nieuws

Selectieve sloop houdt puin schoon en bruikbaar

bouwbreed

Van bepaalde bedrijfsgebouwen kan worden aangenomen dat ze zijn vervuild met bepaalde stoffen terwijl van de meeste kantoorgebouwen kan worden aangenomen dat ze niet zijn verontreinigd. Selectieve sloop houdt het puin in het laatste geval schoon. Deze twee aannames moeten het in de praktijk mogelijk maken laboratoriumanalyses zoveel mogelijk te vermijden.

Jean Quist

Het feit dat een bepaalde reststof als afval te boek staat brengt de opslag en de verwerking ervan onder de vergunningsplicht. Tussentijdse opslag in afwachting van hergebruik kan ook alleen met een vergunning. De opslag van nogal wat reststoffen uit de bouw vereist een vergunning volgens de hoogste klasse.

Storten van bouw- en sloopafval wat neerkomt op een definitieve bestemming vereist daarentegen een vergunning op grond van minder strenge voorwaarden. De eisen voor de eerst genoemde vergunning weerhouden volgens directeur M. Dillen van de Vlaamse Confederatie van de Bouwnijverheid mogelijke afnemers doorgaans van acceptatie. Temeer omdat verwerking en hergebruik van bouw- en sloopafval alleen aan de hand van een milieuvergunning kan. Zo ke bepaalde industriele bedrijven kalkslib uit de marmerbewerking in de produktie gebruiken. Dit materiaal komt echter voor op de afvalstoffenlijst.

Milieu-eisen

Zodra een stof als afval te boek staat wordt nauwlettend toegezien op de milieuhygienische eigenschappen. Wanneer ze niet in het register voorkomen gelden alleen bijzondere veiligheids- en milieunormen zolang het materiaal onder de klasse gevaarlijk of toxisch valt. Daardoor ontstaat volgens Dillen de neiging om voor afvalstoffen strengere milieu-eisen op te leggen dan de milieuhygienische kenmerken van de primaire grondstoffen die ze vervangen. De minister voor leefmilieu is om die reden gevraagd niet overhaast te werk te gaan bij het opleggen van milieu-eisen maar eerst de resultaten af te wachten van een studie. De Vlaamse overheid werkt inmiddels aan een herziening van het afvalstoffenbeleid. Als gevolg daarvan wordt de opslag van bijvoorbeeld puin op het eigen terrein van aannemers niet langer beschouwd als inrichting voor het verwerken van afvalstoffen. Het bouw- en sloopafval moet in dit geval wel nuttig worden gebruikt of verwerkt als secundaire grondstof in het reguliere werk. Hetzelfde geldt voor de opslag van bijvoorbeeld puin op locaties waarvoor een milieu- en bouwvergunning is afgegeven zolang deze opslag een rol speelt bij het realiseren van het werk. Deze regels gelden ook voor de opslag van bewerkt bouw- en sloopafval.

Een afvalstof kan als secundaire grondstof worden gebruikt wanneer het voor komt op de lijst die de Vlaamse regering zal opstellen en wanneer die voldoet aan de eisen inzake samenstelling en/of gebruik. De regering kan voor deze stoffen een gebruikscertificaat invoeren dat aangeeft dat de secundaire grondstof voldoet aan de gestelde voorwaarden. Afval heet pas officieel secundaire grondstof zodra het is afgeleverd bij de gebruiker en wanneer het afval geen voorbewerking onderging. Nog op te stellen normen moeten aangeven waaraan bouw- en sloopafval moet voldoen om de kwalificatie secundaire grondstof te verwerven. De invoering van het laatste begrip zal volgens Dillen in combinatie met een certificaat het hergebruik aanzienlijk bevorderen. Voorts ontstaat er inzicht in de gang die industriele reststoffen maken.

Toepassingen

De particuliere sector van Vlaanderen geldt volgens voorzitter ir. W. Goossens van de Vereniging van Verwerkers van Slooppuin uit Antwerpen momenteel als het meest belovende afzetgebied voor bewerkt bouw- en sloopafval. De meest voorkomende toepassingen zijn zeefzand voor gestabiliseerd zand met cement, beton voor funderingen, puingranulaten voor wegen, gebroken asfaltpuin voor het verharden van particuliere terreinen en mengsels van grond en gebroken baksteen voor parkeerterreinen. De publieke sector gebruikt betonpuingranulaat in al dan niet gebonden vorm voor funderingen, brokken puin en betonpuin voor de versteviging van oevers en asfaltpuingranulaat voor nieuw asfalt en gemengd met zand en gestabiliseerd met cement voor funderingen.

Het hergebruik van metselpuin blijft een moeilijke zaak. Vooral de openbare sector toont nogal wat weerstand tegen deze toepassing. Het is echter de overheid die bewerking en hergebruik van bouw- en sloopafval moet blijven stimuleren waarbij de producenten zorg moeten dragen voor een permanente kwaliteit.

Proefpo

Het Wetenschappelijk en Technisch Centrum voor de Bouwnijverheid begint volgens diens technologisch adviseur ir. J. van Dessel binnenkort met een proefpo inzake granulaat in beton voor gebouwen. Het gaat hier om een kantoorgebouw waarin zo’n 12.000 kubieke meter beton wordt verwerkt. Ruim 20 procent van de grove fractie wordt vervangen door secundaire betongranulaten. Aandacht gaat onder meer uit naar de technische eisen omtrent de kwaliteit van het granulaat, van het beton en naar eventuele aanpassingen aan de samenstelling van het beton. In het verlengde daarvan volgt een demonstratiepo dat het gebruik van bouw- en slooppuin in betonprodukten moet bevorderen. De nadruk ligt hier op de technische kwaliteit van de betonwaren en de economische haalbaarheid van het gebruik in het produktieproces.

Het WTCB verricht momenteel onderzoek naar hergebruikt beton. Een van de onderwerpen moet volgens Van Dessel leiden tot normen voor beton- en metselpuin.

Het zicht en subjectieve gegevens karakteriseren nog steeds puin. Het ontwikkelen van een objectieve en praktische test moet de kwaliteit van granulaten weergeven in termen van samenstelling, volumemassa en waterabsorptie.

Onderzoek naar de duurzaamheid gaat vooral in op de alkali-silica reactie en de vorstbestendigheid. In de bedrijfstak bestaat de vrees dat men betonpuin zal verwerken dat mogelijk reactief is maar dat in het oorspronkelijke gebruik die reactie nooit aanging. De studie moet inzicht geven in welke mate het gebruik van laag alkali houdende cementsoorten de reactie ke voorkomen of opvangen door een aangepaste porienstructuur. Gedacht wordt aan het toepassen van hoogovencement, sterke waterreduceerders en luchtbelvormers.

In samenwerking met het Laboratorium Magnel voor Gewapend Beton van de universiteit van Gent onderzoekt het WTCB het krimp- en kruipgedrag van hergebruikt beton.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels