nieuws

BDA bepleit uitstel sloop Mastiek dakbedekkingen gebaat bij ‘inpakken’

bouwbreed Premium

“Inpakken of wegwezen?” Dat is de vraag waarvoor bezitters van teerhoudende dakbedekkingen zich zien gesteld of anders gezegd, moet een mastiekdak bij renovatie worden gesloopt of worden ingepakt. A.F. van den Hout, directeur BDA Buro Dakadvies pleit hartgrondig voor inpakken.

Het werken met teer geldt als schadelijk voor de gezondheid. Volgens Van den Hout is nog ongeveer 20% van de platte daken met produkten op teerbasis afgewerkt. Bij renovatie staan opdrachtgevers derhalve voor de keuze of ze het dak preventief onderhoud moeten laten geven of om gezondheids- en milieuredenen moeten laten vervangen door een ander type dakbedekking.

Teervilt wordt van oudsher in de teer-, of zogenaamde mastiekdaken verwerkt. Het zijn bezande of van zaagsel voorziene viltrollen, die zijn gedrenkt in en gecoat met teermastiek. “Dit produkt is vooral toegepast in een losliggende uitvoeringen geballast met grind. Van dit daktype worden nog steeds exemplaren aangetroffen die ouder zijn dan 30 jaar.

Twee uitvoeringen

Er bestaan twee uitvoeringen van. Er zijn geballaste systemen. Deze bestaan uit twee of drie lagen teervilt, die los zijn gelegd en zijn geballast met grof grind of tegels. De mate van onderhoud voor deze dakbedekkingen wordt voornamelijk bepaald door de vervuiligsgraad van de ballastlaag en de mate waarin de ballastlaag vastzit in de teermastiek. Dit nog afgezien van andere gebreken of mechanische beschadigingen”, aldus Van den Hout. Als tweede zijn er, de aan de onderconstructie bevestigde teerdakbedekkingen. Deze bestaan uit twee lagen teervilt, die aan de onderconstructie zijn gekleefd of genageld en afgewerkt met fijn grind. Voor dit type dakbedekkingen, die vaak meer dan 20 jaar bestaan, geldt dat ze niet meer zijn te redden. “De belangrijkste reden hiervoor is dat de onderhoudsmiddelen eenvoudig ontbreken. Het produkt teerdaklak, teermastiek gemengd met oplosmiddelen, is niet meer beschikbaar. Vanaf de zeventiger jaren zijn deze teermastiekdaken in onbruik geraakt door de introductie van andere typen dakbedekkingen en veranderde bouwmethoden”, zo zei hij.

Chemisch bouwafval

“Teermastiekdakbedekkingssystemen gelden als chemisch bouwafval. Dit betekent dat het slopen en afvoeren van deze bedekkingen op dit moment al een kostbare zaak is. Het betekent ook”, aldus Van den Hout, “dat het kleven van moderne bitumineuze materialen op deze teermastiek dakbedekkingssystemen leidt tot een vermenging van produkten, die worden aangemerkt als chemisch bouwafval en produkten die dat niet zijn. Het eind van het lied is dat de combinatie in haar geheel wordt aangemerkt als chemisch bouwafval. Zonder voorzorgsmaatregelen mag er niet mee worden gewerkt”, zo sprak hij.

“Teermastiek dakbedekkingen die zijn genageld aan de onderconstructie komen in het algemeen niet in aanmerking voor het plegen van vervolgonderhoud. Ze zijn betrekkelijk eenvoudig te verwijderen. Bovendien vraagt eventuele voorbehandeling in verband met plooivormingen en bijna overal aanwezige teermastieklekkages onevenredig veel herstelwerk. De aan de onderconstructie gekleefde teermastiek dakbedekkingssystemen zijn bij lage buitentemperaturen tamelijk goed te verwijderen. Ze ke echter, indien de onderconstructie het gewicht van de ballastlaag nog goed doorstaat, geschikt worden gemaakt voor ‘het inpakken’. In dergelijke gevallen ke de teermastiekdaken nog doorfunctioneren als dampremmende laag. Indien men vervolgens kiest voor een losliggende dakbedekkingsconstructie, behoeft de thermische isolatie niet op het dak te worden gekleefd en blijft de teer volkomen gescheiden van de nieuwe dakbedekkingsmaterialen”.

Duidelijk

“Het moge duidelijk zijn, dat bij reinigingswerkzaamheden van de teermastiekdaken persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden gebruikt. Verder dient het dak in verband met een beperking van onverhoopte teerlekkages te worden gecompartimenteerd. Men moet echter wel rekening houden met steeds hoger wordende afvoerkosten van oude teerbedekkingen. Een andere mogelijkheid is het kleven van een sterke toplaag op basis van gemodificeerde bitumen op een voorbehandeld oppervlak, ervan uitgaande dat dit ervoor geschikt is.

Deze methode heeft mijn voorkeur. Branden kan ook”, aldus Van den Hout, “maar dan moeten voorzorgsmaatregelen worden genomen, om te voorkomen dat de oude laag gaat branden. Ook hierbij dient men er rekening mee te houden dat de stortingskosten op den duur door de vermenging van produkten niet gering zijn”.

Derde mogelijkheid

“Een derde mogelijkheid is het toepassen van een nieuw losgelegd geballast dakbedekkingssysteem. Dus bitumen of kunststof dakbedekking op de oude gereinigde teermastiek ondergrond. Ook hierbij geldt compartimering als voorzorgsmaatregel en de eerder genoemde maatregelen en voorwaarden. De vierde oplossing die ik hierbij aanbied, is het aanbrengen van een isolerende afschotmortel van bijvoorbeeld polystyreenbeton of gebitumineerd perliet, op de oude teermastiek. Het geheel is af te werken met een nieuw dakbedekkingsysteem. Ook hier gelden de eerder vermelde voorwaarden.

Duurzaamheid

Op deze wijze kan nog jarenlang op een verantwoorde wijze gebruik worden gemaakt van de duurzaamheid van teermastiek dakbedekkingssystemen. Naar onze schatting ke dergelijke dakbedekkingsystemen nog veilig 20 tot 60 jaar worden ‘bewaard'”.

Voorbeeld van een lekkage van een teermastiekdak.

Teermastiekdaken zijn vaak te handhaven, maar controle vooraf is wel gewenst.

Reageer op dit artikel