nieuws

Limburg wil geen concessie doen aan woningbouwbeleid

bouwbreed Premium

De woningbouw in Noord- en Midden-Limburg blijft onverkort gericht op versterking van de stedelijke centra Venlo, Roermond, Weert en Venray. Aan het landelijk gebied worden geen concessies gedaan wat betreft het restrictief volkshuisvestingsbeleid. Er wordt op het platteland dus geen extra woningbouw toegestaan. De kernen Beesel, Reuver en Swalmen behouden de hen toebedachte overloop-functie.

Dit blijkt uit de notitie waarmee gedeputeerde staten van Limburg ingaan op de vele inspraakreacties op het ontwerp-streekplan voor Noord- en Midden-Limburg. Ze houden daarin vast aan het uitgestippelde woningbouwbeleid:

“Venlo als bovenregionaal centrum voor de logistiek en het kooptoerisme, Roermond als bovenregionaal centrum voor het toerisme rond de Maasplassen zullen tezamen met Weert en Venray (als twee regionale centra voor wonen, werken en verzorging) de trekkers in de regio moeten zijn.” Het streekplan is volgens hen dan ook het instrument bij uitstek om te ke inzetten op hoogwaardigere en compacte steden.

Vinex-gelden

Maar om die doelstelling waar te maken hangt veel af het slagen van het Vinex-beleid: “Wij hebben goede hoop dat, ondanks de mogelijkheid dat het Vinex-beleid voor de grote steden en stadsgewesten door gebrek aan geld en politieke prioriteiten van het rijk wel eens ontoereikend zou ke zijn, de komende jaren de bouwstromen in de steden in Noord- en Midden-Limburg op gang komen.”

De recente bijdrage van het rijk voor de ontwikkeling van Venlo-Centrum Zuid is volgens GS een enorme stimulans in de goede richting. En de ontwikkeling van Roermond/Maasoevers is zonder Vinex-middelen tot stand gekomen.

Maar GS menen ook anderszins “het zich in het geheel niet te ke permitteren het anders te willen. De concurrentie tussen de steden op allerlei gebied, wordt fel. En de steden in Noord- en Midden-Limburg ke wat dat betreft nog wel wat injecties en verbeteringen gebruiken.”

Consumenten

Ze benadrukken nog eens dat ze zich bij het ontwerpen van het verstedelijkingsbeleid hebben laten leiden door de lijnen van de ‘markt’. Dat wil zeggen dat “uit bereikbaarheids- en nabijheidsoverwegingen de concentratie van de ontwikkelingen in Roermond en Venlo en de voorziene geleide suburbanisatie op de oostoever van de Maas tussen beide steden tevens inspeelt op consumentenvoorkeuren en derhalve een alleszins levensvatbare zaak is”.

De tegenhanger van het verstedelijkingsbeleid is het terughoudend beleid in het landelijk gebied. Kernen moeten bij voorrang de groei (voor het opvangen van eigen woningzoekenden) realiseren door inbreiden in bestaande bebouwing. Extra groei van de woningvoorraad kan volgens gedeputeerde staten geen oplossing zijn voor leefbaarheidsproblemen. Die zijn volgens hen trouwens ook nog niet in de regio gesignaleerd.

Wel getuigt het naar hun mening van “realiteitszin om ook een overloop-opvang in het streekplan aan te wijzen”. Die willen ze toekennen aan Beesel, Reuver en Swalmen.

Volgens GS is dat met name ook nodig om te voorkomen dat zich, zonder sturend beleid, een “natuurlijke overloop gaat voltrekken die geen enkele meerwaarde, ja zelfs grote bezwaren, oproept: bij Venlo in de richting van de westoever en bij Roermond in de richting van de westoever en het zuiden”.

Botst

Daarom opteren GS voor het op voorhand aanwijzen van een opvang door de drie betreffende kernen in het geval van achterblijvende taakuitoefening door de steden:

“Wij vinden een actieve benadering van alle kernen (Venlo, Tegelen, Roermond, Beesel, Reuver en Swalmen) nodig om te komen tot een gezamenlijk verstedelijkingsbeleid en daarmee samenhangend grondbeleid te komen”. Overigens verhullen GS niet dat hun standpunt botst met dat van de provinciale planologische commissie, die moeite heeft met de verruimde overloop-taakstelling.

Reageer op dit artikel