nieuws

Resten van kasteel Weede verdwijnen in sloot

bouwbreed

Terwijl in Amsterdam alles in het werk wordt gesteld om de restanten van het kasteel Amstel te behouden, verdwijnen in de Hoeksche Waard de muren van de grotere en waarschijnlijk oudere vesting Weede in een ruilverkavelingssloot. Dat gebeurt met goedkeuring van de Rijksdienst voor Oudheidkundig Bodemonderzoek (ROB).

Tot twee keer toe zijn dit jaar bij graafwerkzaamheden stukken muur gesloopt. J. van den Bosch, voorzitter van de Stichting Oudheidkundig Bodemonderzoek Hoeksche Waard (SOB), is dan ook flink kwaad op de rijksdienst. Deze legt op zijn beurt de schuld bij de Landinrichtingsdienst, die verantwoordelijk is voor de ruilverkaveling. Daar wijst men naar Heidemij Advies, die de directie over het werk voert. Datering aan de hand van de kloostermoppen heeft volgens Van den Bosch uitgewezen dat het kasteel Weede in het eerste kwart van de dertiende eeuw moet zijn gebouwd. De SOB zou de muurrestanten graag blootleggen. Bij ruilverkavelingswerkzaamheden is dat voor een deel ook gebeurd, maar niet op de manier die Van den Bosch voor ogen stond. “Tot twee keer toe heeft de Heidemij in opdracht van de Landinrichtingsdienst een deel van de muur afgegraven. In maart werden bij het verbreden van een sloot stukken muur – die gemiddeld nog zo’n anderhalve meter hoog is – gesloopt. En pas geleden nog eens, bij het afwerken van de sloot”.

Interpretatie

A. Haytsma van de ROB geeft toe dat er toestemming voor gegeven is, maar dat de interpretatie door de Landinrichtingsdienst verkeerd is geweest. “Zo is er bijvoorbeeld tegen de afspraak in geen medewerker van ons aanwezig geweest bij de laatste werkzaamheden”. Of Van den Bosch aangifte zal doen van de overtreding van artikel 11 van de Monumentenwet – het beschadigen van een beschermd monument – weet hij nog niet. “Dat kan altijd nog. We willen geen kwaad bloed zetten. Maar dat er bij de ROB iets goed fout zit, is duidelijk”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels