nieuws

De bouw is toch hartstikke leuk!

bouwbreed

Als kind wilde hij fietsenmaker worden. Of vertegenwoordiger. Later kwam de liefde voor de techniek. Maar alleen als het direct tot praktijktoepassingen leidt. Als directeur Research en Development van Volker Stevin kan ir. Jaap Werner zich daarin uitleven. Niet als een soort Willie Wortel, maar als het vliegwiel dat de technische vernieuwing gaande houdt.

Een portret van een man die het interview vooral gebruikt om via zijn eigen enthousiasme de bouw meer zelfvertrouwen te geven. Weinig samenwerking in de bouw? Onzin! De bouw niet flexibel genoeg? Flauwekul! De bouw innoveert niet? Het tegendeel is waar! De bouw kan juist als voorbeeld dienen voor andere sectoren.

Werner voelt zich gevleid en is direct bereid mee te werken aan een portret in Cobouw. Op de vraag naar een curriculum vitae antwoordt hij: moet het een lang of een kort c.v. zijn? Hij mag zelf kiezen en het wordt slechts een A4-tje. Kennelijk de korte versie, met louter gegevens over zijn beroepsmatige activiteiten. Tijdens het gesprek wordt dan ook al snel duidelijk waar zijn passie ligt. “Je kunt rustig zeggen dat de bouw mijn allergrootste hobby is. Daar leg ik mijn ziel en zaligheid in. Het is toch hartstikke leuk om te werken met die grote verscheidenheid aan typen mensen, van geniale denkers tot mensen die het handwerk moeten doen. Om daar een symbiose in te maken, dat is het mooiste wat er is!”

Presentatie

Na de mededeling dat Sybilla Dekker, directeur van het Nederlands Verbond van Ondernemingen in de Bouwnijverheid (NVOB), hem is voorgegaan in deze reeks Cobouw-portretten, brengt Werner meteen aan het begin het gesprek op de presentatie van de bouw naar buiten toe. “In de bouw is iedereen veel teveel met zichzelf bezig. Het zou in het belang van de BV Nederland zijn als de bouw zich met een wat onafhankelijker gezicht presenteerde. Je moet niet alleen naar je eigen belangen kijken, maar relativeren, objectiveren en erop wijzen dat de bouw belangrijk is voor de ontwikkeling van Nederland als geheel. Zwartboeken over de achterstand in de infrastructuur moeten bijvoorbeeld niet worden gemaakt door een belangengroep als de Nederlandse Vereniging van Wegenbouwers. Het zou al geloofwaardiger overkomen als Nederland Distributieland het deed. Maar eigenlijk moet je gewoon zeggen: Nederland is dicht bebouwd en het groen dat we hebben willen we graag houden. Dus hebben we belang bij infrastructuur waar we geen overlast van hebben. Belangengroepen komen natuurlijk alleen voor hun eigen belangen op; je moet het breder trekken. Waarom zeggen we als Nederlanders niet vaker dat we het fijn vinden om lekker te bewegen, lekker te recreeren en lekker te wonen. Bouwers werken voortdurend aan ons welzijn en de verbetering daarvan. Daarvan hebben we al vele staaltjes ervaren. Misschien ke en willen ook anderen dat wel gaan vertellen. Ik heb er vertrouwen in dat deze NVOB-directeur daartoe in staat is, evenals Rinnooy Kan dat voor de werkgevers doet. Let wel: ik ben geen raad van bestuur van Volker Stevin, dit is een prive mening.”

Praktische innovaties

Enthousiasme kan Werner moeilijk worden ontzegd. Vooral als het gaat om de bouw. Of preciezer: innovaties in de bouw. Nog preciezer: praktische innovaties in de bouw. Want alles wat hij doet moet zo snel mogelijk tot concrete resultaten leiden. “Ik ben heel erg ingesteld op concrete zaken. Als je iets nieuws wilt, moet je ook laten zien dat het werkt. En het liefst op korte termijn. Ik vind dat je innovaties praktisch moet maken. Je moet de studeerkamer uit. Er wordt verschrikkelijk veel aan R en D gedaan, maar de kunst is: maak het praktisch en economisch interessant. Daar zit de muziek. ‘Echte R en D’ biedt mij te weinig houvast. Ik vind dat je die dingen moet doen waar je op korte termijn wat aan hebt.”

Suggesties dat de bouw te weinig innoveert, schieten bij Werner dan ook in het verkeerde keelgat.

“Dat is de grootste flauwekul van de wereld. Inclusief ontwikkelingen die op poen ter plekke worden gerealiseerd, wordt in de bouw zo’n 4 tot 5 procent van de omzet aan innovatie uitgegeven. Dat is veel meer dan men in het algemeen denkt, omdat R en D activiteiten altijd worden afgemeten aan het aantal mensen dat erin actief is. Maar in de bouw zijn de mensen zo praktisch dat ze een heleboel ter plekke uitzoeken. Ik heb daarom ook altijd in de aannemerij willen werken. Daar is de spanning om iets concreets te realiseren heel groot. En een aannemer zegt altijd: liever vandaag dan morgen.”

Na zijn hbs-opleiding studeerde Werner (nu 55) civiele techniek in Delft “omdat het zo’n lekker algemene studie was over techniek”. Mede door zijn hang naar het praktische studeerde hij snel af. “Ik moest mijn hand ophouden en dat vond ik een rotgevoel. Daardoor zorgde ik ervoor dat ik zo snel mogelijk mijn eigen kost kon verdienen.”

