nieuws

V en W kiest ‘bottom up’-benadering Lagere overheden en NS bereiden hsl-oost voor

bouwbreed

Een aantal gemeenten en provincies en de NS onderzoeken momenteel drie varianten voor de hoge snelheidslijn naar het oosten (hsl-oost). Daarnaast wordt een ‘communicatie-filosofie’ opgesteld die het po een doeltreffender en gladder verlopende pkb-procedure moet bezorgen dan de Betuwelijn en de hsl-zuid.

Minister Jorritsma heeft de overheden en de NS toestemming gegeven de nog op te stellen planologische kernbeslissing (pkb) voor de hsl naar het oosten alvast voor te bereiden. Het ministerie verwacht op die manier het draagvlak voor dit infrastructuurpo te vergroten. Gemeenten en belanghebbenden worden in een vroeg stadium bij het project betrokken en ke zo meer invloed uitoefenen op de uiteindelijke variant. De door Twijnstra en Gudde op te stellen communicatie-filosofie moet de sfeer wegnemen dat de inspraak over een dergelijk po nauwelijks invloed heeft.

De onderzoeken naar de traces worden uitgevoerd door de bestuurlijke begeleidingscommissie hsl-oost, bestaande uit afgevaardigden van de provincies Utrecht, Gelderland en Noord-Holland, de intergemeentelijke samenwerkingsverbanden, het Rijk en de NS. Voorzitter van de commissie is gedeputeerde mr. D.H. Kok van Utrecht.

Extra sporen

In opdracht van het ministerie van Verkeer en Waterstaat onderzoekt de commissie hoeveel extra sporen langs het bestaande trace (Amsterdam-Duisburg) moeten worden aangelegd. In opdracht van het kabinet wordt in het kader van de planologische kernbeslissing Schiphol onderzocht of de variant, waarbij het materieel 300 km/uur rijdt haalbaar en wenselijk is. Ook zal in dit zelfde onderzoek worden gekeken of een nieuw rechtstreeks trace tussen Schiphol en Utrecht (via de Ronde Venen en Breukelen) zinvol is. Centraal in deze onderzoeken staan aantallen reizigers en de effecten op reistijd.

Ruimere bochten

Een woordvoerder van de commissie laat weten dat er momenteel wordt uitgegaan van drie varianten voor de hsl-oost. Bij de minst ingrijpende variant (waarbij over het hele trace 200 kilometer wordt gereden) zal alleen een verdubbeling van het bestaande spoor nodig zijn. De investering betreft dan uitsluitend het materieel want spoorverdubbeling van dit trace is reeds gepland in het kader van het NS-plan Rail 21. De tweede variant voorziet in een 200 kilometer-limiet tot Utrecht. Daarna zou tot de Duitse grens de snelheid tot 300 kilometer mogen worden opgevoerd. In dat geval zal een aantal bochten ruimer gemaakt moeten worden. In de laatste variant wordt over het gehele traject 300 kilometer gereden en zijn aanzienlijk aanpassingen van het trace nodig. De commissie-woordvoerder zegt nog geen idee van de kosten te hebben die de varianten met zich meebrengen.

Andere manier

De resultaten van de onderzoek worden komend voorjaar verwacht. Overheden, belangengroepen en organisaties op het gebied van wetenschap, milieu zullen vervolgens werkconferenties over de voorliggende resultaten houden. Hierna zal pas de wettelijke procedure (pkb) ter hand worden genomen.

Het ministerie wil niet in gaan op de vraag of de nieuwe procedure is gekozen aan de hand van de lessen die zijn geleerd met de Betuwelijn en de hsl-zuid. “We doen het gewoon eens op een ander manier. Het project wordt nu door de lagere overheden voorbereid en het ministerie neemt uiteindelijk de beslissing. Een bottom up-benadering. Het voordeel is dat de regio’s sterker worden betrokken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels