nieuws

Financieel gewin bepaalt inzet milieumaatregel

bouwbreed

In de autoindustrie volgen de technische ontwikkelingen elkaar in snel tempo op. Steeds meer houden de ontwerpers rekening met de menselijke maat en streven naar een steeds verder gaande integratie van functies. Ook in andere takken van techniek neemt het aantal innovaties snel toe.

Zo biedt de doorsnee videorecorder beduidend meer controlemogelijkheden dan de meterkast van de doorsnee woning. De afnemer van een bouwprodukt zet de winst van milieumaatregelen veelal af tegen de efficientie van de gulden en kijkt meteen naar het geldelijke gewin. Sectormanager Bouw ir. W. Berns van de Novem legde op een bijeenkomst in Utrecht uit dat diezelfde afnemer zonder bezwaar de meerkosten betaalt voor een afwijkende bekleding van de autostoel. Het gegeven ten spijt dat een luxe bekleding niets bijdraagt aan de technische prestaties van de auto. De bouwtechniek beschikt over een groot aantal vernieuwingen die zichzelf overtuigend in de praktijk bewezen. De vraag ‘wat levert het allemaal op?’ houdt de invoering op grote(re) schaal evenwel tegen.

Berns noemde het opmerkelijk dat bijvoorbeeld een voorziening als mechanische ventilatie met natuurlijke afvoer die in de autotechniek gebruikelijk is niet in de bouwtechniek wordt gebruikt. Iets dergelijks geldt voor de modulaire opbouw van auto’s die zich in de autotechniek als uitermate economisch bewees. Het laat zich vergelijken met het drager/inbouw-principe van de bouw die in deze bedrijfstak echter nauwelijks aanslaat. Amsterdam zette in de jaren 1989/1990 het duurzame bouwen in gang met een notitie aan de gemeenteraad over het verminderen van de hoeveelheid tropisch hardhout in de bouw. Nadien inventariseerde de gemeente het hele bouwproces en presenteerde het resultaat daarvan in de hoofdstukken milieu en energie van de richtlijnen voor de bouw. Volgens directeur ir. A. Vos van de Stedelijke Woningdienst Amsterdam laten de meeste milieumaatregelen zich kostenneutraal realiseren terwijl de kostprijs daalt naarmate er meer alternatieven komen. Nu al biedt de markt meer dan voldoende betaalbare milieubewuste materialen van goede kwaliteit.

Succes

De promotie van milieubewuste alternatieven oogst volgens Vos in Amsterdam succes. In 1993 bestond 20 procent van de kozijnen in de buitengevel nog uit tropisch hardhout tegen 45 procent in 1992. In 1992 bestond 20 procent van deze kozijnen uit naaldhout tegen 52 procent in 1993. Aluminium en kunststof vormden in dat jaar respectievelijk 20 en 4 procent van de kozijnen tegen respectievelijk 13 en 10 procent in 1992. Het gebruik van pvc voor binnenrioleringen daalde tussen 1992 en 1993 van 45 naar 33 procent terwijl de toepassing van ppc en pe in deze periode steeg van 43 naar 67 procent.

De energieprestatie-eis voor nieuwbouwwoningen bedraagt 750 m3 per jaar inplaats van de 1075 kubieke meter uit het rijksbouwbesluit. Deze verlaging ontstaat onder meer door de installatie van HR-ketels en het aanbrengen van extra-isolerend glas. Deze maatregelen besparen in Amsterdam jaarlijks zo’n 1,3 miljoen m3 gas.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels