nieuws

Omstreden monument in Neue Wache in Berlijn

bouwbreed

Die Neue Wache aan de monumentale boulevard Under den Linden in het Berlijnse Mitte heeft inmiddels een nieuwe functie als nationaal monument. Dat vormt een uitstekend voorbeeld van hergebruik van een van de vroegste Berlijnse gebouwen van de belangrijke bouwmeester Karl Friedrich Schinkel. Maar de discussies waren stormachtig en geheel tevreden met het resultaat zijn weinigen.

Bij de overgang van de belangrijke Under den Linden naar het Museumeiland, nu nog met de tijdelijke reconstructie van het Stadtschos, staan voor de brug links en rechts het Zeughaus en het Kronpinzenpalast. Friedrich Wilhelm II gebruikte beide gebouwen om te werken en te wonen. Daar was een onderkomen voor de wacht nodig, waarvoor geen ruimte beschikbaar was in het grote Zeughaus (nu het Duitse historische museum dat het winnende prijsvraagontwerp van Aldo Rossi tegenover de Rijksdag snel deed vergeten).

De net in 1815 aangestelde Schinkel kreeg opdracht om een nieuw wachtgebouw te ontwerpen. Na verschillende voorstudies ontstond terzijde van het inmense Zeughaus ogenschijnlijk een kleine Griekse tempel. Aan de voorzijde heeft het streng kubistische bouwvolume een dorische zuilenhal met daarboven een met beeldhouwwerk gevuld timpaan. Aan de achterzijde was in het bouwvolume een patio opgenomen, boven een bestaande overkluizing van een oud kanaal. Het regenwater van de naar de hof toe aflopende daken werd regelrecht op het kanaal geloosd. Verder bevatte het bouwvolume verschillende ruimten voor de wacht houdende soldaten. Het gebouwtje kwam in 1818 gereed.

Voor Schinkel was het heel belangrijk, dat de Neue Wache werd geflankeerd door twee speciaal vervaardigde beelden van prof. Christian Rauch, die de generaals Schamhorst en Bulow voorstelden. Ze werden in 1822 opgesteld als voorposten in de stedebouwkundige compositie.

Tweede gebruik

Met de beeindiging van de monarchie verviel in 1918 de functie van de Neue Wache.

Het duurde enige tijd tot het gebouwtje in 1931 een nieuwe functie kreeg als monument voor gevallenen. Niemand minder dan Heinrich Tessenow, een bekend Duits traditionalist onder de architecten, kreeg opdracht de binnenruimte aan de nieuwe functie aan te passen.

Tessenow ontwierp een zaalachtige ruimte waarvan de wanden met gladde platen natuursteen werden bekleed. Los voor de achterwand rustte op een kubus van natuursteen een eenvoudige krans van brons, die door een daklicht werd belicht.

In de oorlog werd slechts een kolom van de zuilenhal weggevaagd en ontstond relatief lichte schade. Maar omdat er niets aan werd gedaan stortte het gebouwtje in 1950 gedeeltelijk in.

Het vormde aanleiding om het in de oostzone gelegen monumentje alsnog te restaureren. De functie werd bijgesteld als monument voor de offers van het fascisme en militairisme. Kubus en krans maakten plaats voor een eeuwige vlam in een weinig geinspireerde binnenruimte. Het Russische bezettingsleger wisselde er dagelijks enkele malen de wacht.

Hernieuwde functie

Na de hereniging viel al snel de beslissing tot een hernieuwde functiewisseling. De Neue Wache werd nu de Zentrale Gedenkstatte der Bundesrepublik Deutschland.

Bondskanselier Kohl stelde voor om centraal een beeldje van de kunstenares Kathe Kollwitz te plaatsen. Kollwitz leefde van 1867 tot 1945 en heeft een klein museum in de Fasanenstrasse. Het beeldje van een moeder die treurt om haar verloren zoon was slechts 38 cm hoog en moest enkele malen vergroot afgegoten worden. De kunstenares heeft zich tijdens haar leven tegen een soortgelijke vergroting van een van haar werken verzet. Maar de bondskanselier ging de discussie uit de weg door zijn weinig democratisch genomen besluit door te zetten, wat er wel toe leidde dat relatief kort na de hereniging de ingebruikname in de afgelopen herfst plaats vond. Historici van naam voerden goede redenen aan om naar een meer eigentijdse oplossing te zoeken, maar pijnlijke debatten duurden nu kort, en enkele inschriften kwamen marginaal tegemoet aan bezwaren.

Dat alles zou te verteren zijn en de beheerders van de nalatenschap van Kollwitz zullen hun meegaandheid ongetwijfeld duur verkocht hebben, wellicht voor de onkosten van het museum, ware het niet dat zij op de valreep nog even een eis stelden. De beide generaals, die volgens Schinkel onlosmakelijk deel uitmaakten van zijn stedebouwkundig ingepaste Neue Wache, mochten na restauratie niet worden herplaatst. Omdat beide beelden nog voorhanden waren, en principieel geen inbreuk maakten op het nieuwe gebruik, is het een tragische beslissing geworden dat aan deze particuliere eis werd voldaan. Het is een ongekende inmenging van particulieren op het hernieuwde gebruik van dit monumentale gebouwtje, dat algemeen als een van de beste werken van Schinkel wordt erkend. Het vormde een hoge tol om te voorkomen dat een langdurig en -wellicht- pijnlijk debat over de inrichting, beter afgestemd op de sobere binnenruimte van het gebouwtje zou ontstaan.

Nu lijden exterieur en interieur onder deze politieke beslissing. De erven Kollwitz wonnen het van Karl Friedrich Schinkel. Uit een oogpunt van monumentenzorg was dat besluit niet verstandig.

Historische foto uit 1903 toen de Neue Wache nog dienst deed voor bewaking van onder meer het Zeughaus rechts achter de bomen. De beide generaals op hun gebeeldhouwde sokkels werden door prof. Christian Rauch op aanwijzing van Karl Friedrich Schinkel in stedebouwkundige samenhang met het gebouw geplaatst .

De oorspronkelijke plattegrond van de Neue Wache zoals die naar ontwerp van Schinkel in 1818 gereed kwam met een patio binnen het vierkante bouwvolume.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels