nieuws

Heipalen niet op stuit

bouwbreed Premium

Schade ontstaat soms door meer dan een oorzaak. Als de verantwoordelijkheid voor de verschillende oorzaken bij meer dan een partij ligt, rijst de vraag of de schadeplichtigheid bij alle veroorzakers moet worden gelegd, dan wel bij degene die de ernstigste fout heeft gemaakt. In ons nieuwe Burgerlijk Wetboek is als algemene regel ingevoerd, dat de schadevergoedingsplicht wordt verminderd als de schade mede is veroorzaakt door de benadeelde.

Voor de ernstige verzakkingsverschijnselen, die zich na de bouw van een bungalow voordeden, konden niet minder dan vier personen of instanties worden aangekeken. In de eerste plaats was dat de aannemer van de bungalow, die een heier kortere palen had laten gebruiken dan door de gesteldheid van de bodem ter plaatse nodig was.

Die te korte heipalen waren hem echter voorgeschreven door zijn opdrachtgever, die zelf geen sondering had laten verrichten, maar was afgegaan op de hem gratis door de gemeente verschafte sonderingsgrafiek. Die gemeente had echter per ongeluk de verkeerde grafiek uit de la gehaald. Dat was niet de enige reden om ook haar als veroorzaker van de schade aan te merken: bij het slaan van de eerste paal liet een ambtenaar van Bouw- en Woningtoezicht het heien onderbreken, maar na raadpleging van de bouwconstructeur van de opdrachtgever liet hij het werk doorgaan met de mededeling “het is in orde”. Die laatste deskundige speelde ook een negatieve rol bij deze bouw. Hij had niet alleen de tekeningen gemaakt, waarin heipalen van vijf meter lengte waren voorgeschreven, maar ook nog tegen de gemeente-ambtenaar, die twijfels had over het heiwerk, gezegd dat alles in orde was.

Toch werd zowel door de rechtbank als het gerechtshof de aannemer veroordeeld tot vergoeding van de hele schade en dat is, op zijn zachtst gezegd, toch wel wat merkwaardig. Zijn fouten waren immers niet zo heel veel ernstiger dan die van de overige veroorzakers. De opdrachtgever had, om te beginnen, uit zuinigheidsoverwegingen geen eigen sondering laten uitvoeren. Dat zou hem – 500 hebben gekost, maar de hem gratis verschafte sonderingsgrafiek van de gemeente maakte die uitgave niet nodig, dacht hij. Zo kwam zijn deskundige ontwerper, die blijkbaar een te groot vertrouwen had in de gemeentelijke zorgvuldigheid, tot een volkomen verkeerde maat van de te gebruiken heipalen. Die hadden twaalf meter lang moeten zijn in plaats van vijf, want pas elf tot twaalf meter onder het maaiveld kwamen zandlagen met voldoende vastheid voor. Zijn rotsvaste geloof in de gemeentelijke sondering werd zelfs niet aan het wankelen gebracht toen hij door een weifelende ambtenaar werd geraadpleegd en hem het groene licht gaf.

Dat de gemeente een slordige rol speelde bij deze bouw is uit het voorgaande wel duidelijk geworden. Zij werd dan ook in een andere procedure door de opdrachtgever aansprakelijk gesteld voor het afgeven van de verkeerde sonderingsgrafiek, maar daar schoot de aannemer niets mee op. Hem werd door de rechters met name verweten dat hij de heiwerkzaamheden niet met de vereiste zorgvuldigheid had uitgevoerd. Die slordigheid zou bestaan hebben in het feit, dat hij met gebruikmaking van een heiblok van 1000 kg met een ‘hoerenjong’-hulpstuk, niet had geconstateerd dat ‘op stuit’ was geheid. Na de eerste drie tochten van dertig slagen was namelijk een zakking van 25 cm per drie slagen geconstateerd, die bij de laatste twee tochten nog steeds 25 cm maar dan per vijf slagen bedroeg.

Die twee tochten waren met het hoerenjong geslagen, maar toch had de aannemer niet mogen veronderstellen, dat er al op stuit was geheid. Daarom had hij de opdracht om vijf meter lange palen te gebruiken niet mogen uitvoeren. Zijn verplichting om met de vereiste zorgvuldigheid te werken hield in, dat hij zijn opdrachtgever ervan in kennis had moeten stellen, dat de voorgeschreven palen niet tot een voldoende vaste grondlaag reikten.

Het feit, dat bij het opmaken van het funderingsplan een verkeerde sonderingsgrafiek was gebruikt (eigenlijk de grondoorzaak van deze ellende) was geen reden om de aannemer niet voor de gehele schade te laten opdraaien. De rechters vonden de fout van deze professionele aannemer namelijk veel ernstiger dan die van de opdrachtgever. Die had alleen maar een onjuiste opdracht aan de aannemer gegeven, omdat hij van de gemeente verkeerde gegevens had gekregen. Daarvoor had hij haar wel aansprakelijk gesteld, maar als hij zijn schade volledig vergoed kreeg door zijn aannemer was er geen reden meer om ook nog wat van de gemeente te eisen.

Het komt niet zo vaak voor dat in bouwgeschillen de gewone rechter tot een oordeel wordt geroepen. Ik heb zo het idee, dat de Raad van Arbitrage tot een andere oplossing zou zijn gekomen, die meer aan het rechtvaardigheidsgevoel beantwoord zou hebben. Bij het oordelen als goede mannen naar billijkheid zou de Raad mijns inziens wat meer gewicht hebben toegekend aan het feit, dat hier door iedere bij deze bouw betrokkene grote fouten waren gemaakt. Maar waarom rechtbank noch hof het uitgangspunt van het nieuwe B.W. in dit soort gevallen niet hebben gevolgd, is mij niet duidelijk. Als de schade mede het gevolg is van een omstandigheid, die kan worden toegerekend aan de benadeelde, wordt de schade over beiden verdeeld. Aan de wettelijke eis, dat de oorzaken van de schade aan beiden toegerekend moeten ke worden, was hier toch wel duidelijk voldaan.

De rechters kenden aan de uitgesproken foutieve opdracht om heipalen van vijf meter te gebruiken niet het gewicht toe, dat arbiters van de Raad gedaan zouden hebben, denk ik zo. Er komt nog een billijkheidsoverweging bij om de opdrachtgever niet volledig schadeloos te laten stellen door zijn aannemer. Hij had immers de mogelijkheid de gemeente aan te spreken en de aannemer niet. Die zou alleen ke proberen zijn bouwconstructeur en de heier te laten delen in de ongetwijfeld forse schadevergoeding die hij aan de bungalow-eigenaar moest betalen.

(BR 1994 p. 871)

Reageer op dit artikel