nieuws

Kleine bedrijven doen het niet zo slecht

bouwbreed

Vorig jaar hebben de kleine bedrijven in de bouw het nog niet eens zo slecht gedaan. Onder alle bedrijven nemen zij de tweede plaats in met het hoogste percentage overlevers.

Jaarlijks houdt het CBS een telling van de bedrijven naar verschillende kenmerken, zoals aantal werkzame personen en bedrijfstak waarin het bedrijf zijn hoofdactiviteit vindt.

De telling wordt gehouden d.m.v. een steekproef van ongeveer 10% uit het Algemeen Bedrijfsregister. Om zo snel mogelijk op de hoogte te zijn van belangrijke ontwikkelingen worden uit een verkleinde steekproef (5%) tussentijdse cijfers gepubliceerd.

Uit deze cijfers is een aardige opstelling te maken, waarmee het kleine bedrijf in de bouw kan worden vergeleken met die in andere bedrijfstakken.

Industrie

Van het totaal aantal kleine bedrijven in de steekproef behoorde ruim een kwart tot de detailhandel en een op de zeven tot de zakelijke dienstverlening. Tot de bouw werd 10% van de bedrijven gerekend. Even grote aantallen behoorden tot de industrie, de groothandel of de horeca. De andere bedrijfstakken telden minder bedrijven in deze grootteklasse.

Uiteenlopend

De verdeling naar aantal werkzame personen blijkt in de verschillende bedrijfstakken nogal uiteen te lopen. Geldt in de bouw 42% van de kleine bedrijven als eenmans-bedrijf, in de horeca is dat maar 28%, terwijl in de dienstverlening meer dan 55% als eenmans-bedrijf werkzaam is.

In zes van de tien onderscheiden bedrijfstakken was minder dan 95% van de kleine bedrijven na een jaar nog actief. Het hoogste percentage werd met 96,2% geboekt door de reparatiebedrijven voor gebruiksgoederen. De bouw was een goede tweede met 95,4%.

Industrie en horeca eindigden op een gedeelde derde plaats met 95,1%.

In tegenstelling tot wat misschien verwacht zou ke worden, deden de dienstverlenende bedrijven het minder goed dan die in de genoemde bedrijfstakken.

Die indruk wordt bevestigd door de ontwikkeling van het aantal faillissementen (alle bedrijven) per bedrijfstak. In het eerste halfjaar van 1993 was het totale aantal met 33% toegenomen ten opzichte van dezelfde periode in 1992.

De man met de zeis heeft zich niet onbetuigd gelaten. In de zakelijke dienstverlening was het overeenkomstige cijfer echter het hoogste met 42%. De overige dienstverlening scoorde overigens met 34% nauwelijks minder goed dan het gemiddelde. In de industrie waren de faillissementen wel wat meer gestegen (+35%).

De bouw kwam er met de op een na laagste stijging van 30% zo te zien nog relatief goed af. Het beste kwamen de handel, horeca en reparatiebedrijven uit de bus, hoewel ook in deze bedrijfstakken de faillissementen nog met 24% toenamen over deze periode.

Overlevingspercentage

Daarmee blijken de resultaten van de Bedrijfstelling en die van de Faillissementsstatistiek elkaar tot op grote hoogte te bevestigen. Komt uit de Bedrijfstelling een hoog overlevingspercentage naar voren, dan blijkt ook de stijging van het totaal aantal faillissementen matiger dan het gemiddelde.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels