nieuws

Begin 1996 besluit over bouw van AVI Maasbracht

bouwbreed

Definitieve besluitvorming over bouw van de Afvalverbrandingsinstallatie (AVI) in Maasbracht is zeker niet eerder te verwachten dan eind 1995/begin 1996. Dat verklaren gedeputeerde staten van Limburg in een brief aan de commissie voor milieu, verkeer en waterstaat.

Ze reageren daarmee op onduidelijkheid die volgens hen zou zijn ontstaan over het besluitvormingsproces rond dit mega-po.

Uit onderzoek is gebleken dat voor verwerking van afval uit Zuid-Nederland naast de in aanbouw zijnde AVI Moerdijk (met een capaciteit van maximaal 600.000 ton) nog een tweede installatie (met dezelfde capaciteit) noodzakelijk is.

De keuze is daarbij gevallen op de locatie Maasbracht, naast de daar al bestaande Clauscentrale. Maar volgens GS hebben provinciale staten beslist nog geen besluit genomen een AVI te bouwen: “Ze hebben uitsluitend vastgesteld dat, als besloten wordt tot de bouw van een AVI met een nog nader te bepalen capaciteit, hiervoor de locatie in Maasbracht wordt aangewezen.”

Op dit moment wordt volgens GS door Afvalverbranding Zuid-Nederland de startnotitie voor de Milieu Effect Rapportage geschreven. Het stuk is binnenkort te verwachten.

Na afronding van de mer en het aanvragen van de benodigde vergunning in het kader van de Wet Milieubeheer, dienen GS te beslissen over de inhoud van de vergunning. De hoofdlijnen van de vergunning worden ter advisering voorgelegd aan de eerder al genoemde commissie. “Dit traject zal zeker niet voor het najaar van 1995 zijn afgerond”, aldus GS.

Uitstel van het besluitvormingsproces achten zij ongewenst: “Dat ke wij ons niet permitteren. In 1998 zal voor Limburg de door het rijk vastgestelde stortverboden voor brandbaar afval gelden. Op dat moment dienen we dus te beschikken over een zekere oplossing. De voorbereidingen voor de bouw moeten dan ook volgens schema doorgaan. Er zijn dan twee belangrijke momenten (vergunningverlening en bouwcontract) waarbij kan worden besloten tot doorgaan, niet doorgaan of uitstellen”.

Maar GS beklemtonen dat “we in 1998 echter zeker niet terecht moeten komen in een situatie waarbij enerzijds storten van brandbaar afval wettelijk verboden is en anderzijds geen of onvoldoende verbrandingscapaciteit beschikbaar is”.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels