedmaken. De teruggang in de woningbouw zette zich al vorig jaar in en was in de eerste plaats een gevolg van de economische recessie.

Het Nationaal Instituut voor de Statistiek (NIS) in Belgie is niet snel met zijn cijfers. Daarom staat tot nu toe pas zeker vast dat in het eerste halfjaar van 1993 met de bouw van 22882 nieuwe woningen werd gestart en dat was 8,2% minder dan in de overeenkomstige periode van 1992.

In de tweede helft van vorig jaar zou met de bouw van tussen de 20000 en 21000 woningen zijn begonnen zodat het cijfer van 1992 lang niet wordt gehaald. Overigens is er ook een nieuwe ontwikkeling; de achteruitgang was vorig jaar het grootst in Vlaanderen met maar liefst 14,4%, terwijl in Wallonie een stijging werd opgetekend van 17% en in Brussel van 7,6%.

Qua volume worden natuurlijk nog altijd in Vlaanderen verreweg de meeste huizen gebouwd.

Opmerkelijk is intussen dat het aanbod aan duurdere appartementswoningen weer duidelijk toeneemt, bijvoorbeeld in Brussel. De afgelopen tien jaar hebben ongeveer 45000 gezinnen de Brusselse agglomeratie om twee redenen verlaten; ofwel konden zij de uit de pan rijzende huurprijzen niet meer opbrengen, ofwel hielden ze het voor gezien omdat de kwaliteit van hun behuizing beneden alle peil was.

Van een echte massale trek terug naar de stad is zeker in Brussel geen sprake, uitgezonderd dan het feit dat er in de sector van de sociale woningen weer nieuw leven zit. Ook de renovatie van oude stadsdelen trekt weer bewoners aan van buiten.

Infrastructuur

Ook de kantoor- en industriebouw, die jarenlang de motor van de bouw was toen de woningbouw het liet afweten, heeft nu duidelijk de beste tijd achter de rug. De activiteit in deze sector daalde in 1993 met ongeveer 13 tot 15 procent bij een sterk neerwaartse prijzenontwikkeling. Vooral bij de industriegebouwen was de teruggang met ruim 36% ronduit spectaculair. In Brussel werden ondanks de recessie toen weer veel nieuwe kantoren gebouwd waarvan er vele een tot anderhalf jaar na hun afwerking nog grotendeels leeg staan.

De overheidsuitgaven voor infrastructuurwerken, die de afgelopen jaren fors waren teruggeschroefd, beginnen weer te stijgen. Maar ten dele kan dit fenomeen worden verklaard door het feit dat er in oktober van dit jaar in Belgie gemeenteraadsverkiezingen worden gehouden. In de praktijk betekent dit dat gemeente- en provinciebesturen dan plotseling wel met geld over de brug komen om wegen aan te leggen of te verbeteren en andere werken van openbaar nut laten uitvoeren om in de kiezersgunst te komen. Anders dan in Nederland wordt een burgemeester in Belgie gekozen. Natuurlijk zijn er ook de werkzaamheden voor de aanleg van de hoge snelheidstrein die een stijging van de overheidsinvesteringen hebben veroorzaakt in alle mogelijke infrastructuurwerken.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels