nieuws

Bouwfragmenten In Beeld Gebracht

bouwbreed Premium

In het kader van de landelijke manifestatie Beelden in Nederland vindt in het Amsterdams Historisch Museum tot en met 8 januari de tentoonstelling ‘In Beeld Gebracht’ plaats. Een tentoonstelling over de beeldhouwkunst uit de collectie van het museum. Ook gevelstenen, gapers en andere uithangtekens zijn te bewonderen.

Een belangrijk onderdeel van de tentoonstelling bestaat uit bouwfragmenten. Gevelstenen en uithangtekens waren in de zeventiende en achttiende eeuw onontbeerlijk als adresaanduiding. Pas in 1795 werd het systeem van huisnummering ingevoerd. Voor die tijd vervulden gevelstenen de functie van huisteken. Oorspronkelijk verwezen ze naar het beroep van de eigenaar of bewoner van het pand. De makers van gevelstenen zijn bijna altijd anoniem.

Een van de oudste bekende gevelstenen is ‘Sint Dionysius’. De heilige stamt uit tweede helft van de zestiende eeuw. Andere leuke stukken zijn de terracotta ‘Kop van een man’ (zeventiende eeuw), het uithangteken ‘De vergulde hand’ van koper uit 1725 van de gelijknamige zeepziederij. Ook hangt er een grenenhouten gevelbord. De ‘Roode Galy’ uit de tweede helft van de achttiende is bijzonder te noemen omdat er slechts weinig houten voorwerpen uit die periode bewaard zijn gebleven.

Andere bouwfragmenten zijn twee muurstijlen met manskoppen. De eikenhouten stukken stammen uit 14-75-1500 en zijn afkomstig van de Nieuwezijds Kapel. Verder een balksleutel met het wapen van Amsterdam en twee klauwstukken. De zandstenen decoratieve bouwonderdelen werden rond 1560 vervaardigd en aan weerszijden van de hals van een geveltop aangebracht. De oorsprong is onbekend.

Eind negentiende eeuw kwamen de eerste gebeeldhouwde bouwfragmenten in het bezit van Amsterdam. Onder beheer van de gemeentearchivaris kwamen verschillende stukken terecht in de rariteitenkamer van het stadhuis. Zware stenen en andere minder interessante stukken werden opgeslagen.

Bij verwerving van de stukken speelden motieven van historische aard een grote rol. Een associatie met een roemrucht gebouw, een specifieke gebeurtenis of bepaalde figuren gaven de doorslag bij het al dan niet accepteren van stukken.

In 1926 ging het Amsterdams Historisch Museum in de Waag aan de Nieuwmarkt open. Daar werd min of meer hetzelfde verzamelbeleid gevoerd.

In de jaren twintig werd de stad drastisch gesaneerd. Zo kwamen er verschillende gevelstenen en uithangtekens in het bezit van het museum. De gebeeldhouwde bouwfragmenten die in de vorige eeuw door het museum werden verzameld zijn in hoofdzaak afkomstig van gebouwen met een min of meer stedelijke functie. Enkele voorbeelden daarvan zijn de Wisselbank, de Waag op de Dam en de Admiraliteit.

In een buitenmuur van het museum aan de Sint Luciensteeg is sinds 1924 een ‘gevelstenenmuseum’ te vinden. Daar is een collectie gevelstenen ingemetseld. Een andere trekker is de gevelsteen boven de ingang van het museum aan de Kalverstraat. “Wy groeien vast in tal en last Ons tweede Vaders klagen/Ay ga niet voort dese poort Of helpt een luttel dragen”. Deze tekst op de gevelsteen (1581) vertelde de voorbijgangers direct de aard van het gebouw en zijn bewoners; een weeshuis, bewoond door kinderen in zwartrode uniformpjes.

Bouwfragmenten vormen slechts een onderdeel van de tentoonstelling. De verzamelde beelden geven een goed beeld van zeven eeuwen Amsterdamse geschiedenis. Heel aardig zijn ook de voorstudies van Het Monument op De Dam en van de Dokwerker. Een andere trekker is de ‘De beeldhouwer’ van Hildo Krop. Het vergulde beeldje is waarschijnlijk een zelfportret van de ‘stadsbeeldhouwer’. Vele decoraties van Krop (1884-1970) zijn terug te vinden op gebouwen en bruggen in Amsterdam.

Pronkstuk van de tentoonstelling is echter het beeld van de reus Goliath. Met deze vijf meter hoge kolos, zijn schilddrager en de kleine David worden op 10 en 17 december voorstellingen gegeven. De beelden groep behoorde van 1650 tot 1862 tot de attracties van het ‘Oude Doolhof’, een pleziertuin op de hoek van de Looiers- en de Prinsengracht. Speciaal voor de tentoonstelling werden de beelden gerestaureerd en met zoveel mogelijk zeventiende eeuwse onderdelen werden de beweegbare kop en ogen hersteld. Om de restauratie te vergemakkelijken werden rontgenfoto’s gemaakt.

De tentoonstelling In Beeld Gebracht is tot en met 8 januari de tentoonstelling te zien in het Amsterdams Historisch Museum, aan de Kalverstraat nummer 92. Het museum is geopend van maandag tot en vrijdag van 10.00 tot 17.00 uur en zaterdag en zondag van 11.00 tot 17.00 uur. De toegang bedraagt – 7,50.

Reageer op dit artikel