nieuws

Singer Museum na renovatie weer open

bouwbreed Premium

B. ijna een jaar geleden sloot het Singer Museum in Laren de deur voor een grondige opknapbeurt. Het pand voldeed niet meer aan de moderne eisen, waardoor enkele musea niet langer bereid waren bruiklenen af te staan.

De eerste tentoonstelling in de nieuwe behuizing gaat over het expressionisme in Nederland tussen 1910-1930. De presentatie met werk van onder meer Jan Sluijters, Leo Gestel, Jan Altink, Kees van Dongen en Charley Toorop, duurt tot en met 19 februari.

De renovatie leverde niet alleen een modern klimaatbeheersingssysteem op. Architect H.J. Henket voegde ook twee zalen samen waardoor een nieuwe ontstond. Nieuw is ook de ingang, voorheen een ‘gewone’ deur. Deze is nu vervangen door een grote glazen pui. Ook de nogal rommelige hal is veranderd. De ruimte is licht en overzichtelijk geworden. Ook verbreedde de architect de toe- en uitgang van de galerij. Daardoor kan je vanaf de hal een blik werpen tot achter in het gebouw.

De meeste discussies bij de verbouwing gingen volgens Henket over het daglicht in de zalen. Het is veel prettiger om met licht van buiten naar een schilderij te kijken dan met kunstlicht. Maar het probleem is dat daglicht niet constant is. Te fel (zon)licht is schadelijk voor kunst; te grote temperatuurschommelingen zijn ook niet goed.

De meest eenvoudige en goedkope oplossing was de ramen te blinderen. Maar Henket bracht een systeem aan dat het daglicht reguleert. Alleen in de laatste zaal is dat niet gebeurd. “Toen was het geld op”, zegt hij. Na de verbouwing is het museum wel wat kleiner geworden. Zo’n zestig vierkante meter is opgeofferd aan de luchtbehandelingsinstallaties.

De volledige renovatie kostte – 6,5 miljoen. Dat bedrag is via sponsors, fondsverwerving en de overheid bijeengebracht. Aanvankelijk had het museum architect Wim Quist gevraagd voor de modernisering. Maar die adviseerde de boel zo snel mogelijk af te breken voor nieuwbouw. Twaalf miljoen gulden zou dat kosten, een bedrag dat het museum te hoog vond.

Toen het museum Henket benaderde, was hij onder meer bezig met de bouw van het paviljoen voor Museum Boymans-van Beuningen in Rotterdam. Ook had hij de prijsvraag voor de uitbreiding van het Teylers Museum in Haarlem gewonnen. Door de goede ervaring met Boymans heeft Henket Wim Crouwel, nu oud-directeur van het museum, gevraagd de inrichting te ontwerpen. Crouwel is onder meer verantwoordelijk voor de balies, de museumwinkel en de vitrines.

Met uitzondering van de glazen pui, veranderde Henket niets aan de buitenkant van het museumgebouw, een ontwerp van de Larense architect Wouter Hamdorff. Het museum ging in 1956 officieel open op initiatief van Anna Singer-Burgh. Zij wilde ermee haar echtgenoot William eren, die in 1943 overleed.

De collectie van het echtpaar waaronder ook door William Singer zelf geschilderde werken vormden de basis. De gemeente Laren stelde zich vanaf het begin garant voor tekorten op de begroting en voor het onderhoud van de gebouwen. Een Rijkssubsidie is er niet.

Vanaf de jaren zestig koopt het museum ook werk aan. In het begin ging het vooral om werken van de Haagse School, de laatste jaren betreft het meer modern werk. Dat blijkt ook uit de tentoonstellingen die het museum houdt, zoals nu over het expressionisme.

Expressionisme in Nederland 1910-1930. De tentoonstelling is geopend van di. tot en met za. 11-17 en zo 12-17. Toegang: f. 10.

Reageer op dit artikel