nieuws

Nieuwe fabriek verwerkt vliegas tot grindvervanger “Vechten om reststoffen op de markt te krijgen”

bouwbreed

“Opdrachtgevers, de overheid voorop, zouden veel meer kolenreststoffen moeten voorschrijven. Nu blijft het bij mooie woorden. Eigenlijk is Nederland helemaal niet milieubewust.

Iedere keer is het weer een kwestie van vechten om een produkt dat is gemaakt van reststoffen geaccepteerd te krijgen.”

Het zit ing. H. Voortman niet lekker dat de afzet het grootste probleem is bij de ontwikkeling van technieken om reststoffen nuttig te gebruiken. Voortman is directeur van twee fabrieken waar vliegas wordt verwerkt tot lichtgewicht toeslagmateriaal voor beton, Vasim in Nijmegen en Provag in Geertruidenberg. Beide bedrijven zijn dochterondernemingen van de vier elektriciteitsbedrijven met een kolencentrale. In Nijmegen worden sinds 1985 de zogenaamde Lytagkorrels gemaakt, in Geertruidenberg staat sinds kort een fabriek waar via een ander procede de zogenaamde Aardelitekorrels worden geproduceerd. Zowel Lytag als Aardelite ke worden toegepast als vervanger van grind in beton.

Provag is eind december gestart met de produktie en inmiddels zijn de meeste kinderziektes volgens Voortman verdwenen. De rest van dit jaar zal de installatie op de helft van de maximale capaciteit draaien. Die maximale capaciteit bedraagt 300000 ton Aardelite per jaar. Daarin is 280000 ton vliegas verwerkt, circa een derde van de totale hoeveelheid vliegas die in Nederland jaarlijks vrijkomt.

Verantwoordelijkheid

Een van de redenen dat de fabriek voorlopig slechts op halve capaciteit draait, is dat er nog onvoldoende vraag is naar het produkt. Dat is op zich niet zo verwonderlijk omdat het een nieuw produkt betreft. Maar ook voor Lytag, een materiaal dat al jaren op de markt is, gelden soortgelijke problemen. Alles wordt weliswaar afgezet, maar meer dan de helft van de totale produktie (150000 ton per jaar) wordt geexporteerd. Het bevreemdt Voortman dat er in Nederland niet meer kan worden afgezet. “De Nederlandse elektriciteitsproduktie is een van de goedkoopste ter wereld. Dat is prima, maar dan moeten we ook onze verantwoordelijkheid nemen voor de reststoffen. In ons land wordt jaarlijks in de betonindustrie zestien miljoen ton grind gebruikt. Dan moet er toch plaats zijn voor 450000 ton toeslagmateriaal met vliegas als grondstof? Eigenlijk zou je eerst alle reststoffen moeten gebruiken, voordat je ook maar een kilo grind uit de Maas haalt.”

De overheid zou volgens Voortman daarbij het voortouw moeten nemen, maar daar is nog niets van te merken. “De minister zou Rijkswaterstaat moeten dwingen om reststoffen voor te schrijven. Maar het blijft bij mooie woorden. Hetzelfde geldt voor lokale overheden, maar voorlopig geeft alleen Rotterdam het goede voorbeeld.”

De regelgeving hoeft volgens Voortman ook geen probleem meer te vormen, nu de CUR-commissie C75 binnenkort de aanbeveling ‘Regelgeving lichtgewicht toeslagmaterialen’ publiceert. Daarmee is de erkenning van Lytag een feit en voor Aardelite verwacht Voortman binnen afzienbare tijd hetzelfde.

Goedkoper

De prijs is volgens Voortman de belangrijkste troef voor de beide uit vliegas vervaardigde toeslagmaterialen. Zowel Lytag als Aardelite zijn per kilogram weliswaar duurder dan grind, maar doordat de materialen lichter zijn, kan er meer beton worden gemaakt met dezelfde hoeveelheid toeslagmateriaal. Voor Lytag geldt daarbij een factor 1,7 en voor Aardelite 1,5.

Daarnaast kan het gewicht een belangrijke factor zijn om de uit vliegas gemaakte produkten te verkiezen boven grind. Met Lytag is een B60-beton te maken met een gewicht van 1900 kg per kubieke meter, met Aardelite is het gewicht 2000 tot 2100 kg. Dat betekent niet alleen voordelen voor de constructie, maar ook voor het transport van het eindresultaat. De fabriek in Geertruidenberg is de eerste ter wereld waar op zo grote schaal Aardelite wordt gemaakt. Alleen in Florida staat een vergelijkbare fabriek, maar de capaciteit is daar veel lager (50000 ton per jaar). Ook in Israel en India zijn overigens fabrieken in aanbouw waar Aardelite wordt gemaakt volgens het uit Nederland afkomstige procede.

De fabriek van Provag in Geertruidenberg.

Lytag en Aardelite

Lytag en Aardelite zijn beide lichte toeslagmaterialen voor beton die vliegas als grondstof hebben.

Lytag, dat sinds 1985 op de markt is, is een gesinterd produkt: van een mengsel van vliegas met 3 tot 5 procent koolstof worden in roterende schotels bolletjes gevormd, die vervolgens bij een temperatuur van 1300 gr. C worden gesinterd.

Aardelite daarentegen is een koudgebonden, hydraulisch materiaal: uit een mengsel van vliegas en kalk worden bolletjes gevormd, die bij een temperatuur van 80 tot 90 gr. C onder invloed van stoom verharden.

De eigenschappen van Lytag en Aardelite verschillen daardoor ook: Lytag bestaat uit bruine korrels met een maximale diameter van 12 mm, Aardelite is een grijze korrel met een maximale diameter van 16 tot 20 mm.

Lytag is harder dan Aardelite en kan ook droog worden geleverd. produkt zonder, dat droog de fabriek verlaat. Beide zijn gemakkelijker te bewerken (boren, frezen, schaven) dan grindbeton en door hun vorm goed te mengen met grind wat ten goede komt aan de verwerkbaarheid.

Met Lytag kan sterker beton worden gemaakt (tot B60) dan met Aardelite (tot B30). Voortman denkt Lytag vooral te ke afzetten voor speciale toepassingen, terwijl Aardelite het meer moet hebben van de ‘gewone’ betonconstructies.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels