nieuws

Ziektewet-premies in bouw iets omlaag

bouwbreed

De premies voor de Ziektewet gaan in de bouw per 1 januari 1995 iets omlaag, maar blijven altijd nog aanzienlijk hoger dan de landelijke gemiddeldes. Dat is een gevolg van de beslissing van de bedrijfstak om overtollige reserves in de ziekengeldkas van de bedrijfsvereniging niet te gebruiken voor premieverlaging, maar terug te storten naar de individuele bouwbedrijven.

Dit blijkt uit gegevens van het Sociaal Fonds Bouwnijverheid (SFB) en de Sociale verzekeringsraad (SVr). De gemiddelde Ziektewetpremie van de bedrijfsverenigingen gaat volgend jaar omlaag met 0,4%. Werkgevers betalen dan gemiddeld 2,7% (dit jaar nog 3,1%). Die verlaging is mogelijk door aanwending van een vermogensoverschot in de ziekengeldkassen. van – 900 miljoen. Alleen in de bouw ligt de situatie echter wezenlijk verschillend. De BV Bouw gebruikt de overreserve namelijk niet voor premieverlaging, maar voor restitutie aan de premiebetalende bouwbedrijven. Dat pad zal volgens een woordvoerder van het SFB niet worden verlaten. Per 1 januari 1995 gelden voor de de gehele bedrijfstak bouwnijverheid totaal liefst 24 verschillende soorten premies voor de Ziektewet. Dit is toe te schrijven aan het gehanteerde stelsel van premiedifferentiatie. Het gaat te ver om het complete overzicht van de premies weer te geven.

Volstaan wordt dan ook in dit artikel met vermelding van de gemiddelde premies, gebaseerd op het gemiddeld ziekteverzuim. Bij de uitvoerende bouw geldt in 1995 een basispremie van 2,2% voor A-personeel en 3,5% voor B-personeel. Voor de middelgrote en grote bedrijven zijn dit de definitieve premies. Voor bedrijven met minder dan 15 werknemers komt hierop een toeslagpremie van 1,5% (A-personeel) en 1,75% (B-personeel). Totaal is voor deze categorie bedrijven de premie Ziektewet dus 3,7% (A-personeel) en 5,25% (B-personeel). In bepaalde gevallen echter zal voor sommige bedrijven nog een differentiatieopslag- of korting van toepassing (ke) zijn.

Schilders

In de schildersbranche gaan bedrijven met meer dan 15 werknemers volgend jaar een premie betalen van 3,5% voor A-personeel en 4% voor B-personeel. Bij de schildersbedrijven met minder dan 15 personeelsleden zijn de premies vastgesteld op respectievelijk 4% (A-personeel) en 5% (B-personeel). Met de nu vermelde premies is de bouwnijverheid in Nederland veruit koploper van alle branches.

Reageer op dit artikel