De eerste vijftien jaar van zijn carriere deed hij dat ‘buiten’ in diverse leidinggevende functies op civieltechnische poen in binnen- en buitenland. Soms verlangt hij daar nog wel eens naar terug. “Het directe, het concreet bezig zijn met problemen die nu moeten worden opgelost omdat je anders domweg niet verder kunt, dat geeft me nog altijd veel voldoening. Maar er zijn op de bouw ook dagen dat alles gewoon loopt zoals het moet lopen. En dan voel ik me overbodig. Er moet wel iets gebeuren. Bij Volker Stevin kennen ze me ook van de vraag: heb je nog iets leuks, gebeurt er nog iets, heb je nog een kick gehad van de week? Dat heb ik zelf ook nodig, dat houdt me op gang. En dat maakt de bouw ook zo leuk, omdat er altijd verrassingen zijn.”

Waar krijgt Werner zelf een kick van? “Ik heb laatst een lezing gehouden voor het Nederlands Genootschap van Informatici over het informatiemanagement bij Volker Stevin. Dat de organisator van het NGI afsluit met: ‘Volker Stevin heeft het begrepen; het bedrijf stelt de mens centraal. Daar moet het goed werken zijn’, dat geeft mij een kick. Want bij informatiemanagement wordt altijd alleen maar aan computers gedacht. Maar het is niet met procedures en systemen allemaal te regelen. Je moet beginnen te bedenken hoe de mensen in elkaar zitten.

Ik kan ook genieten van mensen die goed samenwerken. Bij de ontwikkeling van de V-polder bijvoorbeeld, als mensen samen op het goede spoor zitten, samen goed denkwerk verrichten en samen tot een goed resultaat komen. Er wordt wel eens gezegd dat in de bouw zo slecht wordt samengewerkt, maar ik kan u verzekeren – en dat is misschien wel de belangrijkste opmerking die ik maak – ik vind dat er verrekte goed wordt samengewerkt.

De politiek roept ook steeds dat de bouw flexibeler moet worden. Onzin! Als er een bedrijfstak is die flexibel is, dan is het de bouw wel. We maken unieke produkten met mensen die niet zeuren. Ze staan bij wijze van spreken met hun poten in de prut, maar gaan toch door.”

Merkwaardig

Het is eigenlijk een merkwaardige positie die Werner inneemt binnen Volker Stevin als directeur R en D. Met zijn afdeling van drie man werkt hij aan onderzoek voor tien Volker Stevindochters. Dat komt volgens Werner neer op het op gang brengen van onderzoek, het enthousiast maken van mensen voor iets nieuws, het zorgen voor een zodanige sfeer dat de specialisten ke samenwerken en tot een praktisch resultaat komen. Het eigenlijke onderzoek wordt gedaan door projectteams met deelnemers uit de bedrijven.

Werner wil het vliegwiel zijn dat de vernieuwing op gang houdt binnen Volker Stevin. De term coordinator is echter ook niet van toepassing. “Ik heb nergens meer de pest aan dan aan het woord coordineren. Dat getuigt van een veel te passieve houding. We moeten meedenken en tot op zekere hoogte ook meedoen.”

Bij de meeste onderzoekspoen beperkt Werner zich tot een bemoeienis op afstand. “Het is onmogelijk om zelf op alle gebieden de beste ideeen te hebben. Voor een bedrijf lijkt het me ook frustrerend als er een paar van die Willie Wortels zitten die alles moeten bedenken. Ik wil graag dat nieuwe produkten worden gedragen door de product-champions in de bedrijven zelf. Dat zijn de trekkers die, soms tegen beter weten in, blijven volhouden. Het klinkt misschien wat altruistisch, maar dat is beter voor een bedrijf. Je moet niet altijd jezelf op de borst willen slaan. Onze produktontwikkeling kan alleen gedijen in een bepaald klimaat. Eigenlijk ben ik constant bezig ervoor te zorgen dat dat klimaat blijft bestaan.”

Saaie stenenstapelclub

En als hij er de tijd voor had, zou Werner dat waarschijnlijk voor de hele Nederlandse bouw willen doen. Want de ‘Bouw BV Nederland’ gaat hem zeer aan het hart. “In de bouw moet je niet als broodwerker bezig zijn. Je moet de bouw zo leuk vinden dat je, als je ’s zondags met je partner langs een constructie in aanbouw loopt, denkt: verdikkeme, dat hebben wij gebouwd! Als je dat gevoel mist, ben je niet geschikt om in de bouw te werken. Het geeft mij ook een kick als anderen zo denken. Ik kan me kapot ergeren aan mensen die zichzelf belangrijk zo vinden dat ze hun inbreng beperken tot het tekenen van een contract. Dat gaat ten koste van de samenwerking, ten koste van het eindprodukt en ten koste van de kansen van de Bouw BV Nederland. Want de bouw is toch hartstikke leuk. Moet je kijken wat we allemaal tot stand hebben gebracht! Hoeveel dingen hebben we niet gedaan die de geschiedenisboekjes halen of mondiaal de aandacht krijgen. De bouw is niet een saaie stenenstapelclub. Het is een club die unieke produkten maakt.

Het is toch fantastisch dat er nu weer een generatie ontstaat die echt gemotiveerd is om in de bouw te gaan werken.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels