nieuws

Utopieen tussen Babel en luchtkastelen nu

bouwbreed Premium

Bij uitgeverij Prestel verscheen een goed verzorgd boek over architectuurfantasieen vanaf de toren van Babel tot virtuele – voorwaardelijk aanwezige – architectuur. De auteur Christian W. Thomsen verzamelde een aantal illustraties van visionaire gebouwen, soms gezien door de ogen van uiteenlopende profeten c.q. architecten en soms van kunstenaars. Het verschijnsel lijkt bijna zo oud als de mensheid die in Babel al een toren wilde bouwen die vandaag de dag voorkomt in de fantasieen van Japanners en Europese architecten. Het bouwen tot in de wolken kreeg alleen een andere rede en leidt tot complete torensteden van zo’n kilometer hoog in stoutmoedige schetsontwerpen. Ze zijn met de huidige bouwtechniek vermoedelijk ook te realiseren als de metropool Tokio werkelijk geen ruimte meer biedt aan kleinschaliger oplossingen.

Dat er altijd visionaire ideeen onder ontwerpers hebben bestaan, toont Thomsen overtuigend aan. Alleen al van de toren van Babel bestaan de prachtigste voorstellingen, niet alleen van Pieter Breugel, maar ook van andere middeleeuwse en latere kunstenaars tot en met Maurits Cornelis Escher.

Het is een kleine stap verder om visionaire torens in de recentere architectuur aan te wijzen. De slanke hoge toren die Cesar Pelli voor Chicago ontwierp, ruim zeshonderd meter hoog met 125 verdiepingen, zal wel utopie blijven nu de Saerstoren van Skidmore, Owings and Merrill volgens recente krantenartikelen alleen met geld toe van eigenaar kon veranderen … Een belangrijk deel van de markante toren stond jaren leeg, terwijl de vaste kosten alleen maar hoger werden. Dezelfde Pelli schijnt sedert vorig jaar in Kuala Lumpur met een citycenter bezig te zijn met twee torens van 88 verdiepingen. Deze torens van 450 meter moeten in 1996 gereed komen. Maar visioenen zijn niet per se synoniem aan hoogbouw. Piranesie tekende in het midden van de achttiende eeuw al fantasieen die weliswaar overmaatse gebouwen toonden, maar in vergelijking met kathedralen tot de mogelijkheden van die tijd behoorden. In de eerste decennia van deze eeuw waren het architecten zoals Bruno Taut, Peter Behrends en Hans Scharoun die expressionistische tekeningen maakten, zoals Wijdeveld in ons land schetste. De overgangen tussen realistische ontwerpen en pure fantasie wisselden per tekening. Maar ze waren wel van groot belang in de verdere ontwikkeling van de architectuur van deze ontwerpers.

In de jaren vijftig en zestig bleek de tijd opnieuw rijp voor fantastische stedebouw. Walter Jonas trok sedert 1960 met zijn trechtervormige woonsteden langs expositiecentra in Europa, en was ondermeer op een Bouwbeurs in Utrecht te zien. Maar ook toen waren Japanse architecten zoals Kenzo Tange, Arata Isozaki en Kisho Kurokawa met immense stedelijke bouwstructuren bezig. Kenzo Tange gaf met zijn visie op het bouwen in de Tokio-Bai het voorbeeld aan Van den Broek en Bakema voor hun ‘Plan Pampus’, als vroege visie voor het bouwen in het water tussen Amsterdam en Almere.

De redactie en auteurs die voor Prestel werken hebben wat met het hedendaagse deconstructivisme. Er zijn dan ook nogal wat ontwerpen opgenomen van de twee Weense architecten van Coop Himmelblau. Die ‘exploderende’ bouwvolumen zijn technisch te maken, wellicht ook waterdicht te krijgen. Maar hun visionaire dynamiek verdrinkt in de constructies van staal met hinderlijke leidingen van installaties, zoals hun dakpaviljoen in het Groninger Museum aantoont. Er staat overigens tegenover, dat Zaha Hadid dergelijke problemen wel het hoofd biedt, zoals haar recente gebouwen tonen.

Architectuurfantasieen worden kennelijk steeds sneller realiteit. Het zijn echter nog steeds fascinerende hoogtepunten uit de geschiedenis van de bouwkunst. In het uitstekend verzorgde boek zijn ze nu geordend naar verschillende thema’s verzameld.

WVH

Christian W. Thomsen: ‘Architektur phantasien -von Babylon bis virtuellen Architektur’. Uitgave: Prestel, Munchen 1994. Importeur: Nilsson en Lamm, Weesp. Formaat 24 x 30 cm. 192 blz. ISBN: 3 7913 1397 5. Prijs: (gebonden) f.116,30.

Reageer op dit artikel