nieuws

Friesland dreigt in de grond weg te zakken

bouwbreed

Een aanzienlijk deel van de provincie Friesland zal over zo’n vijftig jaar beduidend lager liggen dan nu. Afhankelijk van het gebied kan er een daling optreden tot 60 centimeter.

De bodemdaling vindt vooral in het veengebied plaats. Dat staat in een tussenrapportage van een studie die de provincie laat uitvoeren naar de toekomstige waterhuishouding in Friesland. De statencommissie Waterstaat en Milieu bespreekt op 8 maart de tussenrapportage.

Het bestuur van Friesland verklaart de daling in dit gebied met de gevolgen van de ontwatering. Te droger de veengrond, te meer die oxydeert. Deze toestand doet zich in de veengebieden altijd voor. Een lage grondwaterstand houdt het gebied leefbaar. De bovenste laag veengrond blijft daardoor droog zodat er ruimte komt voor allerlei activiteiten. Als gevolg daarvan teert de veenlaag steeds verder in. De voortgaande oxydatie maakt een regelmatige verlaging van het waterpeil in de sloten noodzakelijk. Dit proces herhaalt zich tot de veenlaag ‘op’ is.

De provincie wil nu weten hoe de situatie er over vijftig jaar uitziet. De studie beziet de gevolgen van de peilaanpassingen en gaat in op de gevolgen voor de bodem van de gaswinning. Gedeputeerde Staten willen verder weten hoe de wateraanvoer uit het IJsselmeer verloopt en de lozing van overtollig water via het Lauwersmeer op de Waddenzee. Centraal daarin staat de vraag de afvoer onder vrij verval gebeurt of dat mettertijd een nieuw gemaal moet worden gebouwd. Het dagelijks bestuur van Friesland vraagt zich verder af of de huidige hoogte van de boezemkaden voldoende is voor de bescherming van de polders. Voorts dient zich de vraag aan of de ondergrondse zout/zoetgrondwatergrens verder opschuift naar het zuiden waardoor een verdere verzilting van landbouwgebieden optreedt. De huidige waterscheiding loopt langs de lijn Gaasterland-Sneek-Dokkum.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels