nieuws

Bouwbedrijven moeten inkoop opwaarderen

bouwbreed

Inkoop wordt door de meeste bouwbedrijven als een ondergeschoven kindje behandeld. Volkomen onterecht, want een paar procent besparing bij de inkoop kan al gauw hetzelfde effect hebben als een omzetstijging van meer dan 10 procent.

Dat blijkt uit het onderzoek ‘Inkoop in de bouw’ dat is uitgevoerd door Bureau de Bont, een organisatie-adviesbureau uit Amersfoort. Samen met de Innovatiecentra in Utrecht en Den Haag heeft dit bureau twee instrumenten ontwikkeld om de inkoop bij bouwbedrijven verder te professionaliseren.

Een voorbeeld uit de praktijk: tijdens de uitvoering van een po blijken de schroeven op te zijn. Twee man gaan met een busje naar de groothandel, kopen een doosje schroeven, roken er nog een sigaretje en keren na een uur terug op het werk. Dat doosje schroeven kost dus eigenlijk zo’n tweehonderd gulden.

Een simpel voorbeeld dat duidelijk maakt dat in de bouw het belang van de inkoop sterk wordt onderschat. In tegenstelling tot de industrie.

Nog een voorbeeld, maar dan uit de industrie: een inkoper bereikt voor zijn bedrijf een voordeel van 10 procent door 5 procent duurder in te kopen bij een buitenlandse leverancier. Dat voordeel zit in levering per week in plaats van per maand en in de uitbetaling in andere valuta. Zowel in grote als in kleine bedrijven bedraagt het inkoopaandeel zo’n tweederde van de totale omzet. Besparingen op de inkoop leveren een directe bijdrage aan de winst van het bedrijf. Een inkoopbesparing van twee procent kan zelfs eenzelfde effect hebben als een omzetstijging van 12 procent.

Geen visie

Desondanks ontbreekt bij de meeste bedrijven het besef dat een grotere aandacht voor het inkoopbeleid van zo grote invloed is op het bedrijfsresultaat.

“Het ontbreekt de meeste bouwbedrijven aan visie. Er is vaak niet of nauwelijks een inkoopbeleid”, zegt ir. R.P.V. Broekhuizen van Bureau De Bont. “Het inkopen geschiedt alleen op basis van de prijs, terwijl het niet alleen om de inkoopprijs gaat maar om de integrale kosten. De beste inkoper zorgt dat deze totale kosten minimaal zijn, maar dan moet je verder kijken dan je neus lang is.”

Niet serieus

De inkopers zelf ke daar overigens zelf niet veel aan doen, want hun functie wordt lang niet zo serieus genomen als in de industrie. De inkoop wordt zelfs lang niet altijd door een en dezelfde persoon gedaan. Afhankelijk van het po verzorgt dan de een en dan weer de ander de inkoop. Daardoor liggen de verantwoordelijkheden vaak niet duidelijk. Bovendien wordt de inkoper vaak op het allerlaatste moment ingeschakeld, zodat hij inderdaad alleen nog maar op de prijs kan letten. Hij heeft geen zitting in het bouwteam, slechts een beperkte tekenbevoegdheid, een te lage opleiding en een taak- of functieomschrijving ontbreekt in de meeste gevallen, zo blijkt uit het onderzoek van Bureau De Bont, waaraan kleine en middelgrote bedrijven deelnamen. Ook de innovatiecentra komen in hun dagelijkse praktijk een soortgelijke onderwaardering van de inkoopfunctie tegen. Drs. ing. F.K. Hutters van Innovatiecentrum Midden-Nederland: “Vaak is het de directeur die de beslissingen over de inkoop neemt. Maar die heeft zoveel andere zaken aan zijn hoofd, dat hij het inkopen er even hap-snap bij doet. Een bedrijf met tien man heeft al plaats voor een aparte inkoper. Die verdient zijn salaris zelf terug.”

Twee instrumenten

Het komt er eigenlijk op neer dat de bouw van inkopen weinig kaas heeft gegeten. Toch is er wel interesse. Op een onlangs gehouden symposium was de zaal vol. En iedereen was het erover eens dat de inkoop meer aandacht verdiende. “Men is heel geinteresseerd, want het levert geld op. Maar vervolgens doet men niets. We moeten op de een of andere manier de bouw wakker zien te schudden”, zegt ing. J.G. Versloot van Innovatiecentrum Den Haag.

Samen met de twee innovatiecentra heeft Bureau De Bont daarom twee instrumenten ontwikkeld om bedrijven de nodige kennis bij te brengen. Door middel van een inkoop-scan ke binnen een dag de knelpunten in de inkoopfunctie van een bedrijf aan het licht worden gebracht. En een workshop moet leiden tot verhoging van het rendement door inkoopbesparingen. Scan en workshop kosten respectievelijk – 2000 en – 3000 per bedrijf, maar de prijs kan volgens Versloot nooit een bezwaar zijn. “Ieder bedrijf moet er minstens het tienvoudige uit ke halen. Bovendien verzorgen de innovatiecentra de nazorg en dat is gratis.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels